'Een provinciestad!' 'Doods in het weekend!' 'Ik zou er mijn hond nog geen Stella geven!' Bon, zegt ú maar wat u wilt van Leuven, maar wij vinden het daar best te pruimen. Al is het maar omdat de onderdanen van Mohamed Ridouani de kunst verstaan om de dingen bedrieglijk simpel te houden. Probeer het 'supersimpele' stoofvlees van Jeroen Meus maar eens na te maken, een eclectische dj-set in elkaar te vijzen zoals de jongens van Discobar Galaxie of met niets meer dan een gitaar een wereldhit overtuigend te verbouwen zoals Milow dat deed met Ayo Technology.

Of neem Brutus. Het lijkt boerenkost wat zangeres-drumster Stefanie Mannaerts en de haren serveren, maar voor wie bereid is om met aandacht te proeven van hun kokende hutsepot, is elk nummer een smaakexplosie. Dat was zo op Burst, de fantastische plaat waarmee het trio twee jaar geleden debuteerde, en dat is nog meer zo op het pas verschenen Nest, misschien wel het beste Belgische album van 2019 tot dusver.

Met openingstrack Fire trapte Brutus ook zijn Belgische clubtournee af in de Botanique. Logisch, want in dat nummer zit meteen het hele muzikale DNA van de groep vervat: de vinnige blastbeats, de loden hardcoregrooves en, misschien nog het belangrijkst, de melodieën die harder in je gevoelens keuteren dan de gemiddelde psycholoog. Zeker wanneer Mannaerts zingt, lijkt Brutus gewoon een belachelijk goede popgroep die zich voor Halloween heeft verkleed.

Wanneer Stefanie Mannaerts zingt, lijkt Brutus gewoon een belachelijk goede popgroep die zich voor Halloween heeft verkleed.

De sterke songs vliegen er snel door, vooral in de eerste helft van het concert. Er is Horde II , met die fantastische, stadionwaardige intro. Er is Drive, dat ons heel even deed geloven dat Josh Homme een vrouw is. En er is vooral de hartenkreet War. 'I came for help / Did you just really pull my hair out?' zong Mannaerts op zo'n intense manier dat wij haar pijn tot diep in onze kruin voelden.

Het hele optreden lang toonde Brutus zich als een band van het grote gebaar, maar dat stond muzikale verfijning op geen enkel moment in de weg. Zie Child, waarin Mannaerts zich in de intro ontpopte tot het Vlaamse equivalent van Led Zeppelins vellenmonster John Bonham, maar ook Techno, waarin het zowaar eens wat zachter mocht, en het genadeloze walsje Justice de Julia II, met een glansrol voor gitarist Stijn Vanhoegaerden. Telkens weer viel het op hoe ver dit driespan zijn muzikale universum kan oprekken met één bas, één gitaar en één niet al te uitgebreide drumkit.

Viel er dan helemaal niets aan te merken op deze show? Enkel punten en komma's. Dat Mannaerts' stem af en toe wat laag in de mix zat bijvoorbeeld, of dat we liever Django hadden gehoord dan pakweg Space.

Maar de lof die de zangeres op het einde van het concert had ('Jullie zijn fucking zalig') konden we na een uurtje gitaristieke schoonheid - zo'n intense set hoeft niet langer te duren - alleen maar terugsturen. Brutus heeft haar recept de afgelopen twee jaar alleen maar geperfectioneerd. Supersimpel? Nee, Jeroen, wel superlekker én op maat van de grootkeuken die Pukkelpop heet. Laat het smaken.

Setlist: Fire / Cemetery / Horde II / Drive / War / Justice de Julia II / Child / Space / Distance / Techno / All Along /Sugar Dragon