DA GIG: Snail Mail, Imarhan en Blonde Redhead in OLT Rivierenhof, Antwerpen op 20/8.
...

Eerst konden we kennis maken met Lindsay Jordan, een negentienjarige zangeres-gitariste uit Baltimore die muziek maakt onder het pseudoniem Snail Mail (***). Enkele maanden geleden debuteerde ze op het befaamde Matador-label met Lush, een langspeler die door heel wat critici aan de boezem werd gedrukt. Jordan schrijft welsprekende en ontwapenend eerlijke indierocksongs over de emotionele roetsjbaan van de (post-) adolescentie. De problemen waar ze over zingt, zijn die van haar leeftijd: verveling en verwarring, tot onbehagen stemmende feestjes, onbeantwoorde liefdes (ze is gay) of ander hartzeer, de contradicties van haar op en neer gaande gemoed. Vaak voelt ze zich misbegrepen, maar tegelijk beseft ze dat de dramatische situaties in haar jonge leven van voorbijgaande aard zijn. Snail Mail klinkt tegelijk naïef en volwassen, gefrustreerd en bedachtzaam, maar haar in reverb gehulde liedjes, met echo's van Liz Phair en Land of Talk, zijn verbazend trefzeker. Het traject dat Lindsay Jordan tot dusver heeft afgelegd is behoorlijk indrukwekkend: ze speelt gitaar sinds haar vijfde, trad zes jaar later al op in koffiehuizen, bracht haar ep Habit uit op haar vijftiende en zag haar eerste cd verschijnen toen ze nog op de middelbare school zat. In Antwerpen bleek echter dat haar live-act nog niet helemaal op punt staat. Jordan en haar drie jeugdige begeleiders zagen er afgepeigerd uit en waren het tourleven duidelijk nog niet gewend. De stem van de zangeres klonk een beetje zeurderig, de afwisselend trage en midtempo songs hadden een beetje last van eenvormigheid en ook aan de uitstraling van de groep dient nog gewerkt te worden. Niettemin bewees Snail Mail met prachtliedjes als Let's Find an Out en Pristinedat ze over een benijdenswaardig talent beschikt.De sfeer veranderde totaal tijdens het optreden van het toeareg-gezelschap Imarhan(***), een band uit de grensstreek tussen Mali en Algerije. De heren vermengden hun traditionele woestijnblues met flarden funk en rock en hun meditatieve songs, gezongen in het Tamashek, waren op aanstekelijke grooves geplant. De muzikanten brachten een bezwerend geluid voort, maar hoewel ze in hun genre als vernieuwers worden beschouwd, klonken ze in onze oren niet spectaculair verschillend van Tinariwen of Tamikrest. Dat is geen verwijt: ook in de woestijn oogt tenslotte alles hetzelfde.Voor het hoogtepunt van de avond waren we dus aangewezen op Blonde Redhead, de groep rond de Japanse zangeres-gitariste Kazu Makino (ook actief op bas en toetsen) en de Italiaanse tweelingbroers Simone en Amedeo Pace (respectievelijk drums en gitaar). Ten tijde van hun eerste plaat uit 1995 spiegelden ze zich nog iets te nadrukkelijk aan Sonic Youth, maar in de loop der jaren slaagden ze erin hun sound open te trekken. De songs werden almaar melodieuzer en op Penny Sparkle (2010) nam het aandeel van de synths gevoelig toe. Vooral dat laatste werd niet op alle banken op evenveel applaus onthaald en ook het ietwat stuurloze Barragán wist slechts matig te overtuigen. Vandaag slaat Blonde Redhead echter een elegante brug tussen shoegaze en droompop. Met de vorig jaar verschenen, in melancholie gedrenkte 3 O'Clock EP, waarvoor de groep in zee ging met een strijkkwartet en enkele houtblazers, stuitte ze op een even ambitieus als organisch klankenspectrum dat een nieuw hoofdstuk in haar carrière leek in te luiden. Volgens Kazu Makino is drie uur 's middags een heilig moment in Japan. Het is het tijdstip waarop men de thee serveert, afspraken maakt en de dag een andere wending neemt. Even hadden we gehoopt dat Blonde Redhead ook in Antwerpen in XL-versie zou verschijnen, maar helaas pindakaas. Toch maakte het trio een hoogst vitale indruk. Wel werd er opvallend vaak achterom gekeken. De New Yorkers putten veelvuldig uit enkele van hun meest geliefde platen, zoals Melody of Certain Damaged Lemons (2000), Misery Is A Butterfly (2004) en 23 (2007). Die herbronning had hen goed gedaan, want blijkbaar beseften ze nu meer dan ooit waar hun echte troeven lagen. De set begon sterk met het door Amadeo Pace gezongen Falling Man: filmisch, maar met krachtige uithalen. Makino, wier zangstijl in Elephant Woman en Dr. Strangeluv het midden hield tussen fluisteren en hijgen, kwam niet altijd even toonvast uit de hoek. Op het podium bevond ze zich duidelijk in haar eigen bubbel en door nauwelijks met het publiek te communiceren, versterkte ze nog de mysterieuze aura die om de groep hing. Amadeo Pace schudde steevast lyrische motiefjes uit de snaren, terwijl broer Simone voor de intrigerende ritmen zorgde.Nieuwe songs als 3 O'Clock en Where Your Mind Wants To Go hadden iets van dansende kaarsenvlammetjes, maar in Spring and By Summer Fall en Love Despite Great Faults toonde Blonde Redhead dat ze net zo goed stevig kon (kraut)rocken. Elders stoeide de band met etherische passages, vage verwijzingen naar flamenco (de intro van Dripping) en hypnotiserende mellotron-orkestraties. Met het even stuwende als toegankelijke 23 tenslotte, bewees het Venetiaans blonde gezelschap dat het, inzake popsensibiliteit, van niemand lessen hoeft te krijgen. Een méér dan overtuigend concert van een stel veteranen dat naar nieuwe uitdagingen op zoek blijft gaan.