HET CONCERT: Black Country, New Road in de Orangerie van Botanique, Brussel op 24/10.
...

Dankzij spraakmakende optredens beschikt Black Country, New Road in Groot-Brittannië al over een fanatieke aanhang. De groep, oorspronkelijk uit Cambridge waar ze oprees uit de as van het impro-gezelschap Nervous Condition, laat zich niet ringeloren door de stijlpolitie. Zoals het muzikale omnivoren betaamt, haalt ze de ingrediënten voor haar songs op de meest uiteenlopende plekken. Sommigen omschrijven het als een postpunkorkest, maar in werkelijkheid is de enigmatische sound van Black Country, New Road een borrelend mengsel van klezmer, post-rock, free-jazz, leftfield-pop en noise dat alle kanten tegelijk op spat. De drie dames en vier heren, allemaal jonge twintigers, maken er een erezaak van voortdurend in beweging te blijven. Die rusteloosheid loont: hun eerder dit jaar verschenen langspeeldebuut For the First Time, een samenvatting van hun eerste achttien maanden als band, werd door NME met vijf sterren bedacht, terwijl The Guardian de plaat zonder aarzelen als één van de beste van 2021 catalogeerde. Maar eigenlijk is Black Country, New Road een beetje als Hansje en Grietje: ze laten wel handen vol kruimels achter, maar worden door zoveel inhalige kraaien en eksters achtervolgd dat je binnen de kortste keren hun spoor bijster raakt. In Brussel bestond meer dan de helft van hun set uit nieuwe songs, die te horen zullen zijn op hun tweede lp Ants from Up There (aangekondigd tegen 4 februari 2022) en ook op dàt werkstuk slaan ze weer onvermoede richtingen in. Wervelend De set in de Botanique werd aangezwengeld door Instrumental, een even wervelende als meeslepende flard joodse folk, gespeeld met een punkattitude, waarin saxofonist Lewis Evans, violiste Georgia Ellery en drummer Charlie Wayne prompt de aandacht naar zich toe trokken. Maar in wezen zijn bij Black Country, New Road alle leden even belangrijk: niemand neemt echt het voortouw, zodat de nadruk telkens weer op het vernuftige samenspel komt te liggen. Zelfs zanger Isaac Woods, verantwoordelijk voor de afwisselend introspectieve en absurdistische stream of consciousness-teksten over hoe onbehaaglijk het is op te groeien in dit gefragmenteerde digitale tijdperk, is een onconventionele spilfiguur. De man eist tijdens de show nooit een centrale plek op, maar posteert zich met zijn akoestische gitaar onopvallend aan de linkerkant van het podium. Bij Black Country, New Road regeert niet zelden de vrije vorm. Nu eens klinken de uitgesponnen nummers van het septet schurend en atonaal en lijken ze voort te spruiten uit zorgvuldig georganiseerde chaos, dan weer schemeren momenten van subtiliteit en melodieuze schoonheid door. Dat laatste was vooral het geval in nieuw werk zoals Concorde, Bread Song (bottom line: 'Don't eat your toast in my bed') of Good Will Hunting, waarin Woods met een zin als 'She has Billie Eilish style' aangaf dat hij wel degelijk voeling heeft met de hedendaagse popcultuur. Ook de courante single Chaos Space Marine klonk op een vreemde manier speels en catchy. De sax van Lewis Evans wees zelfs even richting Springsteen. Crescendo's Dat de muziek aanzette tot bewegen, was niet zo verbazend. Net als Squid vond Black Country, New Road onderdak bij een dance-label (in dit geval: Ninja Tune). Bovendien is bassiste Tyler Hyde de dochter van Karl Hyde, één van de sleutelfiguren van Underworld. De oudere nummers uit de set werden door de hippe meisjes en jongens die naar de Orangerie waren afgezakt spontaan als classics onthaald. Athens, France kreeg van gitarist Luke Mark fraaie motiefjes opgeplakt en de achteloze manier waarop de muzikanten met crescendo's goochelden was meer dan eens adembenemend. Ook het hypnotische Science Fair, meer verteld dan gezongen, voorzien van een stotterende sax en gitaren die, zo te horen, in de New Yorkse Knitting Factory van de band waren gerold, miste zijn effect niet. Toch was er in het universum van Black Country, New Road ook ruimte voor romantiek. In Track X, een kwetsbare en bezielde song die het midden hield tussen Slint en Dirty Projectors, vertelde de zanger bijvoorbeeld hoe hij een meisje zijn liefde verklaarde tijdens een concert van Black MIDI. Het arrangement gaf blijk van de trefzekerheid van een Steve Reich en de bizarre poëzie van Isaac Wood vertoonde zowel Bijbelse als prozaïsche trekjes: 'I tried my best to stay afloat / After I sacrificed the goat / In your name in the same room / Where we fucked as kids / With Abraham and Isaac and all of my greatest hits'. Ironie, satire, de man beheerste het allemaal, maar dat belette hem niet om op geregelde tijdstippen zijn angsten en neuroses bloot te leggen. De finale was er één die ons nu al halsreikend doet uitkijken naar de nieuwe lp van Black Country, New Road. The Place Where He Entered the Blade was versierd met dwarsfluit en steunde op de geraffineerde neo-klassieke piano van May Kershaw, terwijl het epische Basketball Shoes nu al is gepromoveerd tot publieksfavoriet. Toen we de groep twee jaar geleden voor het eerst aan het werk zagen, waren we nog niet helemaal overtuigd, maar in Brussel nam ze een klinkende revanche. Verrassend? Check. Intrigerend? Yep. Onvoorspelbaar? Vast en zeker. Black Country, New Road staat vanaf nu vastgeroest op onze muzikale gps. Nu op de uwe nog.