HET CONCERT: Balthazar en Sohnarr op Parklife in Werchter, op 1/7.
...

Rock Werchter zag zich, al voor de tweede keer op rij, verplicht een beurt over te slaan. Toch bleven de organisatoren niet bij de pakken zitten. Tijdens de hele maand juli serveren ze op de bekende festivalsite, gemiddeld vier keer per week, covid-proof optredens in open lucht voor zo'n 2.500 toeschouwers per keer. Dat bezoekers per bubbel van vier aan ver van elkaar geplaatste tafeltjes moesten zitten, was op zich niet bevorderlijk voor de live-sfeer. Ook de beeldschermen aan weerszijden van het podium waren geen overbodige luxe, want van waar wij zaten leken de muzikanten kleine, onherkenbare stipjes. Maar hey, beggars can't be choosers. Als dit soort initiatieven ertoe bijdraagt dat de zwaar getroffen evenementensector langzaam maar zeker overeind krabbelt, zijn wij de eersten om de loftrompet boven te halen. De openingsdag van Parkife was meteen een familiereünie, want Patricia Vanneste, de dame die schuilgaat achter Sohnarr en veertien jaar als violiste, toetsenspeelster en backingzangeres deel uitmaakte van Balthazar, mocht de feestelijkheden openen. Al is 'feestelijk' eigenlijk niet het gepaste adjectief voor de melancholische muziek waarmee ze de toeschouwers in vervoering trachtte te brengen. Haar prachtige langspeeldebuut Coral Dusk, dat vorig jaar verscheen, was het resultaat van een soort herbronningsreis. Vanneste trok, enkel geladen met twee violen, een microfoon, een MIDI-keyboard en een laptop, naar Zweden en Noorwegen, waar ze de ongerepte natuur opzocht en haar gevoelens de vrije loop liet. Dat leidde tot een aantal vocale en instrumentale stukken, die nu eens herinneren aan het werk van Iva Bittová of Sarah Neufeld, dan weer aan de meest ingetogen momenten van Lamb. Souplesse In Werchter bleek Sohnarr uit vijf muzikanten te bestaan en werden de composities ingekleed met (alt)viool, cello, piano en elektronica. De set begon met drie statig voorbijglijdende, gezongen nummers die het midden hielden tussen alt-folk en neoklassiek: Tiptoe, het met gesamplede beats gelardeerde Radar en The Road. Daarna namen de dramatiek en intensiteit nog toe, om uiteindelijk tot een climax te komen in het fraaie Melomania. Erg mooi allemaal, maar wellicht niet de vibe waar het Balthazarpubliek écht op zat te wachten. Sohnarr gedijt nu eenmaal beter op een klein podium, in een intiemere setting. Met grootschaligheid hebben haar vroegere gezellen al lang geen probleem meer. De jongste tien jaar bewezen de heren van Balthazar al op internationale festivalpodia dat ze van geen kleintje vervaard zijn. In Werchter voelde je meteen dat ze stonden te popelen om het materiaal uit hun in februari verschenen vijfde plaat Sand een podiumbehandeling te geven. Dat werkstuk kreeg in het buitenland, in het onlinemagazine Popmatters bijvoorbeeld, lovende kritieken, maar werd door de meeste recensenten in eigen land als een pas op de plaats ervaren. Door de pandemie werkten de bandleden noodgedwongen elk apart in de studio, waardoor de songs iets minder organisch klonken. Nooit eerder had Balthazar zoveel drumsamples en bassynths gebruikt en zijn loungy pop met jazz-, soul, r&b- en disco-invloeden was dit keer gelardeerd met falsetstemmetjes die zo uit de soundtrack van Saturday Night Fever geplukt leken. Ook wij vonden Sand aanvankelijk iets te glad, maar na herhaalde draaibeurten zijn we stilaan op weg die mening bij te sturen. Live koppelde Balthazar naar goede gewoonte echter energie aan muzikale souplesse. Opener Hourglass -stuiterend Latin-ritme, wiebelende bas, Bee Gees-koortjes- zette de toon voor een show waarin de groep een flinke hap uit Sand zou nemen, maar ook vertrouwde ankerpunten aanbracht, zoals Sinking Ship, het aanstekelijke Do Not Claim Them Anymore en The Boatman (uit hun elf jaar oude debuut Applause). De meeste liedjes steunden op een onweerstaanbare groove, uitgerold door bassist Simon Casier en drummer Michiel Balcaen. Samen legden ze een fundament dat zelfs tegen de zwaarste aardbeving bestand was. Tintelend De twee frontmannen, Jinte Deprez en Maarten Devoldere wisselden elkaar af achter de microfoon, maar lieten hun stemmen ook regelmatig contrasteren binnen de grenzen van hetzelfde nummer. Hét geheime wapen van Balthazar is dezer dagen echter multi-instrumentalist Tijs Delbeke, die zich even beslagen toonde op gitaar en keyboards als op viool en trombone.Van de nieuwe songs onthielden we vooral het kolkende, op de dansvloer mikkende I Want You, de wiegende maar bitterzoete break-upsong You Won't Come Around ('I'm in love and it's hurting me It's not with you', zong Devoldere), het tintelende Moment (waarin achteloos een stukje Kraftwerk-elektronica verborgen zat) en Linger On, dat, naar de geestdriftige publieksreacties te oordelen, wel eens de volgende hit van Balthazar zou kunnen worden. Uit haar vorige lp putte de groep opzwepende nummers als Grapefruit, Entertainment, waarin de gitaar nog eens los mocht gaan, en uiteraard het even fantastische als meeslepende Fever, een wereldsong waarin Delbeke een oriëntaals vioolmotiefje introduceerde. En het publiek? Dat danste inmiddels tussen de tafeltjes. Tijdens de bissen croonde Jinte Deprez nog een eind weg in het inmiddels klassieke Bunker en met Losers ('It feels like we are losers on the verge of something great') plaatste Balthazar een triomfantelijk uitroepteken achter een uitgekiende set die het beste belooft voor Pukkelpop. Of hoe superieure popmuziek van eigen bodem het festivalseizoen moet redden. SETLIST BALTHAZAR: Hourglass / Sinking Ship / Do Not Claim Them Anymore / On A Roll / Boatman / I Want You / You Won't