Donderdag 13 en vrijdag 14 januari 1972. In de New Temple Missionary Baptist Church, gesitueerd in de zwarte wijk Watts in LA, troepen de gelovigen van Reverend James Cleveland samen voor twee bijzondere avondmissen. Met zijn Southern California Community Choir verwelkomt de dominee een filmploeg van Warner Brothers onder leiding van regisseur Sidney Pollack. Die is daarheen gesommeerd om twee optredens van Clevelands beroemdste leerlinge vast te leggen. De ster van Aretha Franklin - net geen dertig - staat op dat moment artistiek en commercieel in het zenit. Maar de weg daarheen is lang en soms bikkelhard geweest.

Hoe het begon

Aretha Franklin zingt voor het eerst in het openbaar op haar tiende, niet lang nadat haar moeder Barbara aan een hartaanval is gestorven. In de Detroitse baptistenkerk van haar vader, dominee C.L. Franklin, zingt ze het gospellied Jesus Be a Fence around Me. Dankzij David Ritz' uitstekende biografie Respect weten we hoe haar oudere zus Erma dat moment beleefde. 'Het was ongelofelijk. Aretha toverde haar extreme pijn om tot extreme schoonheid. Dat was het talent van mijn zus. Ze had het als kind en is het nooit kwijtgespeeld.'

Dat ook Mick Jagger en Charlie Watts van The Rolling Stones helemaal achteraan in de zaal zitten, leidt de aandacht hoogstens een seconde af.

Zingen is voor het getraumatiseerde meisje een manier om zich van de aandacht en bescherming van haar ouweheer te verzekeren. Vader Franklin heeft zich met zijn begeesterende en zangerige preken, die hij al tourend langs kerken en via radio en platen verspreidt, opgewerkt tot een nationale bekendheid. Op nachtelijke feestjes ontvangt de charismatische, los met de zeden omspringende eerwaarde artiesten als Duke Ellington, Ella Fitzgerald, Nat King Cole, Dinah Washington en gospelzangeres Clara Ward, zijn losvaste vriendin en in Aretha's ogen haar grootste rolmodel. Bovendien schaart hij zich met zijn hevige engagement in de voorhoede van de zwarte burgerrechtenbeweging, aan de zijde van Martin Luther King. Religie, muziek, politiek, seksualiteit: zijn tweede dochter zuigt het allemaal in stilte op.

Tijdens haar tienerjaren tourt Aretha Franklin in de gospelkaravaan van haar vader. Tot beiden het erover eens zijn dat haar ontzaglijke gave niet bedoeld is om rondjes te draaien binnen de muren van de kerk. Met pophits voor ogen tekent ze op haar achttiende voor Columbia, dan het grootste label ter wereld. Maar op de reeks platen die ze daar uitbrengt, valt geen staat te maken. Torch songs, Broadwaydeunen, jazzstandards, met r&b gekleurde pop... Tot frustratie van Franklin en Ted White, de dominante en gewelddadige manager met wie ze inmiddels is getrouwd, slaagt ze er niet in de brug naar de blanke mainstream te slaan.

Dat gebeurt pas bij de overstap naar Atlantic, waar mede-eigenaar en producer Jerry Wexler de puzzelstukjes alsnog in elkaar doet passen. Met de single I Never Loved a Man (the Way I Love You) luidt Aretha in februari 1967 het begin van haar gloriejaren in. Niet alleen kroont ze zich tot de definitieve vertolkster van andermans werk - Otis Reddings Respect, Don Covays Chain of Fools, Gerry Goffin en Carole Kings (You Make Me Feel Like) A Natural Woman, Burt Bacharach en Hal Davids I Say a Little Prayer. Ze schrijft ook zelf nummers, zoals het monumentale Think, gericht aan haar man, maar ook zo'n fameuze roep om vrijheid dat een hele generatie zich erin herkent. Daarnaast speelt ze piano en helpt ze haar platen te arrangeren en producen, zonder daarvoor ooit een credit te krijgen. Maar nu het wereldse succes is gevestigd, wil Aretha terug naar waar het voor haar begon: de kerk.

De plaat

Amazing Grace moet een conceptplaat worden die in tegenstelling tot haar voorgaande langspelers, hoe absoluut briljant ook, een eenduidige visie aanhangt. Wat niet betekent dat het live in een kerk op te nemen werk zuiver sacraal hoeft te blijven. Dankzij haar vader heeft Aretha nooit een onderscheid gemaakt tussen godsvruchtige gospel en 'duivelse' jazz, blues en r&b. C.L. Franklin zag het allemaal als lenigende muziek, vruchten van dezelfde oude boom. Daarom valt de keuze voor de muzikale en vocale omlijsting op dominee Cleveland, de voormalige minister of music van Aretha's vader, en diens Southern California Community Choir. Maar ook Aretha's eigen band, samengesteld door de nog geen half jaar eerder doodgestoken King Curtis, hoort erbij. Die vereniging van het spirituele (zang) en het vleselijke (ritme) manifesteert zich tevens in de songkeuze. Traditionele gospelliederen als What a Friend We Have in Jesus, Climbing Higher Mountains en Never Grow Old staan er zusterlijk naast Marvin Gayes Wholy Holy of Carole Kings You've Got a Friend, wereldse songs die Aretha net zo goed omturnt tot verheven hymnes, uitingen van geloof, liefde, trots of pijn.

Het is zonneklaar dat Franklin op die twee januari-avonden een beeld ophangt van wie ze is en wie haar heeft gevormd. Dat doet ze enkel en alleen door - geen overdrijving - goddelijk te zingen. Het publiek aanspreken doet ze niet, dat ceremoniële gedoe laat ze over aan dominee Cleveland, die zich als zanger en pianist evenzeer in het zweet werkt. Met Old Landmark en How I Got Over passeren ook twee songs van Clara Ward, aanwezig op de eerste rij, naast de blakende C.L. Franklin. Verder kan ook Precious Lord, Take My Hand niet ontbreken, de favoriete lofzang van Martin Luther King, waarin God wordt gevraagd om leed om te zetten in hoop en kracht.

De film

Nog meer dan de originele dubbelelpee uit 1972 vloeit uit de pas dit jaar uitgebrachte filmversie (te wijten aan technische moeilijkheden en Franklins bezwaren tegen de uiteindelijke vervolmaking ervan) pure vervoering voort. Niet in de mate waarin het cliché het u influistert - een volle kerk dansend, de handen wuivend en 'praise the Lord!' exclamerend. Neen, wat Amazing Grace zo mooi en innemend maakt, is de devotie en innige spiritualiteit die eruit spreekt. Dat ook Mick Jagger en Charlie Watts van The Rolling Stones respectvol helemaal achteraan in de zaal zitten, leidt de aandacht hoogstens een seconde af.

Net zoals Aretha Franklin zich haar hele leven verschanst heeft achter een muur van formele afstandelijkheid en zelfs loden stilte, maakt ze tijdens de momenten waarop ze in Amazing Grace níét zingt een bedeesde, zelfs ongeboeide indruk. Maar zodra ze haar lippen aan de microfoon zet, lijkt het alsof ze een rechtstreekse lijn met God inlegt, Hij bij wie ze als moederloos meisje soelaas had gevonden. Wat ze voelt en op zo'n fenomenale wijze tot uitdrukking brengt, valt voor elk mens op een universeel, hoger plan ogenblikkelijk te begrijpen.

In de film zult u derhalve mannen en vrouwen gereduceerd zien tot blikken van ongeloof, gezegende glimlachen en ongeveinsde tranen. Aretha Franklins producer Jerry Wexler, een overtuigde atheïst, vond Amazing Grace 'de Sixtijnse kapel van de religieuze muziek'. Maar dan wel een kapel waarin u - gegarandeerd - ook aan seks zult denken.

Amazing Grace

14/10 om 13.20 uur, 16/10 om 20 uur, 17/10 om 14.30 uur in Kinepolis.

Aretha Franklin

Geboren op 25 maart 1942 in Memphis, Tennessee.

Verliest haar moeder wanneer ze tien is.

Raakt op haar twaalfde en op haar veertiende zwanger van zonen die door haar grootmoeder zullen worden grootgebracht.

Trouwt in 1961 met Ted White, die haar manager wordt maar haar fysiek mishandelt.

Beleeft haar absolute artistieke top tussen 1967 en 1972 op het Atlantic-label.

Brengt in 1972 de dubbele, live opgenomen gospelplaat Amazing Grace uit, volgens velen haar beste werk.

Toont zich naast een van de grootste zangeressen aller tijden ook een notoir voorvechtster van burger- en vrouwenrechten.

Wordt na haar dood, op 16 augustus 2018, door ex-president Barack Obama geprezen omdat 'we in haar stem onze geschiedenis voelden, in elke nuance - onze kracht en onze pijn, onze duisternis en ons licht, onze zoektocht naar verlossing en ons hard bevochten respect'.