Getrouwd. Een kind. Tevreden. Fuck. Was Bill Callahan, die al meer dan twintig jaar in panoramische tableaus onder een blauwe maan sardonisch zong over smart, onzekerheid en droefenis, samen met zijn kwelduivels ook zijn muze kwijtgespeeld, vroeg hij zich af in de jaren na zijn vorige, Dream River (2013). Maakt een gelukkiger Bill, de mens, een minder goede Bill, de songschrijver? Nee, maar het scheelde niet veel.
...

Getrouwd. Een kind. Tevreden. Fuck. Was Bill Callahan, die al meer dan twintig jaar in panoramische tableaus onder een blauwe maan sardonisch zong over smart, onzekerheid en droefenis, samen met zijn kwelduivels ook zijn muze kwijtgespeeld, vroeg hij zich af in de jaren na zijn vorige, Dream River (2013). Maakt een gelukkiger Bill, de mens, een minder goede Bill, de songschrijver? Nee, maar het scheelde niet veel. Want 'it sure feels good to be writing again', klinkt het in Writing, met die vertrouwde bariton. 'Music came down from the mountain/ And she danced with all the men', bezingt Callahan de muze. Een contrabas kan zijn pret niet onderdrukken, een lapsteel vlijt zich ontspannen neer, als een spinnende poes bij zijn pantoffels. Dit is een nieuwe Bill Callahan, gemasseerd door huiselijk geluk: warmer, losser en lichtjes van zijn melk. En dan wil een man weleens trakteren. Op zomaar eventjes twintig songs, bijvoorbeeld, meer dan op zijn vorige twee albums samen. Maar ook op shotjes tequila, zoals in Angela. 'Just like motel curtains, we never really met', mijmert Callahan, terwijl een barorkest met één oog op de uitgang de laatste loodjes samenborstelt. Nostalgie, het staat hem. De goede whisky mag uit de kast voor The Ballad of the Hulk, een rondje contemplatie op z'n Lee Hazlewoods, over de 'ancient aches' uit zijn jeugdjaren. In Watch Me Get Married walst een dartel orgeltje dan weer doorheen de kosmische countryrock van The Flying Burrito Brothers, een universum waar Phosphorescent, nog zo'n treurwilg die zich gerecht heeft, zich tegenwoordig ook soms beweegt. 'They say I died/ And all that survived were my lullabies', laat Callahan de gereanimeerde songschrijver aan het woord tijdens Son of the Sea, alweer zo'n door het ochtendkrieken gekust wiegelied. In de uitgebeende countryblues van Camels is het John Lee Hooker die uit het graf rijst - enkel om zich om te draaien en weer te gaan liggen, omdat hij hoort dat alles goed is. Té veel hoogtepunten om op te sommen, maar eentje moet er nog bij: in het teergevoelige What Comes After Certainty citeert Callahan Hank Williams, maar de mooiste woorden schrijft hij zelf: 'True love is not magic, it's certainty/ And what comes after certainty/ A world of mystery.' En dat, dát heet dan gelukkig zijn.