Hoe dat komt? Ten eerste fluistert intuïtie deze chronisch psychedelische kwibussen uit Oklahoma City steevast in om het roer een zwaai te geven vlak voordat routine op de radar verschijnt. Astrologische psychrock met door Karen O (Yeah Yeah Yeahs) nagebootste dierengeluiden, mistroostige krautelektronica, monologen over eenhoorns: het blijft ten slotte ook maar zo lang spannend.
...

Hoe dat komt? Ten eerste fluistert intuïtie deze chronisch psychedelische kwibussen uit Oklahoma City steevast in om het roer een zwaai te geven vlak voordat routine op de radar verschijnt. Astrologische psychrock met door Karen O (Yeah Yeah Yeahs) nagebootste dierengeluiden, mistroostige krautelektronica, monologen over eenhoorns: het blijft ten slotte ook maar zo lang spannend. Ten tweede vernam kapitein Wayne Coyne na de dood van Tom Petty in 2017 dat die begin jaren zeventig met zijn band een tijdje in Tulsa, Oklahoma had verwijld. Genoeg voor Coyne om zich in te beelden dat zijn oudere, drugsdealende broers toen misschien iets verdiend hebben aan Petty en co. Tot slot mocht Coyne vorig jaar voor het eerst nageslacht verwelkomen, op zijn 58e. Dat alles klotst samen op American Head, een in somberende maar ook tedere heimwee gesopte rêverie waarin The Flaming Lips voor de zoveelste keer boven de kloeke thema's liefde, leven en dood cirkelen. Alleen is de invalshoek nu beduidend persoonlijker. Coyne en multi-instrumentalist Steven Drozd, de creatieve spil van het septet, dreven een resem jeugdherinneringen en -angsten samen waarin vooral naaste familieleden de hoofdrollen wegkapen.Zo verhaalt het album over (soms gefantaseerde) motorongelukken, overvallen, gevangenisstraffen en zelfmoorden. En drugs, natuurlijk. Drie titels noemen een verdovend middel bij naam (vier, zegt Karl Marx, want we sluiten af met My Religion Is You). Het maakt van de plaat, in de woorden van Wayne Coyne, ' a fucked-up hippie version of Bruce Springsteen writing about his home town'. Deprimerend? Geenszins. Net als op The Soft Bulletin (1999) of Yoshimi Battles the Pink Robots (2002) klinkt het alsof Coyne en co. een kussen met veertjes leegschudden. Piano's, strijkers en orgels kregen een hartverwarmende coating, etherische elektronica heft het geheel van de grond, veel gitaren wiegen in bucolische folk. You n Me Sellin' Weed gaat éven over in een olijke countrygalop, met een featuring van loeiend vee. Maar de grootste verrassing is de geweldige gastzang van countryster Kacey Musgraves in het woordenloze Watching the Lightbugs Glow en het duet God and the Policeman. Alsof hij nu pas wil toegeven dat veel onschuld onherroepelijk verloren is, kraait Wayne Coyne in Assassins of Youth: 'Oh my younger self/ I miss you/ Yes, I do.' Een rozegrijze wolk van een plaat.