De verrassingsrelease van Shore viel precies samen met de septemberequinox, het moment waarop de zon pal op de evenaar staat, en dag en nacht vrijwel even lang zijn. Mocht u dus denken dat Robin Pecknold verlost was van zijn drang om teksten en muziek af te stemmen op hoogdravende symboliek en heidense natuurkrachten: ook deze vos verliest zijn streken niet.
...

De verrassingsrelease van Shore viel precies samen met de septemberequinox, het moment waarop de zon pal op de evenaar staat, en dag en nacht vrijwel even lang zijn. Mocht u dus denken dat Robin Pecknold verlost was van zijn drang om teksten en muziek af te stemmen op hoogdravende symboliek en heidense natuurkrachten: ook deze vos verliest zijn streken niet. Toch is Shore een minder gesofisticeerd werkstuk geworden dan zijn hermetisch dichtgeplamuurde voorganger Crack-Up (2017). Aan de premisse zal het niet gelegen hebben: 'Een album dat het leven in het aanschijn van de dood viert', schrijft Pecknold in de lange persbio. Een werk van lange adem (alweer), dat aanspoelt in een tijdsgewricht waarin we met z'n allen naar frisse lucht happen. Zorgt meteen voor een nieuwe wind: debutante Uwade Akhere, die met hese meisjesstem de plaat van de kant duwt in Wading through Waist-High Water, dat naadloos overvloeit in het geestdriftige Sunblind. Een vliegende start, waarbij Pecknold het hoofd buigt voor gevallen helden als Bill Withers, Arthur Russell en Richard Swift: 'I'm loud and alive, singing you all night.' En zingen doet hij, als vanouds gestut door pastorale harmonieën, maar ook meer neuzelend dan anders (in het extreem dylaneske I'm Not My Season), verzuchtend (tijdens het heerlijke, ingetogen bruggetje driekwart ver in Can I Believe You), en met so(m)bere kopstem, tussen de spikkels Spaanse gitaar en jazzy pianoakkoorden van Featherlight. Twee jaar schrijven in drie landen, schaven in een veelvoud aan studio's, samen met een lange lijst technici en interimmuzikanten: dat is veel, en 'veel' is wat Robin Pecknold niet laten kan. Uiteindelijk is Shore toch weer zo'n rasechte Fleet Foxes, zo breed en uitgestrekt als zijn titel suggereert, vol barokke overspanningen, schier eindeloze crescendo's en megalomane details. De sample van een aftellende Brian Wilson, bijvoorbeeld, tijdens de intro van Cradling Mother, Cradling Woman. Iets waar alleen een artistieke neuroot van klaarkomt. Naar verluidt is hij al begonnen aan een volgend album. Een eerste volwaardige groepsplaat van een eenmansorkest waarvan de dirigent tot nu toe enkel door zijn eigen geduld en ambitie op de proef werd gesteld. 'I'm incredibly excited to see where those songs end up', aldus Pecknold. Misschien eens op een andere oever?