De allereerste keer dat Steiger ons pad kruiste, was in hun thuisbasis Gent. Het trio zat verstopt onder een donkere trappenruimte van een aftands buurtcentrum dat weldra tot nieuwe artistieke vrijhaven geherwaardeerd zou worden. Ze speelden jazz, maar - net zoals de trappen en gangen om hen heen - met meer dan één hoek af. Door vrijelijk te stoeien met electronica leken Gilles Vandecaveye (piano), Kobe Boon (bas) en Simon Raman (drums) even schatplichtig aan Portishead of Beak> al...

De allereerste keer dat Steiger ons pad kruiste, was in hun thuisbasis Gent. Het trio zat verstopt onder een donkere trappenruimte van een aftands buurtcentrum dat weldra tot nieuwe artistieke vrijhaven geherwaardeerd zou worden. Ze speelden jazz, maar - net zoals de trappen en gangen om hen heen - met meer dan één hoek af. Door vrijelijk te stoeien met electronica leken Gilles Vandecaveye (piano), Kobe Boon (bas) en Simon Raman (drums) even schatplichtig aan Portishead of Beak> als aan Thelonious Monk. De voorlaatste keer dat we hen aanschouwden, was in een cinemazaaltje van het KASK, waar de heren leergeld betaalden aan het conservatorium. Die avond begeleidden ze er live enkele kortfilms uit het Sovjettijdperk van de Russische animatielegende Joeri Norstein, een spannende evenwichtsoefening tussen grimmig en speels. Op Gent Jazz, begin deze zomer, benutte het compacte drietal dan weer elke kubieke meter van de grote tent. Posteer ze op een podium en Steiger speelt niet in de ruimte maar mét de ruimte. Dat amorfe concept werd optimaal uitgewerkt op Give Space, hun tweede elpee. Zeven tracks, à la minute opgenomen op verschillende locaties, zoals een pianoatelier, een varende boot op de Leie, in containers in de Gentse Floraliënhal en de Sint-Baafskathedraal. Een statement: zonevreemd is onze comfortzone. Ook muzikaal schuren ze langs en over de lijntjes. Met opener And There They Stood schiet de plaat uit de blokken als een locomotief die versnelt terwijl de bouten en raderen nog snel geolied worden. Wie de laatste Madensuyu kon smaken gaat vrijwillig op de rails liggen. Tijdens Captain Hooker zwalpen ze van stuur- naar bakboord, maar behalve vuur in de vingers hebben de jongens blijkbaar ook zee in de benen. Net zoals bij dat andere pianotrio, generatie- en gouwgenoten De Beren Gieren, sluit sérieux kinderlijke speelsheid niet uit, en omgekeerd. In Chin-de-Dah wordt aftastend gezocht naar de sleutel tot de head space van Monk en Mingus. Eens die gevonden is, moet de hele inboedel eraan geloven. Female Pope kaatst alle kanten op, wordt door Raman even bij het nekvel gegrepen door een kurkdroge solo - een van de weinige -, maar zwelt dan opnieuw weids en wild aan tot de apotheose. Steiger maakt geen muziek voor hokjes en al evenmin voor rustige fietstochtjes. Tenzij u er de stokken in de wielen wilt bijnemen, natuurlijk.