Julius Caesar, Indiana Jones, Anne Frank, Martin Luther King, Etta James, generaal George Patton, Allen Ginsberg, Al Pacino: deze en nog véél meer lieden fluit Bob Dylan (79) samen op zijn negenendertigste plaat.
...

Julius Caesar, Indiana Jones, Anne Frank, Martin Luther King, Etta James, generaal George Patton, Allen Ginsberg, Al Pacino: deze en nog véél meer lieden fluit Bob Dylan (79) samen op zijn negenendertigste plaat. Wie alle betekenislagen die daardoor ontstaan wil doorploegen, doet maar. Voor de modale burger volstaat dat de song and dance man hier een toch wel meesterlijk tableau over het wezen van de mens heeft geborsteld. Een soort, zo meent hij profetisch maar nooit betweterig, die sinds de moord op JFK finaal in het tijdsvak van de antichrist is gekwakkeld, de transitzone tussen het vagevuur en het hiernamaals. Terwijl False Prophet goddeloosheid en wraak verspreidt, verwelkomt de protagonist in Black Rider de dood als verlosser, want 'my soul is distressed, my mind is at war'. Hoogmoed voor de val is dan weer het thema van My Own Version of You, een sardonische kaping van Mary Shelleys roman Frankenstein. Ook andere jolige thema's zoals geweld, verderf en moord dienen zich aan, culminerend in de zeventien minuten durende Billboard- nummer 1-hit Murder Most Foul. Maar Zimmy zou zichzelf niet zijn zonder dat hij tussen de regels door, of open en bloot voor wie het zien wil, ook zijn eigen levenswerk en sterfelijkheid aansnijdt. Al in de eerste minuten van deze wijdse dubbelplaat borduurt hij voort op een bedenksel van dichter-journalist Walt Whitman: 'I'm a man of contradictions, I'm a man of many moods, I contain multitudes.' Een metaforische eerste persoon is dat, maar dus zeker ook een letterlijke. Zo verweeft Dylan zijn eigen mythologie met die van illustere voorbeelden, terwijl hij de wereld langzaam naar het afvoerputje ziet glijden. In al die briljant rijmende doemverzen krijgt men nochtans ook zicht op spiritualiteit, troost en liefde. Maar de heilzaamheid daarvan laat de bard, geslepen artiest als hij is, uiteraard in het midden. U zult het deze houder van een Nobelprijs voor Literatuur niet ten kwade duiden dat de songs, betrokken uit mijmerende folk dan wel simpele rhythm-and-blues, muzikaal gewoon rechtdoor schuifelen, hoe subtiel ze ook zijn ingespeeld. Al de rest op Rough and Rowdy Ways bulkt namelijk wél van ambitie: lyrisch, maar ook zangtechnisch. De afgelopen jaren drie platen met jazzstandards volneuzelen blijkt Dylans oude rasp te hebben omgesmolten tot een heus instrument, dat tot delicate nuances én variatie in staat is. Maak dat mee.