Als psychologisch fenomeen is het nog betrekkelijk nieuw, maar er blijkt een emotionele tol vast te hangen aan onze ingrijpende belasting van de planeet. Die zogenaamde climate grief valt het best te omschrijven als een staat van rouw, angst en ontreddering die veel dieper reikt dan schuldgevoel omdat voor een klein bruin gesneden weer de auto is genomen.
...

Als psychologisch fenomeen is het nog betrekkelijk nieuw, maar er blijkt een emotionele tol vast te hangen aan onze ingrijpende belasting van de planeet. Die zogenaamde climate grief valt het best te omschrijven als een staat van rouw, angst en ontreddering die veel dieper reikt dan schuldgevoel omdat voor een klein bruin gesneden weer de auto is genomen. Wat The Weather Station - de alias van de Canadese zangeres en liedjesschrijfster Tamara Lindeman - op vijfde plaat Ignorance laat horen, zijn geen pamfletten tegen plastic in de oceanen of het uitsterven van de Javaanse neushoorn. Lindeman slaakt pijn zo wezenlijk dat die veeleer door een medemens lijkt veroorzaakt: iemand die van haar is weggerukt, haar vertrouwen heeft geschonden. En toch voelt niet een ex-lief maar het milieu als een jas die niet meer past. Die weltschmerz 2.0 manifesteert zich in haar songs op intense, maar zeker niet eenduidige manier. In de sterke, aan late Talk Talk verwante single Robber is ze verontwaardigd over de wetten en de banken die de ecologische aanslagen onder onze neus hebben beraamd. Atlantic benadrukt natuurschoon zoals een bloedrode zonsondergang in de eerste plaats wat we naar de knoppen aan het helpen zijn. Verderop heeft Lindeman het over ontkenning, verlangen, zelfs wanhoop zo overrompelend dat het nut van zingen haar ontgaat. Deprimerend? Dat ook weer niet. Lang verwijlde Lindeman in de folkhoek, maar sinds The Weather Station (2017) is het rustieke en akoestische er definitief af. In acht van de tien songs trekt de ritmesectie een rechte, horizontale lijn. Die dwangmatige orde contrasteert met Lindemans vrij zwevende zang en teksten die zich al langer niet meer door de conventies van rijm of bondigheid laten kooien. Lindeman als de Eefje de Visser van Canada? Welja, ook omdat ze allebei toegankelijke maar toch verrassende pop beogen. Die ritselende elektronica of in- en uitvoegende strijkers, die improv-stootjes op sax en fluit, die gestage opbouw naar een climax in Robber of Loss: ze maken deze persoonlijke ecoplaat mee bijzonder. Parking Lot is misschien wel de puurste popsong die Lindeman al schreef, de Fleetwood Mac van Tango in the Night achterna. Ook Heart of Atlantic zouden in de eighties onweerstaanbaar uit een autoradio hebben geklonken, met hun stuwende motoriek en attractieve, glanzende productie. Kortom, een plaat waaraan u iets kunt hebben. Maar jammer voor die neushoorn.