Bekend is hij niet. Slechts in parochiezalen en sporthalcafetaria's wil zijn naam eens vallen, wanneer tijdens een muziekquiz de vraag dient beantwoord welke zanger, songschrijver, multi-instrumentalist en producer in de eighties en nineties succes oogstte met de groepen Tony! Toni! Toné! en Lucy Pearl vooraleer solo de retro-r&b-toer op te gaan.
...

Bekend is hij niet. Slechts in parochiezalen en sporthalcafetaria's wil zijn naam eens vallen, wanneer tijdens een muziekquiz de vraag dient beantwoord welke zanger, songschrijver, multi-instrumentalist en producer in de eighties en nineties succes oogstte met de groepen Tony! Toni! Toné! en Lucy Pearl vooraleer solo de retro-r&b-toer op te gaan. Daarvóór had Saadiq (Charlie Ray Wiggins voor zijn moeder) als bassist van Sheila E. al meegetoerd met zijn grote voorbeeld Prince. Dat hij voorts wat gedaan kreeg met zowel Lionel Ritchie, Whitney Houston en Stevie Wonder als met D'Angelo, A Tribe Called Quest en Solange volstaat ruimschoots om hem tot de Zelig van de zwarte Amerikaanse muziek van de afgelopen dertig jaar te bombarderen: een onopvallend alomtegenwoordige figuur. Maar nooit eerder heeft Raphael Saadiq zo'n straffe proeve van kunnen afgeleverd als met Jimmy Lee. Al sinds zijn prille jeugd in Oakland, Californië verloor hij de ene broer na de andere zus - drugs, (zelf)moord, verongelukt bij een politieachtervolging. Zijn muziek is zelden de plek geweest om die drama's te delen. Tot nu. Toch schetst Jimmy Lee, genoemd naar zijn door heroïne opgeëiste broer, meer dan een familiale tragedie. Vanaf de rauwe ouverture Sinners Prayer (boodschap: ook drugsverslaafden kunnen het hart op de juiste plaats bewaren), over het indringende Kings Fall, van het tweeluik Rikers Island (ja, de New Yorkse gevangenis) naar het door Kendrick Lamar voorgedragen Rearview betreurt Saadiq dat het noodlot van zijn broer verre van uniek is, en zelfs door een perfide systeem in stand wordt gehouden. Klinkt muy heavy? Weet dan dat Raphael Saadiq ook als artiest altijd hoopvol door het leven is gedarteld. Dat pad slijt hij verder uit in de door een vette baslijn gepimpte discofunk van So Ready, het zoete Something Keeps Calling, de geagiteerde electrojam My Walk en ouderwetse gospelsoul van Belongs to God. Durf, ambitie, inlevingsvermogen, sociaal bewustzijn: misschien daagt het u dat ook mijlpalen zoals What's Going On en Sign 'O' the Times over die trekjes beschikken. Alleen het feit dat Saadiq zijn verhaal in een mozaïekvorm dwingt door elke song abrupt te beëindigen, terwijl de stijlen elkaar zo al in hoog tempo opvolgen, maakt de kennismaking stroever dan nodig. Raphael Saadiq zit binnenkort geheid weer in een Vlaams achteraflokaal. Maar tussen uw oren past hij beter.