'Ik wil mensen leren om alleen te zijn', vertrouwde Moses Sumney ons vier jaar geleden toe, toen hij in Brussel zijn debuutalbum Aromanticism (2017) kwam promoten. Een plaat waarop hij naar eigen zeggen gevoelens van vervreemding en isolement wilde oproepen, door middel van een zo minimaal mogelijke inkleding. Niet lang na ons gesprek ging Sumney nog een stapje verder. Hij verliet het sociale vangnet van Los Angeles en vestigde zich in Asheville, North Carolina, een stad in het Appalachengeber...

'Ik wil mensen leren om alleen te zijn', vertrouwde Moses Sumney ons vier jaar geleden toe, toen hij in Brussel zijn debuutalbum Aromanticism (2017) kwam promoten. Een plaat waarop hij naar eigen zeggen gevoelens van vervreemding en isolement wilde oproepen, door middel van een zo minimaal mogelijke inkleding. Niet lang na ons gesprek ging Sumney nog een stapje verder. Hij verliet het sociale vangnet van Los Angeles en vestigde zich in Asheville, North Carolina, een stad in het Appalachengebergte. Het isolement in het groen werkte bevrijdend en Sumney maakte er Græ (2020), een impressionante dubbelaar waarop de man met de falsetstem en ingetogen soulhybrides vervelde tot een stilistische kameleon en een auteur met fijn geslepen pen . 'I needed a space to articulate my own loneliness, not at the level of state, or nation, or race, or place', klinkt het op Live from Blackalachia, een livealbum waarvoor Sumney richting zijn weids beboste achtertuin trok. Er hoort ook een concertfilm met dezelfde naam bij, gefilmd in die uitgestrekte Blue Ridge Mountains, met een publiek van krekels en fluitende vogeltjes. In dat rustieke decor torent de imposante Sumney als een uit ebbenhout gebeeldhouwde alien uit boven het malse gras van de wildernis. Hij lijkt wel een bovenaardse adonis, en zo klínkt hij ook. Zelfs zonder studiotrucjes is die wendbare falset een machtig instrument. Virile en Bless Me, een track uit Græ die hier haast in lengte verdubbeld, moeten qua dynamiek en overgave niet onderdoen voor sommige liveopnames van Jeff Buckley. Ook het over een space-orgeltje kabbelende Bystanders (in Space) blijft moeiteloos overeind, ontdaan van overdubs en overlappende harmonieën. Net voor de tweede helft van de plaat breidt Sumneys begeleidingsband (op drums, bas, gitaar en viool) uit tot een zevenkoppige formatie met cello, saxofoon en trombone. Tijdens Colouour nemen de blazers het voortouw en breien ze een speelse, jazzy intro aan de zwoele torch song. Nog meer jazzornamentjes vindt u in de gitaar die Plastic begeleidt, sober gestript van de synths van het origineel. In de film zien we Sumney enkele meters hoog aan kabels door de lucht zweven, als een engel die opgaat in de nacht. Symbolisch, voor een artiest die alle genres overstijgt en wil ontsnappen aan geijkte verwachtingen of vergelijkingen. 'Too much is not enough', zingt hij in Virile. Dat vat deze grote meneer mooi samen.