Kan één album in een en hetzelfde jaar twee keer vier sterren in de wacht slepen? Wel als je Moses Sumney heet, zo blijkt. Dat zit zo: de donkere prins van de genderfluïde, poëtische r&b en theatrale, kosmische soul besloot zijn tweede worp in opgesplitste etappes uit te rollen. Mocht de voorgaande omschrijving van de Ghanese Amerikaan met de wendbare falset u bekend in de oren klinken: ze stond eind februari in een korte bespreking, waarin we de lof voor Græ: Part...

Kan één album in een en hetzelfde jaar twee keer vier sterren in de wacht slepen? Wel als je Moses Sumney heet, zo blijkt. Dat zit zo: de donkere prins van de genderfluïde, poëtische r&b en theatrale, kosmische soul besloot zijn tweede worp in opgesplitste etappes uit te rollen. Mocht de voorgaande omschrijving van de Ghanese Amerikaan met de wendbare falset u bekend in de oren klinken: ze stond eind februari in een korte bespreking, waarin we de lof voor Græ: Part 1 niet spaarden. Nu het tweeluik in zijn volledige glorie te beluisteren is, verdient Sumney het om nog eens voluit in de schijnwerpers te blinken. Græ, twintig tracks lang en uit te spreken als 'grey', is namelijk een impressionant werkstuk van inhoudelijke diepte, vocale pieken en aanzienlijke, muzikale vleugelwijdte. Oude bekenden die we in deze tijden wél innig kunnen omhelzen zijn de Broadwayfunk van Cut Me (denk Prince circa Diamonds and Pearls), de jazzy, in dub opgekweekte torch song Colouour (met Shabaka Hutchings op sax), en Neither/Nor, waarin zoveel dingen tegelijk voorbijsuizen dat ons vergelijkingskompas zichzelf naar de vaantjes draaide. Een familiestuk, nochtans. Moses Sumney is een homo universalis, de stilistische kameleon die zich bij elke gradatie, elke textuur en in elk contrast lekker in zijn vel voelt, en een auteur met fijn geslepen pen. Geen sinecure, om een onderwerp als polyamorie zonder platitudes in een gevoelige, akoestische folkballade te gieten, zoals in Polly: 'If I split my body into two men/ Would you then love me better?/ Octopus myself so you weather this'. Ook rondpoeperij verwoorden als 'cornucopia of just-in-cases' is bij de pinken. Wie het Latijn niet machtig is: 'hoorn des overvloeds' is in deze een schrandere metafoor - voor de hele plaat, trouwens. Wel stellen we vast dat de nieuwe lichting songs die Græ vervolledigen aan de meer sobere kant van Sumneys spectrum vallen. Dat geldt ook voor de spacy gospel van Bless Me, en voor Me in 20 Years, dat zich tussen Antony and the Johnsons van vroeger en - met dank aan de productie van Oneohtrix Point Never - The Weeknd van nu vlijt. Alles samen te lang of te intens voor één zitting? De oplossing is eigenlijk simpel: bestellen op vinyl, en zelf deze dubbelaar opsplitsen in luisterschijfjes naar keuze.