De kleine lettertjes leren dat Seek Shelter - de vijfde al voor deze Kopenhagenaars - in de Portugese studio van Sonic Boom (ex-Spacemen 3) ter wereld is gebracht. Het eerste wat ons de oren doet spitsen, is een dameskoor. In ouverture Shelter Song, en wat verderop ook in Love Kills Slowly, voert die vlammende schare je mee naar een van die zalig slepende momenten van Exile on Main St. van de Stones , nog altijd ons favoriete verblijf in Zuid-Frankrijk waar we zelf niet bij waren. H...

De kleine lettertjes leren dat Seek Shelter - de vijfde al voor deze Kopenhagenaars - in de Portugese studio van Sonic Boom (ex-Spacemen 3) ter wereld is gebracht. Het eerste wat ons de oren doet spitsen, is een dameskoor. In ouverture Shelter Song, en wat verderop ook in Love Kills Slowly, voert die vlammende schare je mee naar een van die zalig slepende momenten van Exile on Main St. van de Stones , nog altijd ons favoriete verblijf in Zuid-Frankrijk waar we zelf niet bij waren. Het Lisboa Gospel Collective heten ze trouwens. Nou, aangenaam. Gegraai in americana is op zich niks nieuws voor deze iconoclastische Scandinaviërs. Eerder bepotelden ze al hardcore, postpunk en goth, later waren chanson en cabaret niet meer veilig. Ook Seek Shelter is veelzijdig, maar met de balans zat het misschien nog nooit zo goed. Het helpt dat zanger Elias Bender Rønnenfelt zijn benevelde zwartkijkerij minder ostentatief belijdt. De dagen dat Iceage qua ontaarding The Birthday Party of Gallon Drunk naar de kroon stak, lijken achter ons te liggen. Wat zich ter hoogte van Gold City en Dear Saint Cecilia afspeelt, geeft alweer blijk van vervelling. Het eerste trekt zich op gang als een gezellige trage van seventiesrocker Bob Seger, krijgt dan plots stadionzotheid à la Bruce Springsteen in de kop, maar blijft wel als Iceage herkenbaar. Dat wil zeggen: charmant zwalpend. Vervolgens is Dear Saint Cecilia de conventioneelste maar meest met fors opgeblazen wangen gespeelde rocker die de Denen al hebben geproduceerd. En komen daar nog wat blazers laag overscheren? Heerlijk. Het wervelende The Wider Powder Blue gromt, sust en jankt, een puike bewijsvoering dat deze jongelingen (ze moeten nog altijd dertig worden) wel degelijk gegroeid zijn in hun muzikale kunde. Beter dan met de sinistere indiedance van Vendetta speelden ze hun fascinatie voor Primal Scream nooit uit. Het oude, diep in het reddeloze duister afdalende Iceage richt zich alsnog op in de crash and burn-energie van High & Hurt, een knieval voor het altaar van The Stooges waarin niettemin een meezingbaar refrein is gesmokkeld. Ook The Holding Hand, waarin Rønnenfelt kronkelend op een spijkerbed om verlossing kermt, is geen song die je als klankbehang opzet. Het gezwollen einde mag naast dat van Metallica's The Call of Ktulu staan. Seek Shelter? In elk geval niet voor déze plaat.