The Good, The Bad & The Queen - Merrie Land

Albarn sleet zijn vroege levensjaren in de multiculturele metropool Londen en verhuisde op zijn negende naar het kneuterige, landelijke Sussex. Zijn referentiekader omvat zowel kunstscholen, Fred Perry-polo's, theedrinken, spoken als golvende groene weiden. Qua warmte voor het vaderland spreekt Blurs Cool Britannia-klapstuk Parklife voor zich. Maar Albarn deed nog wel meer pogingen om de kern van Engelse eigenheid te prikken: herinner u zijn historische popopera Dr Dee (2011) of de van jeugdsentiment doortrokken soloplaat Everyday Robots (2014).

Toch wrong er ook altijd wat aan zijn Englishness. Daaraan gaf Albarn elf jaar geleden lucht met The Good, The Bad & The Queen. Dat ereclubje van oudere jongeren - een high five voor bassist Paul Simonon (The Clash), gitarist Simon Tong (The Verve) en drummer Tony Allen (Fela Kuti) - praatte hij een loom gevoel van onbehagen aan. Het waren tenslotte de dagen waarop Britse troepen nog steeds het Amerikaanse baasje achternahuppelden in Irak. Niet gek dat Albarn zichzelf op tournee in een oubollig begrafeniskostuum stak.

Men staat er evenmin van te kijken dat zijn stemming nauwelijks leutiger is geworden nu zijn land, danig verdeeld over het spook van de brexit, zich mentaal aan de rand van Europa heeft gemanoeuvreerd. 'To the fanfare of progress it's always the same/ We cheer on the clowns as they roll into town', sakkert hij in de titelsong.

Ondanks de specifieke vonk waaruit Merrie Land is geboren, vallen vooral de gelijkenissen met de titelloze voorganger uit 2007 op. Opnieuw ontplooit het viertal (plus dit keer Bowie-luitenant Tony Visconti achter de knoppen in plaats van Danger Mouse) een doezelige songcyclus waarin Albarns kermisorgel en Simonons dubbende bas de zaak een ouderwets, vertraagd cachet geven. En opnieuw lijkt Ghost Town van The Specials - nationale malaise gevat in luttele minuten en een van Albarns grootste knuffelsongs - model te hebben gestaan.

Dat maakt van Merrie Land een cri de coeur rond identiteit. Als tegengif voor de tweedracht strooit Albarn doorlopend met veelal archaïsche elementen van nationale gevoelswaarde: de meiboom, het schip Empire Windrush (een oorlogstrofee uit WO II), kliffen en kastelen, ja zelfs Forever and Ever van de Griekse charmezanger Demis Roussos.

Eigenheid, het blijft een raar beest.

Streamtips: Merrie Land // Ribbons // The Poison Tree