Met de rauwe, experimentele jazzrock van zijn eerste twee platen blies Nordmann overal het stof van af. Gaandeweg keek de groep evenwel liever toe hoe die deeltjes zonder haast in de lucht bleven dwarrelen. Dat viel niet enkel aan het bedaarde In Velvet (2020) te horen, ook Mattias De Craenes eigen eerste ep trok datzelfde jaar een deken van - weliswaar abstracte - vredigheid over zich heen.
...

Met de rauwe, experimentele jazzrock van zijn eerste twee platen blies Nordmann overal het stof van af. Gaandeweg keek de groep evenwel liever toe hoe die deeltjes zonder haast in de lucht bleven dwarrelen. Dat viel niet enkel aan het bedaarde In Velvet (2020) te horen, ook Mattias De Craenes eigen eerste ep trok datzelfde jaar een deken van - weliswaar abstracte - vredigheid over zich heen. Patterns for (a) Film gaat op dat elan verder, zij het met een grotere narratieve kracht. De Craenes gelaagde composities, die hij met loopstations en effectpedalen optast, zijn nog steeds instrumentaal. Maar zijn bespiegelende saxmelodieën, golvende texturen en uit granulaire synths getrokken microgeluiden nemen de luisteraar wel zachtjes bij de hand. Zelf liet De Craene zich voor het magnifieke Gameboy Garden op sleeptouw nemen door het Japanse minimalisme van Midori Takada. Ook met de oscillerende jazztranceriedels van Fifth World Pt. II en The Lighthouse breidt hij zijn palet uit. De saxofonist (wiens riffs u overigens ook op platen van Dijf Sanders, Sylvie Kreusch en Millionaire terugvindt) gebruikt op deze plaat nadrukkelijk ambient als canvas, maar slaagt er enkel in het ijle A.D.S. niet in daar veel toegevoegde waarde aan te schenken. Weerbarstiger en gruiziger is het zestien minuten durende Steve O'Riley's Meditational Curve, waarin hij speeksel tegen het riet laat reutelen en de compositie zich gaandeweg als de soundtrack bij een sjamanistisch ritueel ontpopt. Tot die donkere energie ineens overgaat in de auditieve illusie van een mistig, windstil bos, en je niet weet of je met opluchting of nog groter onbehagen moet reageren. Die zonderlinge tweeslachtigheid tref je ook aan in het lankmoedige, maar door sissende industriële geluiden van zijn à propos gebrachte Memorkoor. Niet alle noten die De Craene aan elkaar blaast, klitten onmiddellijk samen tot deunen die je in je hoofd overal mee naartoe kunt nemen. Veel van deze Patterns zijn het resultaat van improvisatie, maar daarbij merk je hoe vakkundig De Craene van zoeken en vinden synoniemen maakt. Als wij dat nu eens konden.