De verhaalboog van boek en plaat is dezelfde: man doorploetert extreme verdorvenheid en spirituele leegte om uiteindelijk - tegen ieders verwachting in - verlossing te vinden. Ook al is die niet totaal.
...

De verhaalboog van boek en plaat is dezelfde: man doorploetert extreme verdorvenheid en spirituele leegte om uiteindelijk - tegen ieders verwachting in - verlossing te vinden. Ook al is die niet totaal. Zo dikwijls heeft Mark Lanegan de term 'blues' in zijn songtitels gedeponeerd, dat hij er stilaan een moderne belichaming van is geworden. Zijn smartliederen en litanieën op Straight Songs of Sorrow staan bol van berouw en schuld. Meermaals roept hij smekend de Heer aan, en ook de aloude metafoor tussen licht en donkerte keert om de haverklap terug. Nogmaals: niets nieuws voor wie Lanegans oeuvre kent. Wat dit album dan wel onderscheidt van eerdere wapenfeiten, is zijn inhoudelijke coherentie. Zeker in combinatie met het boek krijg je een beter zicht op de zwaarmoedigheid waaruit de zanger vroeger al zo vaak heeft geput, en waarop zijn reputatie is gestoeld - zie ook de bijnaam die hij zich doodleuk heeft toegeëigend, Dark Mark. Soberheid was het ordewoord voor Straight Songs of Sorrow, maar toch valt hier veel variatie te rapen. Het spectrum gaat van analoog (rustieke americana in Ketamine, tokkelfolk in Hanging On (For DRC), een weemoedige barpiano in Churchbells, Ghosts) naar digitaal of anderszins elektronisch (de op Suicide geënte, bonzende synthrock van Internal Hourglass Discussion en het kletterende I Wouldn't Want to Say, waarvoor de coda van Joy Divisions Insight mogelijk als model diende). Daartussen verweeft producer Alain Johannes af en toe een sliert strijkers. En dan zijn er nog de twee duetten: Lanegan en vrouw Shelley Brien in This Game of Love (dat aansluit bij de troebele geest van Lee Hazlewoods Cowboy in Sweden), en Lanegan en idool Simon Bonney van Crime & The City Solution in de hoopvolle afsluiter Eden Lost and Found. Voorts onderstreept Lanegan zijn genegenheid voor Aldo Struyf, zijn Belgische vriend en luitenant die hij in 2002 leerde kennen, en die hij zowel in de dankbetuigingen van zijn boek als in de song Stockholm City Blues met de titel 'broeder' bejegent - 'Brother Aldo are you good for a few more bucks/ No one could ever tell me that enough's enough'. Waarmee Lanegan bevestigt dat hij, na eind jaren negentig van de harddrugs te zijn afgekickt, daarna toch weer aan de (t)roep is bezweken. Maar dat is geschiedenis. Net als de memoires verzeilt de plaat éven in het mulle zand van de langdradigheid, maar aan de conclusie verandert dat niets: sterk.