Had Frederic Lyenn Jacques - Fred voor de matekes, Lyenn voor kenners van de betere belpop - beslist om Adrift één maand eerder te onthullen, dan stond deze bespreking afgedrukt precies tien jaar nadat zijn naam hier voor het eerst zwart op wit prijkte, samen met de titel van zijn debuut, The Jollity of My Boon Companion (2009).
...

Had Frederic Lyenn Jacques - Fred voor de matekes, Lyenn voor kenners van de betere belpop - beslist om Adrift één maand eerder te onthullen, dan stond deze bespreking afgedrukt precies tien jaar nadat zijn naam hier voor het eerst zwart op wit prijkte, samen met de titel van zijn debuut, The Jollity of My Boon Companion (2009). Tegenwoordig wordt de Brusselaar vooral gelinkt aan Mark Lanegan, bij wie hij op vraag van Aldo Struyf een achttal jaar geleden ging bassen, en met wie hij nog steeds de wereld rondtuft. Nog bekend volk: meestergitarist Marc Ribot, die hem meermaals vergezelde in de studio, en Bert Dockx, zijn muzikale spitsbroeder in het instrumentale vrijevormtrio Dans Dans. Mooi mooi, zulke referenties. Dat Adrift, live opgenomen in IJsland met oude getrouwe Shahzad Ismaily (Bonnie 'Prince' Billy, Chantal Acda), een plaat geworden is die zich behoedzaam in de schemerzone tussen (post)rock, ambient en jazz vlijt, zal ook nieuwkomers in het solo-universum van Lyenn dus niet meteen verbazen. Wie vier jaar geleden vrijwillig verdwaalde met zijn vorige album, Slow Healer, zet nu zijn kraag recht. Of zijn bril goed. Want ook hier gelden voorrangsregels noch richtingaanwijzers. In de afrit naar het onbestemde ziet u tijdens opener Morning Sun nog net de achterlichten van Radiohead blinken in de verte. Vandaar gaat het op de tast verder met Deliverance, dat drijft op een subtiel rimpelende baslijn en een paar druppels gitaar. Geen duellerende banjo's op de oevers, wees gerust. Until We Blend is nog zo'n donkere ruiker aan subtiliteiten, en een song over het mooiste verlies ter wereld: dat van elkander in het bedrijven der liefde. Een betere metafoor zit echter verderop, in de vier minuten lang vibrerende spanningsboog van Staggering Heights: 'Like felines in the wild/ We come to life/ At staggering heights'. Berustend in de onrust neust Lyenn voort, naar die ene zenuw die de climax met de vrije val verbindt. Op Night volgt hij daarvoor dezelfde route waar zijn buddy Bert met Flying Horseman af en toe de teugels laat vieren. Met Hissing Fire is hij rond, en kruisen we opnieuw Thom Yorke. Mocht die net uit een doorrookte jazzkelder in Chicago komen, tenminste. 'Entice me', gebiedt Lyenn ergens in het midden van de plaat. Maar dan heeft hij u allang zelf verleid.