Tot haar twaalfde kreeg Katy Kirby thuis les van haar diepgelovige Texaanse ouders. De middelbare school hanteerde de ene helft van het evangelie als reglement, de andere sijpelde door in de cursussen. Al die tijd zong Kirby in de kerk en in haar kamer mee met hedendaagse christelijke muziek - psalmen in een pseudopopjasje. Maar eenmaal achttien had ze het zowel met haar geloof als met de daarmee gelieerde soundtrack wel gehad. Die spirituele conversie drukte ze gaandeweg uit...

Tot haar twaalfde kreeg Katy Kirby thuis les van haar diepgelovige Texaanse ouders. De middelbare school hanteerde de ene helft van het evangelie als reglement, de andere sijpelde door in de cursussen. Al die tijd zong Kirby in de kerk en in haar kamer mee met hedendaagse christelijke muziek - psalmen in een pseudopopjasje. Maar eenmaal achttien had ze het zowel met haar geloof als met de daarmee gelieerde soundtrack wel gehad. Die spirituele conversie drukte ze gaandeweg uit in liedjes en veel daarvan staan op Cool Dry Place. Ze nemen er de vorm van klaterende en folky, hoofdzakelijk elektrische indierock aan. Kirby pluist uit wat ze als geborgenheid beschouwt nu ze van Gods schoot is afgesprongen, en tegen welke prijs ze die warmte elders vinden kan. Introductie Eyelids ontvouwt zich nog akoestisch en eenzaam, in dezelfde rustieke blokhutambiance waarin Big Thief gedijt. Stromend water is er niet en voedsel moet zelf worden geschoten, maar fantasie krijgt alle ruimte: 'I dream of what I'd protect you from/ If I was your man.' In het fleurige Juniper probeert Kirby zich dan weer de zegens en vloeken van het moederschap voor te stellen. Verderop veegt ze een voormalige beau de mantel uit omdat hij - in tegenstelling tot zijzelf - zo kleinzerig is (Traffic!). Of prent ze zichzelf in dat haar intuïtieve hunker naar zelfstandigheid niet strookt met een duurzame relatie opbouwen (Cool Dry Place). Nog charmerender is Katy Kirby in haar muziek. Daarin keert ze zich niet af van het grote oorwurmgehalte van de contemporaine christelijke popcanon. Wel schept ze er genoegen in structurele knoopjes in haar songs te leggen, zoals in het kronkelige maar onweerstaanbare Peppermint. Ze verrast met allerlei kortstondige pop-uparrangementen: blazers, een zalig zuchtje harmoniezang of haar in elektronische modulaties vervormde stem. Dollen met start-stopmomenten en moeilijke maatsoorten doet ze ook. O ja, indieróck, schreven we. In Traffic! gaan de gitaren wild aan het schuimen, waarna ze al even abrupt weer onder de kurk gaan. Maar in het titelnummer mogen ze tekeergaan tot ze vanzelf moe worden. Rest ons nog te melden dat Secret Language het stille maar diepe water van de plaat vormt, maar ook dat Tap Twice en Portals een minder onvergetelijke indruk maken. De jury was er toch al uit: fijn kennisgemaakt.