Vanuit Sydney vergaarde Julia Stone bekendheid aan de zijde van haar jongere broer Angus. Hun vier aaibare folkpopalbums (waarvan eentje afgerond onder het goedkeurende geknor van producer Rick Rubin) deden niemand kwaad en een hoop mensen goed. Op haar twee soloplaten week zussemie niet al te ver af van haar rustieke romanticisme, waardoor de modale luisteraar aannam stilaan wel alles van Julia Stone gehoord te hebben.
...

Vanuit Sydney vergaarde Julia Stone bekendheid aan de zijde van haar jongere broer Angus. Hun vier aaibare folkpopalbums (waarvan eentje afgerond onder het goedkeurende geknor van producer Rick Rubin) deden niemand kwaad en een hoop mensen goed. Op haar twee soloplaten week zussemie niet al te ver af van haar rustieke romanticisme, waardoor de modale luisteraar aannam stilaan wel alles van Julia Stone gehoord te hebben. Zo zoet en kirrend komt ze nu op Sixty Summers voor de dag dat ze in Kylie en Goldfrapp nieuwe rolmodellen lijkt te hebben gevonden. Haar ietwat snerpende, meisjesachtige stem is net als bij Karin Dreijer van The Knife een acquired taste, maar doet het wel uitstekend in liedjes over vonken en zorgeloze liefde, of de hunker daarnaar. Zich diep in de dertig nog zo jong kunnen voelen: het is niet iedereen gegeven. Die opgetogenheid uit zich in een duidelijke breuk met Julia Stones verleden, en in veel stilistische afwisseling. In de bio gebruikt iemand het woord kosmopolitisch, en daar kun je inkomen. Voor de stuiterende opener Break moet Stone even in IJsland bij Emiliana Torrini zijn langsgewipt, om los te peuteren hoe die Jungle Drum indertijd toch zo jolig en aanstekelijk op band heeft gekregen. Ten behoeve van het titelnummer reisde ze door naar LA om er een Lana Del Rey-vibe af te tappen. Vervolgens ging het naar Parijs, zodat Dance - meer bepaald in de deels Franstalige versie - kon profiteren van een Gainsbourg-ambiance. Op haar vorige plaat uit 2012 coverde Julia Stone Bloodbuzz Ohio van The National. Nu kreunt én croont Matt Berninger zich doorheen het duet We All Have, waarin hij met zijn openingszin de hele plaat samenvat: 'Love is all we needed to be here for.' Maar Stones voornaamste medestanders op Sixty Summers waren Thomas Bartlett (alias Doveman, als producer en cosongschrijver) en Annie Clark (oftewel St. Vincent, als medeproducer en uiteraard gitariste). Hun scherpe popsensibiliteit helpt Stone te laten horen dat het haar menens is met haar vernieuwingsdrang. We verwijzen naar Free, met zijn vingerknippende ritme, synthblazers en flashy gitaarerupties, het op een glamrockbeat paraderende Fire in Me en de hupse electro van Who.Opmerkingen? Substance is in weerwil van zijn titel een snoezig niemendalletje, en de gewone versie van Dance staat er een beetje overbodig te wezen. Sixty Summers biedt aangenaam, fijnkorrelig popvertier. En voor wie het wat meer mag schuren: over twee weken komt St. Vincent zelf met nieuw werk.