We zijn benieuwd naar het handschrift van Jonathan Wilson. Benieuwd of de studiorat uit LA de pen met dezelfde weidse trekken hanteert als die waarmee hij zijn gevleugelde space- en softrock uittekent. Hoe gezwollen vormt Wilson zijn o's? Hoeveel flair zit er in de staart van zijn f? Pent hij bombast consequent met grote b? En hoe ver strekken de streepjes in de t's zich uit? Want nog meer dan op voorgangers Gentle Spirit (2011) en Fanfare (2013) is het ...

We zijn benieuwd naar het handschrift van Jonathan Wilson. Benieuwd of de studiorat uit LA de pen met dezelfde weidse trekken hanteert als die waarmee hij zijn gevleugelde space- en softrock uittekent. Hoe gezwollen vormt Wilson zijn o's? Hoeveel flair zit er in de staart van zijn f? Pent hij bombast consequent met grote b? En hoe ver strekken de streepjes in de t's zich uit? Want nog meer dan op voorgangers Gentle Spirit (2011) en Fanfare (2013) is het constant alle hens aan dek, alle registers open, more is more, blik op oneindig. Wilson maakt zich meteen breed met Trafalgar Square. Een riff recht uit de archieven van het glamtijdperk, richting stratosfeer gelift. 'Isn't it a miracle we're still floating?' - en we zijn nog maar twee minuten ver. Tegelijk met de verwekking van Rare Birds kampeerde Jonathan Wilson in de studio met Roger Waters. Lessen in sonische zweeftechnieken hoefde hij niet te krijgen van de Pink Floyd-kopman. Me is zo'n zachtaardige, neopsychedelische trip, net als de symfonische, door spacey stemvervormers gezongen ballad Sunset Boulevard - een maansafari zoals Air die ooit organiseerde. De vergelijkingen met Crosby, Stills, Nash & Young of - tja - Pink Floyd is Wilson, naar eigen zeggen, lichtjes beu. Dus injecteerde hij zijn nimmer als bescheiden of ingetogen te kenmerken klankenpalet met een dosis synthesizers en drumcomputers. In Over the Midnight mondt die ingreep uit in het soort horizontaal georiënteerde rattenvangerrock waarmee The War on Drugs tegenwoordig dichte drommen naar stadions lokt. Living with Myself omschrijven we het best als 'Bruce Springsteen die in de streets of Philadelphia op zoek gaat naar Fleetwood Mac voor een tango in the night'. Hard to Get Over is even subtiel als een laag overvliegende F-16. Dan liever het sprankelende, door zon gekuste There's a Light - George Harrison wiegt mee vanop een wolkje - of de gewatteerde softrock van Loving You, met een gastrol voor Laraaji, cultfiguur in ambient- en new-agekringen. 79 minuten lang schippert Jonathan Wilson tussen ijle megalomanie, kitscherige pronkpop en vakkundige grootsheid. Moeilijk evenwicht. Op 25 maart barst de AB Club uit haar voegen, en níet enkel omdat alle kaartjes de deur uit zijn.