'Ik wil dat het aanvoelt als één grote, bezwerende roes. Alsof je een droom binnenstapt. Vermengd met pop, weliswaar - ik wil altijd catchy melodieën en goede popliedjes maken.' Zo reikhalsde Eefje de Visser anderhalf jaar geleden in dit blad naar haar op handen zijnde vierde plaat. Die liet wat langer dan gemiddeld op zich wachten, maar niet geklaagd.
...

'Ik wil dat het aanvoelt als één grote, bezwerende roes. Alsof je een droom binnenstapt. Vermengd met pop, weliswaar - ik wil altijd catchy melodieën en goede popliedjes maken.' Zo reikhalsde Eefje de Visser anderhalf jaar geleden in dit blad naar haar op handen zijnde vierde plaat. Die liet wat langer dan gemiddeld op zich wachten, maar niet geklaagd. In de vier jaar na voorganger Nachtlicht is de Bovenmoerdijkse zangeres en songschrijfster ter wille van de liefde naar Gent verhuisd, heeft ze veel gespeeld en is ze gaandeweg met Bitterzoet een nieuw carrièrehoofdstuk beginnen te schrijven. Daarbij sprak De Visser haar bewondering uit voor Robyn, Solange, Frank Ocean en Christine and the Queens. Luitjes met een scherp visueel en inhoudelijk profiel die toch, of net daardoor, op een goed blaadje staan bij dat eeuwige grote publiek. Daar legde Eefje de Visser de lat. Waar ze haar melancholie vroeger op een stokje van kamerfolkpop prikte, is ze vandaag het liederlijke elektronische kader van de club ingehuppeld. Daar kruist ze die onafschudbare weemoed met door dreunende bassen gesteunde aanvalletjes van euforie. Het leidt tot een escapistisch, bevreemdend spel. Ooit zong De Visser je zacht in de oren, vandaag speelt ze graag hard to get: wegduikend achter geluidsfilters en glinsterende synths, terwijl haar opeengestapelde zanglijnen (wonderlijk in De parade en Terug) een auditief spiegelpaleis optrekken. Dat intrigeert. Dat tintelt. Dat ontvouwt zich als - hoe zouden we het zeggen - één grote, bezwerende roes. Het helpt dat van De Vissers hantering van het Nederlands niets dwingends uitgaat. Ze rijgt snapshots aaneen ('Ik val in je armen op de parade vannacht', 'In de lift kijken we samen in de spiegel'), stekelige gedachten ('Wacht je/ Op het vuur van een ander mens/ Om mee samen te smelten'), veel poëtische impressies ook. Zoals bij een song uit het Angelsaksische poprayon hebben je oren niet de neiging alles te willen registreren. Die ruimte voor interpretatie is lumineus: bij een zin als 'We hangen aan het zwembad en het schemert' bedenk je dat als een roman zo zou beginnen, je graag de rest zou lezen. Op de achterflap van Bitterzoet zou bijvoorbeeld kunnen staan: vluchtend voor zichzelf zoekt een koppel naar bedwelming onder de sluier van de nacht, want morgen zal alles anders zijn. Bitterzoet is sterk en meeslepend. Hoor, raad, wieg, dans er uw eigen verhaal bij.