Zingen stond nooit op de planning, aldus Durand Jones. Toen hij zich zes jaar geleden ging inschrijven aan de Jacobs School of Music, verbonden aan de universiteit van Indiana, was dat met een altsaxofoon onder de arm. Maar het zangersbloed van Jones, die als kleine uk door zijn oma in het kerkkoor was geposteerd, kroop waar het niet gaan kon, en algauw werd hij - met de handen vrij - frontman van een bandje met en voor medestudenten. Dat groepje, een kwartet, ontwikkelde zich tot The Indications, ...

Zingen stond nooit op de planning, aldus Durand Jones. Toen hij zich zes jaar geleden ging inschrijven aan de Jacobs School of Music, verbonden aan de universiteit van Indiana, was dat met een altsaxofoon onder de arm. Maar het zangersbloed van Jones, die als kleine uk door zijn oma in het kerkkoor was geposteerd, kroop waar het niet gaan kon, en algauw werd hij - met de handen vrij - frontman van een bandje met en voor medestudenten. Dat groepje, een kwartet, ontwikkelde zich tot The Indications, en die hebben een dijk van een soulplaat in de aanbieding. Durand Jones & The Indications, opgenomen in een kelder op vier sporen, zag twee jaar geleden al het licht, op het sympathieke boetieklabel Colemine Records. Maar met sympathie alleen verovert men op wereldschaal de harten en hoofden niet. Dus tillen de goede lieden van Dead Oceans (Kevin Morby, Ryley Walker, Japanese Breakfast) Jones en kornuiten nu verdiend op een iets hoger plateau, vol in het vizier van minnaars van doorleefde rhythm-and-blues en antieke soul. Als de betreurde Charles Bradley de 'screaming eagle of soul' was, dan is Durand Jones de bronstige lijster, een man van vele schakeringen en sensaties. Soms balanceert hij op het randje tussen begeesterende hartstocht en diepe wanhoop, zoals Otis Redding. Op andere momenten kruipt hij in de huid van zwoele verleider, Bobby Womack en Marvin Gaye achterna. Hij kan het zalvend, zoals The Delfonics, en diep in het rood, zoals Lee Moses. Maar het ferme bakkes van Jones is niet de enige troef in het spel. The Indications - bas, gitaar, drums en orgel, af en toe bijgestaan door een peloton blazers - verhogen de inzet met opruiende funk zoals we die aantreffen in de catalogus van Stax, of grooves die rijp zijn voor een hiphopsampler - de Beastie Boys hadden ten tijde van Paul's Boutique zeker iets aangevangen met de break van Make a Change, de logge riff in Now I'm Gone zou Eminem kunnen inspireren tot een vervolg op My Name Is. Alsof Booker T de zweep legt op zijn MG's, recht door een mijnenveld, zo dendert Groovy Babe drie minuten lang richting de meet. Aan activisme of politiek dubbele bodems doet Durand Jones niet mee, in plaats van klauwen als een zwarte panter mengt hij zich in de tweestrijd tussen hart en ziel, zoals Sam Cooke en Ray Charles ooit de fundamenten voor de seculiere soul legden. Traditioneel, ja. Maar ook lichtjes onweerstaanbaar. Dat zult u merken op zaterdag 7 juli, op Rock Werchter.