FIELD MUSIC - Commontime (****)
...

Vier seconden maar, en elke voorbijfietsende connaisseur zal deze plaat onbetwistbaar als een praktijk van Field Music identificeren. Niet moeilijk: zowat de hele discografie van deze twee broers uit het Noord-Engelse Sunderland is opgetrokken uit hoekige maar melodieuze artrock - hun soloprojecten The Week That Was (Peter) en School of Language (David) inbegrepen. Die gewoontegetrouwheid verhindert niet dat Commontime alweer een cadeau is voor wie andere intelligente popstrevers zoals Prefab Sprout, 10cc, Todd Rundgren of XTC hoog heeft zitten. De Brewissen, allebei zanger en multi-instrumentalist, zijn net zo vatbaar voor een glorieuze melodie of een klassiek kamerarrangement als Paul McCartney in een jofele bui. Maar ze vinden het even boeiend om van dat snoepgoed abstractie te maken in postpunkachtige staccatogitaren en netelige maatsoorten. En uiteraard: die ostentatief vooraan gemixte drums die de al dertig jaar afgebrande Phil Collins terecht een 'zie je wel' zullen ontlokken. Een waarschuwing, tussendoor: ondanks de strelingen van strijkers, piano en zangharmonieën liggen deze nuchtere broeders bijzonder droog in het gehoor. Ook onderwerpen zoals de rekeningen betalen, een schoolreünie bijwonen of als dertiger op tijd slapengaan, dragen niet bij aan Field Musics glamourgehalte. Maar wat dan nog? Het stralende It's a Good Thing, het al even briljante Disappointed en het pastorale The Morning Is Waiting (Peter Brewis' lofzang aan zijn pasgeboren zoon) kan men bijzetten in het rijtje You Can Decide, Give It Lose It Take It, Closer at Hand, Them That Do Nothing, Effortlessly en (I Keep Thinking about) A New Thing, de koninginnennummers op eerdere langspelers. Maak aan die playlist! Met het strakke, funky Don't You Want to Know What's Wrong wijst het duo in de richting van Prince en Michael Jackson, al evenmin voor het eerst. Wél nieuw, en voor toekomstige ontplooiing geschikt: de goedgemutste koperblazers in The Noisy Days Are Over, en elders ook wat vrouwelijke vocale steun die het solitaire duo toch wat dichter bij de mensen brengt. Commontime kreunt niet onder overbelasting, zoals dubbelaar Measure (2009), en vloeit beter dan het wat gekunstelde Plumb (2001). Grabbel niet langer naar excuses: deze Field Music is mogelijk uw ding. (KB)Sleuteltrack op het vijfde album van Junior Boys is niet de titelsong, die klinkt alsof hun maatje Caribou oude Scritti Politti tunet, en ook niet What You Won't Do for Love, hun acid house-versie van Bobby Caldwells soulsatijnen origineel uit 1978. Zelfs niet M&P, fabuleuze discopop die naast het meest glossy van Metro Area kan, maar wel Love Is a Fire: denk de stem van Jeremy Greenspan weg, en wat overblijft is een droge, van ballast gestripte technotrip zoals Plastikman ze vroeger maakte en Andy Stott ze tegenwoordig met dub prepareert. Mét falset blaast Greenspan er decadentie en een ziel in, en daar ligt de clou van Big Black Coat: less is more, maar de Boys blijven swingen, nuances (de elektronische slow Baby Don't Hurt Me) en popinvloeden (Over It helt naar Prefab Sprout) intact. Induffelen maar! (JB)Hij heeft ons weer goed bij ons pietje, die Nils Frahm. Wie het Duitse toetsenfenomeen kent en live aan het werk zag, weet dat hij blind is voor hokjes, dat hij met zijn vingers hedendaags klassiek kan toveren, maar dat zijn hart soms klopt op het nachtritme van zijn Berlijnse heimat. Chasing God through Palmyra, de voorbode van Frahms nieuwe project Nonkeen, suggereerde een bocht richting techno, maar The Gamble is geen dansplaat, net zoals R&S al een poos geen strikt dancelabel meer is. Nonkeen is 'Nils Frahm, de groep', waarbij de jonge meester zich laat vergezellen door twee jeugdvrienden op drums, bas en percussie tijdens een verkenning door organische ambient, fusion en postrock. Een nieuw kroontje op het nimmer teleurstellende werk van Nils Frahm, die hier het niveau van zijn excellente livealbum Spaces evenaart. (JB)Neen, niet de vergeten zus van actrice Sissy en al evenmin een doorstart voor de Britse elektronische funkgroep Spacek. Ulrika Spacek is een nieuwe Londense band die u recht geeft op kwistig en rauw gespeelde indierocksongs die zich traag maar zeker ontvouwen. En bovendien: zelden op dezelfde manier. Want wat zweeft er niet allemaal voorbij: kringelende droompop (There's a Little Passing Cloud in You), draaierige spacerock met Spiritualized als model (I Don't Know), iets te onuitgeslapen psychedelica (Porcelain), slackerrock à la Pavement (She's a Cult) en wild stromende fuzzrock met een hoog debiet aan Sonic Youth-achtige prikkeldraadgitaren (Beta Male). Een hele hap. Toch laat dit debuut zich dankzij de strakke ritmische koers en onderliggende focus vlot naar binnen lepelen. Hier met uw kommetje. (KB)