Een niet met onnodige opsmuk uitgeruste bundeling van soul, gospel, dub, postpunk, hiphop en pop, dát is deze derde plaat namelijk. Toch klapt Young Fathers die elementen nooit allemaal tegelijk uit. Bovendien bewandelt het drietal uit Edinburgh nog altijd de dunne richel die stekelige avant-garde scheidt van toegankelijke, warme songs. Aan welke kant u ook staat: op Cocoa Sugar vindt u uw gading.
...

Een niet met onnodige opsmuk uitgeruste bundeling van soul, gospel, dub, postpunk, hiphop en pop, dát is deze derde plaat namelijk. Toch klapt Young Fathers die elementen nooit allemaal tegelijk uit. Bovendien bewandelt het drietal uit Edinburgh nog altijd de dunne richel die stekelige avant-garde scheidt van toegankelijke, warme songs. Aan welke kant u ook staat: op Cocoa Sugar vindt u uw gading. Met die dubbelzinnige titel wijzen zangers/rappers Alloysious Massaquoi, Kayus Bankole en Graham 'G' Hastings (tevens producer) op het bitterzoete karakter van dit album - de opvolger van het met de Mercury Prize omhangen Dead (2014) en het net zo sterke White Men Are Black Men Too (2015). Hoe eer- en deugdzaam men ook denkt te zijn, zuiver op de graat is geen mens. Uit het vuur van dat zondebesef is Cocoa Sugar gesmeed. 'I got the torch on in the dark/ And I'm searching for the light/ But all I seem to find is nothing', bekent het personage in Tremolo deemoedig. Ondanks die duistere krans eromheen is deze plaat toch voornamelijk een bron van opwinding. Omdat ze muziek bevat die, binnen de perimeter van de pop, het stof uit onvermoede hoekjes blaast. Zo herinnert Fee Fi met zijn spaarzame arrangement, uitgebeende percussie en driedelige stemmenwerk aan eightieskliek Fun Boy Three. Déze drie zingen al samen sinds hun veertiende. Ze kunnen het niet helpen: uit alle kieren en gaten van het klankdecor vloeien gloedvolle, sussende, gospel en soul uitademende koren de songs in. Al blijven die vaak op de achtergrond. Luister maar (goed) naar het op trance dreunende Wire, dat ook dankzij tribale kreetjes genoeg frisse lucht krijgt, of het sinistere Wow, de zoveelste aanvaardbare reden om het trio 'de Schotse TV On The Radio' te noemen. Ook straf: Lord lijkt aanvankelijk genoeg te hebben aan een cirkelende pianogedachte. Tot de sluimerende elektrische spanning zich ook hier manifesteert, drillend, alsof een stekker niet helemaal goed is ingeplugd. Een minuut later zit je in het midden van een grootse apotheose en vraag je je af waar je niet goed hebt opgelet. Altijd fijn als dat gebeurt. Over Picking You en Holy Ghost heeft een gunstige wind dan weer wat fijn stof uit het Compton van Kendrick Lamar doen neerdalen. Cocoa Sugar is een continu verrassend feest van tegenstellingen. Of zoals onze Vaders het zelf formuleren: 'Halle-fucking-lujah.'