Het zijn rare tijden voor jazzmuzikanten. Terwijl sommigen van hen het zwaar hebben om overeind te blijven in wat we voor het gemak de mainstreamjazz zullen noemen, staat een jonge generatie op die met grote achterdocht naar standards kijkt - if at all. Lui voor wie pop en dance geen vuile woorden zijn en die het best lekker vinden om hun muziek door een muur van woofers over een festivalweide te sturen. Niet te veel achteroverleunen met die beat, niet te complex doen met die akkoorden, maar wel met de kop eerst in de improv...

Het zijn rare tijden voor jazzmuzikanten. Terwijl sommigen van hen het zwaar hebben om overeind te blijven in wat we voor het gemak de mainstreamjazz zullen noemen, staat een jonge generatie op die met grote achterdocht naar standards kijkt - if at all. Lui voor wie pop en dance geen vuile woorden zijn en die het best lekker vinden om hun muziek door een muur van woofers over een festivalweide te sturen. Niet te veel achteroverleunen met die beat, niet te complex doen met die akkoorden, maar wel met de kop eerst in de improvisatie springen: dat is de spirit. Daar is niets op tegen. Vooral gáán, denk ik dan. Dat geeft natuurlijk frictie, maar de querelle des Anciens et des Modernes is van alle tijden. Aan de andere kant van het spectrum staat de Nederlands-Gentse pianist Fulco Ottervanger (33), de spil van het trio met de scatologische naam De Beren Gieren. Sinds hun debuutdemo uit 2010 valt er bij hen altijd wel iets te lachen: drie jongetjes die met een gammele zeepkist een heuvel afjakkeren, giechelen wanneer een snijtand sneuvelt, maar die wél bijzonder trefzeker de bochten nemen. Op de albums Wirklich Welt So, A Raveling en One Mirrors Many leverde die kwajongensmentaliteit fascinerend knutselwerk op. Een boomhut gemaakt met splinters en eindjes touw, maar met de rondingen van het Guggenheim in Bilbao, schreef Knack Focus bij hun debuut. Dat hadden wij alweer goed gezien. Zoveel jaren later lijken De Beren, we durven het nauwelijks te zeggen, rijper geworden. Voor Dug Out Skyscrapers kiezen Ottervanger, bassist Lieven Van Pée en drummer Simon Segers níét voor de cross-over naar het rockpubliek. Ze plooien zich terug op de grote traditie van het pianotrio, waar ze tunnels graven, sfeerverlichting ophangen, woonkamers met jarenzeventigmeubelen inrichten, en vooral kiezen voor donkerte, melancholie en introspectie. Het klinkt soms ferm geproducet door the hottest ticket in town Koen Gisen, die ook met Nordmann en Bert Dockx werkt, maar het is wel live ingespeeld. Zullen wij eens een boude uitspraak doen? Fulco Ottervanger is voor de jazz in de Lage Landen wat pianist Jason Moran is voor de New Yorkse scene. Een brein met een voorliefde voor kunst en fraai gevormde stoelen dat vanuit dezelfde optiek bijna toevallig piano blijkt te spelen. Eigenzinnig aan de zijlijn. 'Het zijn zelden de echte vernieuwers die het grote publiek tot een genre bekeren', zei ik hem laatst. 'De volgers die de nieuwigheden met koffielepeltjes opscheppen, die wel.' Dat vond Ottervanger een prikkelende gedachte. Dug Out Skyscrapers is een van de grote platen van het jaar.