Familieman, poezenmens, Dordrechtenaar, huismus en een beetje wereldfenomeen: op zijn AH-bonuskaart staat gewoon Tim van Berkestijn, maar van Los Angeles tot in Tokio drukken ze hem aan de borst als Benny Sings, de zingende Hollander. Een viertal jaar geleden werd hij onverwachts en tot zijn eigen verbazing hip, toen sterren als Anderson Paak en Frank Ocean zijn afgeborstelde bleekschetensoul begonnen te pluggen. Samen met Rex Orange County s...

Familieman, poezenmens, Dordrechtenaar, huismus en een beetje wereldfenomeen: op zijn AH-bonuskaart staat gewoon Tim van Berkestijn, maar van Los Angeles tot in Tokio drukken ze hem aan de borst als Benny Sings, de zingende Hollander. Een viertal jaar geleden werd hij onverwachts en tot zijn eigen verbazing hip, toen sterren als Anderson Paak en Frank Ocean zijn afgeborstelde bleekschetensoul begonnen te pluggen. Samen met Rex Orange County schreef hij een wereldhit, Loving Is Easy, en twee jaar geleden verscheen zijn eerste album City Pop op het Amerikaanse hiphoplabel Stones Throw. Dat alles doet Benny Sings door eigenlijk niet gek veel bijzonders te doen. Het de spits afbijtende Nobody's Fault bijvoorbeeld, heeft erg lang in de honing van Steely Dan liggen weken. Nee, Benny dolde hoegenaamd niet toen hij twee lentes geleden in Knack Focus zei: 'Stiekem maak ik muziek voor veertigplussers.' Want wat volgt zijn nog negen aardige liedjes en ambachtelijke melodietjes, vlot verteerbare popsongs waarin fluwelen funk (denk aan The Crusaders en The Blackbyrds) en softrock gedraaid zitten. De teksten bevinden zich op het niveau van 'Here it comes, look at the sun/ It's all we need for now, number one', zoals Sings debiteert tijdens Here It Comes. En dat met een wereldvreemde luilekkercharme zoals we die kennen van Mac DeMarco. De twee vinden elkaar trouwens wat later, tijdens het duet Rolled Up, la-la-la'end de horizon tegemoet. De vogeltjes fluiten, het seizoen van de oorwurm is begonnen! In Lost Again kaatst hij zich handklappend vrolijk en vrij zoals de jonge Paul Simon weleens durfde, en Run Right Back doet iets Robert Palmer-in-zwemshort-achtigs met State of Independence van Donna Summer - inclusief een in kaasschaaf omgeturnde saxofoon. Het is netjes, nuchter, hapklaar als verse krentenbollen, en het werkt. De man kent zijn stiel, en die is no-nonsense, tot meeneuriën nopende riffjes en refreinen bedenken. En wanneer de harmonieën een beetje naar de Bee Gees ruiken, zoals in de gospelpop van Miracles, dan vliegt er niks of niemand uit de bocht. Integendeel, zelden lonkte het middenvak zoals het lonkt op Music van Benny Sings.