Zelfs een korte inhoudsopgave van zijn derde soloplaat verraadt nog niets. U zult gospel, country, jazz, hiphop, funk, rock, spoken word én blues tegenkomen. Maar de fix zit in de mix. Boarding House Reach hinkt zowel op spontaniteit gevat door een oude taperecorder als op het maandenlange digitale gepuzzel achteraf. Inderdaad, Jack White is alsnog voor Pro Tools gevallen.
...

Zelfs een korte inhoudsopgave van zijn derde soloplaat verraadt nog niets. U zult gospel, country, jazz, hiphop, funk, rock, spoken word én blues tegenkomen. Maar de fix zit in de mix. Boarding House Reach hinkt zowel op spontaniteit gevat door een oude taperecorder als op het maandenlange digitale gepuzzel achteraf. Inderdaad, Jack White is alsnog voor Pro Tools gevallen. Die recorder ging mee naar Los Angeles en New York, waar White telkens met een andere groep losjes geselecteerde (hiphop)muzikanten aan het jammen sloeg: Kanye West-bassist NeonPhoenix, Talib Kweli-toetsenist Neal Evans en Q-Tip-drummer Louis Cato, naast vele, vele anderen. Hoezeer White zich nadien ook heeft uitgeleefd met zo contrastrijk mogelijk knippen en plakken, in die opnames zat genoeg adem om de plaat barstensvol leven te blazen. Wanneer de gospelminnende McCrary-zusters uit Nashville zich roeren in Connected by Love en Over and Over and Over, gaan gedachten uit naar Bob Dylans Changing of the Guards. Ook daarin stond een dameskoor uit volle borst niet zeker te zijn of het wel al goed zat, zo. Het zát goed. Zelf surft Jack White mee op de bevrijdende golf van de groove, en die schuimt zowel van de funk (het botervette Corporation) als de hiphop ( Ice Station Zebra, waar een fikse klets van geestesgenoot Beck in zit). Hij slaat aan het freestyle-rappen, giert en gilt met stem én gitaar, als een master of ceremony die bezeten in een vuurcirkel danst. Schitterend. Alleen is Boarding House Reach soms te moedwillig weird. Australiër C.W. Stoneking debiteert met Abulia and Akrasia het erudietste verzoek om een kop thee ooit, maar na twee keer heb je het wel gehoord. Het meest memorabele aan het slappe Why Walk a Dog? is het wuifhandje naar Elvis Costello ('What's so funny about beasts above understanding?'). Nummers zoals de spacefunkjam Get in the Mind Shaft en Respect Commander (Afrika Bambaataa die halverwege abrupt voor blues wordt weggezapt) moeten het veeleer hebben van verspreide momenten. De wufte jazzcoda Humoresque, ten slotte, blijkt geschreven door gangster Al ' music was my first love' Capone in zijn cel in Alcatraz. Gracieus, maar we herhalen: weird. Jack White heeft niet veel meer te bewijzen, maar hij staat erop het toch te doen, uit alle macht nog wel. Boarding House scoort vooral op attitude.