Eind 2013 brak de Australische Courtney Barnett door met A Sea of Split Peas, de bundeling van twee eerder verschenen ep's. 'A unique new songwriting voice', schreef Pitchfork. En zo ging het in één klap van down under naar het hoogste echelon van de indiescene. Dat vertaalde zich in de verkoopcijfers van Barnetts debuutelpee Sometimes I Sit and Think, and Sometimes I Just Sit: nummer vier in Australië, top 20 in Engeland en de VS. Rolling Stone vergeleek haar met Bob...

Eind 2013 brak de Australische Courtney Barnett door met A Sea of Split Peas, de bundeling van twee eerder verschenen ep's. 'A unique new songwriting voice', schreef Pitchfork. En zo ging het in één klap van down under naar het hoogste echelon van de indiescene. Dat vertaalde zich in de verkoopcijfers van Barnetts debuutelpee Sometimes I Sit and Think, and Sometimes I Just Sit: nummer vier in Australië, top 20 in Engeland en de VS. Rolling Stone vergeleek haar met Bob Dylan, The Independent riep haar uit tot 'de stem van de millennialgeneratie'. Niet slecht voor een zelfverklaarde sloddervos die liedjes schreef over tuinieren, arty afterparty's en opgezette kangoeroes. Maar de roem had een keerzijde. De aandacht, het slopende werkritme, veel weg zijn van thuis en partner en de verwachtingen. Barnett ontsnapte vanonder het vergrootglas door gitaar te spelen in de groep van haar vriendin Jen Cloher, zelf al jarenlang een spilfiguur in de Australische underground. Effe opnieuw zelf met versterkers en kabels sjouwen. Zinnen verzetten. En uit dat alles dus een tweede plaat puren, een plaat waarop Courtney Barnett zich lijkt te herstellen van de whiplash van de roem. 'Friends treat you like a stranger, and strangers treat you like their best friend/ Oh well', klinkt het gelaten tijdens City Feels Pretty, het relaas van thuiskomen in een stad die plots vreemd voelt. Ook in Charity weerkaatst vervreemding in de spiegel die ze zichzelf voorhoudt: 'You must be having so much fun/ Everything is amaaaazing', sneert ze sarcastisch over gitaren zoals Neil Young die met Crazy Horse liet galopperen. Vaststelling een: de sound is robuuster, een pak voller, ruiger - Nameless, Faceless, over internettrollen, stuitert rond in de deelverzameling waar Blur en Pavement ooit vertoefden. Vaststelling twee: in plaats van het alledaagse wel en wee om zich heen te illustreren keert Barnett dit keer zichzelf binnenstebuiten. Een titel als Crippling Self Doubt and a General Lack of Self Confidence spreekt voor zich - het had er een van Kurt Cobain kunnen zijn. Ook in Need a Little Time torst ze het gewicht van de wereld én zichzelf op de ranke schouders: 'Just need a little time out from me.' Er gewoon bij gaan zitten was even geen optie meer. Hopelijk in de toekomst wel.