Cory Hanson kennen we nog van de psychrockband Wand, van wiens elpee Plum wij vier jaar geleden vonden dat die zich 'assertief manoeuvreert in het gat dat nog gaapte tussen de gracieuze ballads van vroege Radiohead en de abstracte gitaarbouwsels van Polvo'.
...

Cory Hanson kennen we nog van de psychrockband Wand, van wiens elpee Plum wij vier jaar geleden vonden dat die zich 'assertief manoeuvreert in het gat dat nog gaapte tussen de gracieuze ballads van vroege Radiohead en de abstracte gitaarbouwsels van Polvo'. Hansons tweede soloplaat Pale Horse Rider heeft een andere snit. In zijn vrije tijd knuffelt de in LA gedomicilieerde zanger, gitarist en songschrijver namelijk even graag folk, country en americana. Dat manifesteert zich in een tamelijk uitgepuurde visie. Basiselementen daarvan zijn een schrijdend, ietwat trippend tempo, veel pedal en lapsteel, een affiniteit met gokkers en zwervers enerzijds en paarden en vogels anderzijds, en ten slotte een brokkelige maar fantasierijke verteltrant. Zo'n breed blikveld konden Hanson en twee allround muzikanten bijna alleen in de dichtstbijzijnde woestijn verkrijgen. In Joshua Tree richtten ze een pop-upstudio in, waar ze Hansons songs zonder veel blabla op tape zwierden. De baas wist dan ook goed waar naartoe, onder andere door een stemmetje in zijn hoofd. Dat kwam van de voormalige Silver Jews-frontman David Berman, die Hanson enkele maanden voor zijn dood in 2019 nuttige tips had geschonken over het songschrijfambacht: 'Schrijf élke dag twintig regels, train die spieren, en pluk er de beste vruchten van.' Pale Horse Rider is aan David Berman opgedragen - een dankje van Hanson 'om zo fijn bij mij te komen dolen'. Net als Berman op zijn zwanenzang onder de naam Purple Mountains kauwt Hanson zo laconiek op country dat je zou geloven dat hij het genre zelf heeft bedacht. Na de opnames tussen het zand en de rotsen voegde hij strijkers, een dameskoortje en ambienttexturen toe. Dat versterkt het wazige karakter van de plaat. Vaak lijkt het alsof je niet zozeer naar Cory Hansons plaat luistert als meeglijdt in zijn droom. Zelfs van de twee songs die hij in een stedelijke omgeving situeert - het langoureuze Angeles en mijmerende Vegas Knights - straalt surrealisme af. Het vergt wat tijd om daarin je eigen weg te vinden. Maar sommige ijkpunten onthoud je al snel: het gevleugelde refrein van het titelnummer, of de gouden melodie die uit de slaapdronken pedalsteel van Bird of Paradise opborrelt. En in het panoramische Another Story from the Center of the Earth zou je toch nog geloven dat dit Thom Yorke aan de zang is, terwijl die aan deze kant van een splijtende gitaarsolo Neil Youngs Cortez the Killer zingt.Een pluimpje.