Wie zich erover opwindt dat Aldous Harding met haar rare accenten, theatrale intonaties en - live dan - kierewiete mimiek evenveel actrice als zangeres is, kan evengoed het hele oeuvre van Tom Waits de deur uit vegen. En is ook Father John Misty geen figuur die rammelt met de verwachtingen van wat een zogenaamd integer artiest hoort te zijn? Vreemd toch hoe die kritiek aan belang wint naarmate de decibels in de muziek afzwakken. It's only rock 'n' roll tenslotte, ook in het land van de poëtisch...

Wie zich erover opwindt dat Aldous Harding met haar rare accenten, theatrale intonaties en - live dan - kierewiete mimiek evenveel actrice als zangeres is, kan evengoed het hele oeuvre van Tom Waits de deur uit vegen. En is ook Father John Misty geen figuur die rammelt met de verwachtingen van wat een zogenaamd integer artiest hoort te zijn? Vreemd toch hoe die kritiek aan belang wint naarmate de decibels in de muziek afzwakken. It's only rock 'n' roll tenslotte, ook in het land van de poëtische fabelfolk. Op Designer lijkt Harding nog harder te testen hoe ver ze de zotternij kan drijven, met een voor haar doen behoorlijk uitbundige eerste plaathelft. In het titelnummer laat ze de vrolijke laisser-fairefolk van Kevin Ayers fladderen. ' What am I doing in Dubai?' exclameert ze vervolgens als een verveelde diva in Zoo Eyes, maar een antwoord vindt ze uiteraard niet aan de orde. Dat haasje-over van lage en hoge zang en de niet helemaal van de grond komende soulgroove maken dat nummer niet tot de beste song van de tros, maar het punt is weer gemaakt: niet alles moet zo nodig om inhoud draaien. The Barrel jakkert gestaag voort op droog getokkel, maar voortdurend huppen een dartel pianoloopje, een houtblazer en laconieke extra stemmen de kar op en af. Gouden ingevingen van producer John Parish, gokken we. Is dit nog dezelfde zangeres die op dat in gothic folk gedompelde debuut van vijf jaar geleden haar zenuwinzinking van zich af somberde? Uit de aanzet van plaatkant twee blijkt meteen van wel. Damn is een statige pianorecital waarin Harding zowel in de spaarzaam aangeslagen noten als haar klaaglijke, spijt uitdrukkende zang weer het spoor van Nico bewandelt, een vroeger al aangehaalde referentie. Ook daarna houden ernst en soberheid aan, maar Harding waakt erover de grens van de neerslachtigheid niet te overschrijden. In Weight of the Planets zinkt de moed haar in het bestek van één coupletje wel in de schoenen (van 'I can do anything' naar 'I'm lost'), maar een viool die zich op guitige wijze het klankbeeld in zwiept, houdt de lucht betrekkelijk blauw. Wanneer de laatste song aanbreekt en ze aan de hand van nog maar eens een andere stemkleur toepasselijk de woorden 'I don't know how to behave' laat klinken, weet je: helemaal van tafel geveegd heeft Aldous Harding haar muizenissen nog niet. Toch blijf je je afvragen hoeveel er van de persoon in de rollen is geslopen. Alweer een cliffhanger, dit Designer.