Hij is tegelijk rockster en crooner. En een dandy. En iemand die met zijn band Roxy Music plus solo zijn stempel op de rock en pop heeft gedrukt. Op 26 september blaast de Brit Bryan Ferry 75 kaarsjes uit, of hij fluit ze uit in zijn cover van 'Jealous Guy' van wijlen John Lennon.

In een vraaggesprek met CBS zei de in het Britse Washington geboren performer vorig jaar als kind nooit aan een carrière als muzikant te hebben gedacht. Eenmaal aan de universiteit van Durham droomden zijn ouders van een nieuwbakken advocaat, maar zoonlief begon zich veel meer voor kunst te interesseren en in verschillende bandjes te spelen.

Eind jaren zestig trok hij naar Londen, waar hij nog steeds woont en waar hij de band Roxy opzette. Die werd later Roxy Music en hun eerste single 'Virginia Play' schoot in 1972 meteen naar nummer 4 van de Britse hitparade. De dansbare, intellectueel geïnspireerde artrock waarvoor de groep stond kreeg op de bühne een verlengstuk met extravagante kostuums. Ferry zelf droeg dikwijls een wit jasje, altijd een hemd en das. Als crooner lijkend, een tikkeltje heel anders dan andere frontlui.

Na het tweede album 'For Your Pleasure' (1973) verliet toetsenwonder Brian Eno de band, maar die was niet van zijn élan af te brengen.

In 1975 leerde Bryan Ferry foromodel Jerry Hall kennen, met wie hij twee jaar samen was en die uiteindelijk naar de sponde van Stones-frontman Mick Jagger verhuisde. Met 'Flesh + Blood' evolueerde Roxy Music naar een kruising tussen rock en ambient, wat vooral tot uiting kwam op het album 'Avalon'. Uitgebracht in 1982, en als speerpunt de single 'More than This' was het één van de beste schoten in de roos voor Roxy Music.

Reeds in 1973 bouwde Ferry ook een solocarrière uit, die vooral met het album en de single 'Let's Stick Together' (1976) een eerste hoogtepunt kende.

Na het ontbinden van Roxy Music stortte Bryan Ferry zich volledig op zijn solocarrière. Die kende een nieuw hoogtepunt met het album 'Boys and Girls' (1985) en de daaruit getrokken singles 'Slave to Love' en 'Dont' Stop the Dance'. Ze konden wat sound betreft evengoed als werkstukken van Roxy Music door het leven gaan.

Bryan Ferry heeft niet minder dan zestien solo-albums op zijn naam staan, waaronder twee jazzalbums. Concerteren doet hij nog steeds, enkel de coronapandemie stak daar dit jaar een stokje voor. Hij moest door het oprukkende virus een tournee door Europa afbreken, maar wil dat volgend jaar rechtzetten. Met haltes op 27 juni in Antwerpen en 29 juni in Oostende. Blijkbaar geldt nog steeds het motto 'Don't Stop the Dance' en moest Bryan Ferry nooit verzuchten 'was ik maar advocaat geworden zoals mijn mama wou'.

Hij is tegelijk rockster en crooner. En een dandy. En iemand die met zijn band Roxy Music plus solo zijn stempel op de rock en pop heeft gedrukt. Op 26 september blaast de Brit Bryan Ferry 75 kaarsjes uit, of hij fluit ze uit in zijn cover van 'Jealous Guy' van wijlen John Lennon.In een vraaggesprek met CBS zei de in het Britse Washington geboren performer vorig jaar als kind nooit aan een carrière als muzikant te hebben gedacht. Eenmaal aan de universiteit van Durham droomden zijn ouders van een nieuwbakken advocaat, maar zoonlief begon zich veel meer voor kunst te interesseren en in verschillende bandjes te spelen. Eind jaren zestig trok hij naar Londen, waar hij nog steeds woont en waar hij de band Roxy opzette. Die werd later Roxy Music en hun eerste single 'Virginia Play' schoot in 1972 meteen naar nummer 4 van de Britse hitparade. De dansbare, intellectueel geïnspireerde artrock waarvoor de groep stond kreeg op de bühne een verlengstuk met extravagante kostuums. Ferry zelf droeg dikwijls een wit jasje, altijd een hemd en das. Als crooner lijkend, een tikkeltje heel anders dan andere frontlui. Na het tweede album 'For Your Pleasure' (1973) verliet toetsenwonder Brian Eno de band, maar die was niet van zijn élan af te brengen. In 1975 leerde Bryan Ferry foromodel Jerry Hall kennen, met wie hij twee jaar samen was en die uiteindelijk naar de sponde van Stones-frontman Mick Jagger verhuisde. Met 'Flesh + Blood' evolueerde Roxy Music naar een kruising tussen rock en ambient, wat vooral tot uiting kwam op het album 'Avalon'. Uitgebracht in 1982, en als speerpunt de single 'More than This' was het één van de beste schoten in de roos voor Roxy Music. Reeds in 1973 bouwde Ferry ook een solocarrière uit, die vooral met het album en de single 'Let's Stick Together' (1976) een eerste hoogtepunt kende. Na het ontbinden van Roxy Music stortte Bryan Ferry zich volledig op zijn solocarrière. Die kende een nieuw hoogtepunt met het album 'Boys and Girls' (1985) en de daaruit getrokken singles 'Slave to Love' en 'Dont' Stop the Dance'. Ze konden wat sound betreft evengoed als werkstukken van Roxy Music door het leven gaan. Bryan Ferry heeft niet minder dan zestien solo-albums op zijn naam staan, waaronder twee jazzalbums. Concerteren doet hij nog steeds, enkel de coronapandemie stak daar dit jaar een stokje voor. Hij moest door het oprukkende virus een tournee door Europa afbreken, maar wil dat volgend jaar rechtzetten. Met haltes op 27 juni in Antwerpen en 29 juni in Oostende. Blijkbaar geldt nog steeds het motto 'Don't Stop the Dance' en moest Bryan Ferry nooit verzuchten 'was ik maar advocaat geworden zoals mijn mama wou'.