Baslijnen, rode verlichting en een buitenwipper voor de deur van het geïmproviseerde museum: het voelt een beetje als het blij weerzien van een oude vriend. Maar de reünie verloopt ingetogen. We worden gevraagd de handen te ontsmetten, afstand van andere bezoekers te houden en QR-codes te scannen, willen we ook nog iets opsteken van het bezoek aan 'de' Fuse. De Brusselse club is door de lockdown al meer dan een jaar dicht, maar dankzij de creativiteit van de organisatoren kunt u in de weekends van 9 april tot 9 mei de dansvloer toch volstrekt legaal, coronaproof én gezinsvriendelijk betreden.

Posteroorlog

Fuse is sinds 1994 een vaste naam in het Belgische uitgaansleven. De Brusselse club heeft geschiedenis en schrijft geschiedenis. De expo doet die dan ook uitgebreid uit de doeken en doorloopt aan de hand van een hele rits posters de verschillende hoogtepunten in de geschiedenis van de club, van de 'Respect is burning'-feestjes tot de schuimpartijen van Ça mousse. Er passeert een hoop noemenswaardige personen uit het rijke verleden van Fuse, zoals zakelijk leider Andy Walravens, voormalig artistiek directeur Benjamin Ariyel, resident dj Pierre, die in het prille begin van de club uit café Zanzibar (Kortrijk) opgevist werd, en last but not least toiletdame Conchita. Conchita of 'madame pipi' vertoeft al sinds de jaren '60 in de Blaesstraat en zou met haar anekdotes over het Brusselse nachtleven eindeloos veel tentoonstellingen van opzienbarende inhoud kunnen voorzien.

'Fuse heeft door deze posteroorlog een hartvormige open ruimte in het Amazonewoud veroorzaakt', grapt oprichter Peter Decuypere bij de enorme reeks tentoongestelde posters, om vervolgens doodserieus toe te voegen dat de tonnen publicaties ecologisch geheel onverantwoord waren. Maar handig voor een pop-upmuseum, dat wel. Het pre-internettijdperk noopte tot een gigantische hoeveelheid drukwerk om ruchtbaarheid te geven aan events en de concurrentie te overtreffen. Die foto's bieden een glimp van hoe het nachtleven er toen uitzag, lang voor we het met livestreams en witte cirkeltjes moesten doen.

Echoing Through Eternity by Fuse doet bovenal verlangen naar de tijd dat Fuse zich niet als museum moet vermommen om bezoek te krijgen.

De tentoonstelling wil in de eerste plaats de geschiedenis van Fuse als club en onderneming belichten. De geschiedenis en evolutie van techno an sich komt hierdoor minder aan bod. Dat is jammer, aangezien muziek het karakter van de club en het publiek door de jaren heen heeft bepaald. Want Fuse gaf en geeft een podium aan de grote namen van de internationale technoscene. Denk maar aan Detroit-technoicoon Jeff Mills, maar eveneens aan de Britten Dave Clarke en Carl Cox, de Duitser Sven Väth en het Franse Daft Punk. Ook Björk stond in 1997 aan de draaitafels van Fuse, ook al werd de IJslandse niet zozeer beroemd omwille van haar dj-activiteiten. Het demonstreert hoe internationaal en prestigieus de club is, die ook buiten de lijntjes van de meer traditionele megadancingscene durft te kleuren met gewaagde boekingen en queer feestjes als La Demence.

'Three minutes of club experience'

Maar dé trekpleister van Echoing Through Eternity by Fuse is ongetwijfeld een coronaproof 'three minutes of club experience'. Het volume wordt opengedraaid, de lasers en lichten springen alle kanten op en de rookmachine stoomt voldoende om het stramme lijf, dat na al die tijd onwennig is op de dansvloer, kortstondig te ontdooien. Des te meer omdat de échte clubervaring nog voor onbepaalde tijd op zich zal laten wachten. Echoing Through Eternity by Fuse doet bovenal verlangen naar de tijd dat Fuse zich niet als museum moet vermommen om bezoek te krijgen, maar zich weer volledig kan richten op de sociale en recreatieve functie van techno. De expo houdt ten slotte halt in de backstage, langs de loges van artiesten, hun waterkokers en dozen met theezakjes. We durven te vermoeden dat het er niet altijd zo netjes aan toeging.

De tentoonstelling Echoing Through Eternity by Fuse is te bezoeken van 9 april tot 9 mei in Brussel. Tickets en info via de website van Fuse.

Baslijnen, rode verlichting en een buitenwipper voor de deur van het geïmproviseerde museum: het voelt een beetje als het blij weerzien van een oude vriend. Maar de reünie verloopt ingetogen. We worden gevraagd de handen te ontsmetten, afstand van andere bezoekers te houden en QR-codes te scannen, willen we ook nog iets opsteken van het bezoek aan 'de' Fuse. De Brusselse club is door de lockdown al meer dan een jaar dicht, maar dankzij de creativiteit van de organisatoren kunt u in de weekends van 9 april tot 9 mei de dansvloer toch volstrekt legaal, coronaproof én gezinsvriendelijk betreden.Fuse is sinds 1994 een vaste naam in het Belgische uitgaansleven. De Brusselse club heeft geschiedenis en schrijft geschiedenis. De expo doet die dan ook uitgebreid uit de doeken en doorloopt aan de hand van een hele rits posters de verschillende hoogtepunten in de geschiedenis van de club, van de 'Respect is burning'-feestjes tot de schuimpartijen van Ça mousse. Er passeert een hoop noemenswaardige personen uit het rijke verleden van Fuse, zoals zakelijk leider Andy Walravens, voormalig artistiek directeur Benjamin Ariyel, resident dj Pierre, die in het prille begin van de club uit café Zanzibar (Kortrijk) opgevist werd, en last but not least toiletdame Conchita. Conchita of 'madame pipi' vertoeft al sinds de jaren '60 in de Blaesstraat en zou met haar anekdotes over het Brusselse nachtleven eindeloos veel tentoonstellingen van opzienbarende inhoud kunnen voorzien.'Fuse heeft door deze posteroorlog een hartvormige open ruimte in het Amazonewoud veroorzaakt', grapt oprichter Peter Decuypere bij de enorme reeks tentoongestelde posters, om vervolgens doodserieus toe te voegen dat de tonnen publicaties ecologisch geheel onverantwoord waren. Maar handig voor een pop-upmuseum, dat wel. Het pre-internettijdperk noopte tot een gigantische hoeveelheid drukwerk om ruchtbaarheid te geven aan events en de concurrentie te overtreffen. Die foto's bieden een glimp van hoe het nachtleven er toen uitzag, lang voor we het met livestreams en witte cirkeltjes moesten doen.De tentoonstelling wil in de eerste plaats de geschiedenis van Fuse als club en onderneming belichten. De geschiedenis en evolutie van techno an sich komt hierdoor minder aan bod. Dat is jammer, aangezien muziek het karakter van de club en het publiek door de jaren heen heeft bepaald. Want Fuse gaf en geeft een podium aan de grote namen van de internationale technoscene. Denk maar aan Detroit-technoicoon Jeff Mills, maar eveneens aan de Britten Dave Clarke en Carl Cox, de Duitser Sven Väth en het Franse Daft Punk. Ook Björk stond in 1997 aan de draaitafels van Fuse, ook al werd de IJslandse niet zozeer beroemd omwille van haar dj-activiteiten. Het demonstreert hoe internationaal en prestigieus de club is, die ook buiten de lijntjes van de meer traditionele megadancingscene durft te kleuren met gewaagde boekingen en queer feestjes als La Demence.Maar dé trekpleister van Echoing Through Eternity by Fuse is ongetwijfeld een coronaproof 'three minutes of club experience'. Het volume wordt opengedraaid, de lasers en lichten springen alle kanten op en de rookmachine stoomt voldoende om het stramme lijf, dat na al die tijd onwennig is op de dansvloer, kortstondig te ontdooien. Des te meer omdat de échte clubervaring nog voor onbepaalde tijd op zich zal laten wachten. Echoing Through Eternity by Fuse doet bovenal verlangen naar de tijd dat Fuse zich niet als museum moet vermommen om bezoek te krijgen, maar zich weer volledig kan richten op de sociale en recreatieve functie van techno. De expo houdt ten slotte halt in de backstage, langs de loges van artiesten, hun waterkokers en dozen met theezakjes. We durven te vermoeden dat het er niet altijd zo netjes aan toeging.