'In een rechtvaardiger wereld was Bruno De Groote een wereldster', schreef Knack onlangs. De eerste stap is gezet: 'Super Bruno' wordt de nieuwe gitarist van dEUS. 'De beschutte werkplaats was me op het lijf geschreven.'
...

'In een rechtvaardiger wereld was Bruno De Groote een wereldster', schreef Knack onlangs. De eerste stap is gezet: 'Super Bruno' wordt de nieuwe gitarist van dEUS. 'De beschutte werkplaats was me op het lijf geschreven.'Lees hier de rest van de beste Knack Focus-verhalen uit 2018.'Het leven is altijd een beetje improviseren', grijnst Bruno De Groote terwijl hij water laat lopen om koffie te zetten. Ik zie een teiltje hier, een rekkertje daar. 'We zitten met een lek. Wanneer het publiek de komende zomer op de festivals spandoeken draagt met daarop 'Wij willen Mauro terug' zal ik 's nachts naar huis rijden, daar de kraan opendraaien en hardop zeggen: het ware geluk is een gerepareerde afvoer.' Vier hoog in een flat in de Antwerpse Expowijk probeert De Groote te vatten wat er dezer dagen in zijn leven gebeurt. In het jarenvijftiginterieur met zijn zeteltjes in luipaardvel staat een half dozijn gitaarkoffers. Op de salontafel een blad muziekpapier met daarop een haastig neergekrabbelde akkoordenprogressie, onder de titel Theme from Turnpike. Naast de stereo ligt een stapeltje cd's. Boven op vier albums van freejazzicoon Ornette Coleman liggen Worst Case Scenario en In a Bar, under the Sea. De Groote, met een monkellachje: 'Mijn vriendin is een gigantische dEUS-fan. Nu houdt ze nog meer van me.' Het is nu officieel: Bruno De Groote volgt Mauro Pawlowski op als gitarist bij dEUS. In het circuit wordt met enige verwondering gereageerd op zijn aanstelling. Het gros van De Grootes carrière speelde zich niet in de rock af. Hij begon als jazzman, werd het hart van de legendarische bluesband Mambo Chillum, freelancete bij Axelle Red en Kommil Foo, was drie jaar lang de gitarist van Raymond van het Groenewoud en koos de voorbije jaren steeds nadrukkelijker voor verfijnde instrumentale muziek, eerst met Tijgers van Eufraat, tegenwoordig in duo met klassiek bassist Ben Faes. Maar vrees niet. Mauro noemt De Groote 'de allerbeste keuze die dEUS had kunnen maken'. De man die na één jaar aan het conservatorium de bijnaam Super Bruno kreeg, is in het dagelijkse leven behoorlijk verlegen. Het verontschuldigende lachje zit zo klaar. Maar als hij eenmaal op dreef komt, bij voorkeur op een podium, blijkt hij vol verrassingen, onderkoelde humor en bon mots te zitten. Een beetje zoals de muziek van zijn grote voorbeeld, jazzpianist Thelonious Monk. Onze tip: laat dat spandoek maar thuis tijdens de festivals. Je bent heel laat gitaar beginnen te spelen. Hoe komt dat? Bruno De Groote: Ik moet een jaar of achttien geweest zijn. Daarvoor mocht ik niet van mijn ouders. Toen ik vijf was, vroeg ik een gitaar aan de Sint maar ik kreeg een trommel. Gitaar paste niet in het concept, en toen ik het later op school wat liet hangen al helemaal niet meer. Tot mijn nicht me er één leende, toen ik in het zesde middelbaar zat. Die konden ze moeilijk verhakselen. (lacht) Het conservatorium was geen optie. Ik schreef me in de Germaanse in, maar daar bleef het zowat bij. Bij het begin van mijn bisjaar was het welletjes en ben ik in de fabriek gaan werken. Ik heb hamburgers gebakken, heel veel flessen gebroken aan de lopende band van een jeneverfabriek en in een beschutte werkplaats gewerkt - dat was me natuurlijk op het lijf geschreven. Het was best een mooie tijd. Ik verdiende wat, kocht een fraaie gitaar en een stereo. Plots vonden mijn ouders het conservatorium toch niet zo'n slecht idee. Hoe raakte je na amper twee jaar spelen in hemelsnaam door het toelatingsexamen van het conservatorium? De Groote:Ik was er maniakaal mee bezig, én ik kon al behoorlijk pianospelen, dat hielp. Er kwamen in die tijd nogal wat rockers op de nieuwe richting 'jazz en lichte muziek' aan het conservatorium af. Daar zat ik dan voor mijn toelatingsexamen, tussen jongens die à la Yngwie Malmsteen toonladders op en af renden. Dat maakte nogal indruk op me, het examen leek een verloren zaak. Ik ging zitten en speelde een boogie. 'Daar zit muziek in', zei de examinator. 'Welkom.' In het begin was ik nog geen jazzgitarist. Ik wilde iets tussen Jimi Hendrix en Lightnin' Hopkins worden. Rond die tijd ben ik een bluesband begonnen met drummer Frederik Van den Berghe (later onder andere bij Arno, nvdr.) We waren ontzettend gedreven. Veel repeteren, veel live spelen - op den duur woonden we zelfs samen. Onze band, Mambo Chillum, heeft de fond gelegd voor alles wat ik doe. Na de split van Mambo Chillum, nét voordat jullie debuutplaat moest uitkomen, volgde een stoet van kleinere projecten: The Ladybirds, Bruno de Bruxelles, Son de Luxe. Altijd fun en altijd retro, maar wanneer voelde je dat die retroscene weleens een doodlopend straatje zou kunnen zijn? De Groote: Zoiets gebeurt niet van de ene dag op de andere, er groeit iets in je dat zijn tentakels uitspreidt. Een jaar of veertien jaar geleden heb ik een punt gezet achter mijn projecten met eenzijdige fifties- en sixtiesinslag. Toen ben ik meer en meer mijn blik gaan verruimen. Telkens opnieuw stortte ik me maniakaal op het bestuderen van de meest uiteenlopende sferen en temperamenten: Chopin, Daniel Lanois, obscure hiphop, ambient, wereldmuziek uit alle windstreken, noem maar op. Momenteel zit ik in een Albert Ayler-fase, de avant-gardesaxofonist. 'Bruno zit vol muziek,' vertelde Raymond van het Groenewoud ons ooit, 'als een rivier die blijft stromen.' Op welk moment besefte je: techniek is geen hindernis meer, ik kan spelen wat ik maar wil? De Groote: In de jaren negentig voelde ik al aan dat het die kant opging. Ik herinner me dat ik thuiskwam van school, niet at en tot twee uur 's nacht zat te oefenen. Wanneer ik dan toch ging slapen, zat mijn hoofd vol muziek. Op een nacht droomde ik hoe ik de solo van Travelling Riverside Blues van Led Zeppelin moest spelen. Ik stond op, nam mijn gitaar en bingo, het klopte nog ook. Ik speelde áltijd gitaar. Op het toilet - niet zo praktisch -, op de bank terwijl de familie naar een film probeerde te kijken. Iedereen werd gek van mijn gefrutsel. Maar het heeft me wel veelzijdig gemaakt. De voorbije jaren heb je je vooral toegelegd op het De Groote-Faes Duo, met elektrische gitaar en contrabas. Wat maakt dat format zo aantrekkelijk? De Groote: De samenwerking met Ben Faes is me heel dierbaar. Ik hoop dat we ermee naar het buitenland kunnen. Oké, we passen niet in het rijtje Nordmann-Schntzl-Beraadgeslagen - die jonge, succesvolle groepen uit de Belgische jazzscene met veel nadruk op de groove. Wij zijn een drummerloos duo, dan blijf je altijd wat meer onderkoeld dan een band met een elektrische fuzzbas en pompende drums. Ben is vaak op tournee met de grote West-Europese symfonische orkesten en klassieke ensembles. Hij speelt Beethoven, avant-gardedissonanties van Ligeti of minimalisme van Steve Reich. Al die invloeden kunnen ook doorsijpelen in ons duo. Wij spelen doorgecomponeerde muziek, waarbij steeds meer improvisatie komt kijken. Improviseren binnen een kader, met een unieke melodie, met een unieke structuur, daar hou ik van. Volledig vrije improvisatie kan heel vrijblijvend zijn - net daarom kan freejazz me niet altijd boeien. Ik was een beetje bang dat mensen ons duo te hermetisch zouden vinden, maar blijkbaar vinden ze het heel toegankelijk. Ik ben er bijzonder trots op. Je hebt onlangs een paar soloconcerten gespeeld. Een uur lang meanderde je tussen Thelonious Monk, Marc Ribot, Chet Atkins en Manuel Galban, in één lange flow. Heel indrukwekkend, maar ik dacht vooral: deze man heeft enkele soundtracks in zich. De Groote: Dat idee speelt weleens op, ja. Ik heb al vaker gecomponeerd voor theaterproducties. Vroeger verwezen mensen bij mijn muziek naar regisseur David Lynch. Ik zou het in elk geval leuk vinden. Toen ik dat soloprogramma samenstelde, was het moeilijkste een keuze maken uit wat ik zou spelen in één uur tijd. Ik zou met gemak tien uur kunnen vullen. Uiteindelijk moest ik me de vraag stellen: wat ligt er het dichtst bij mij? En dan kom ik toch uit bij Thelonious Monk, veel blues en rootsmuziek - het hoeft echt niet Amerikaans te zijn. Ik hou van etnische muziek, van muziek die tekenend is voor een hele cultuur, niet voor één figuur. Blues is ook etnische muziek, we noemen het alleen niet zo omdat het dichter bij onze oren staat. Maar John Lee Hooker? Ruwer en volkser vind je het niet. Ik ben ooit in Kaapverdië beland. Op een avond zag ik een bandje lokale muziek spelen. Dan heb ik genoeg oren aan mijn kop om te weten hoe die in elkaar zit. Uren hebben we samengespeeld. Iedereen danste. En een paar jaar geleden ben ik halsoverkop naar Brazilië vertrokken om er de muziek te bestuderen. Na twee weken ben ik teruggekomen met een lege bankrekening en een halve bestelwagen met traditionele instrumenten. Ik ga altijd als een gek tekeer als ik ergens mee bezig ben. Niet altijd makkelijk voor mijn omgeving, moet ik toegeven. Maar goed, het is nu ook weer niet mijn betrachting om dEUS vol Braziliaanse invloeden te steken, of om er een Monkstempel op te drukken. Ik ben benieuwd naar wat het zal geven, het is uitkijken naar de eerste repetitie. Hoe ben je uiteindelijk bij dEUS beland? De Groote: Midden oktober stelde Tom Barman, met Flip Kowlier, een concert voor de herdenking van de Slag bij Passendale samen. Voor de uitvoering van het stuk Kill-o-Meter van Peter Vermeersch (schaduwlid van dEUS, bekend van het anarchistische jazzorkest Flat Earth Society, nvdr.) hadden ze acht gitaristen nodig. Een van hen was ik. Ik wist wel dat dEUS iemand zocht, maar had er verder niet veel aandacht aan geschonken: ik ging ervan uit dat het iemand als Tim Vanhamel zou worden. Ik wilde vooral Kill-o-Meter goed spelen. Het was een mooi project, en ik had er een grote solo in. Blijkbaar heb ik dat goed gedaan en was ik aangenaam gezelschap. (lacht) Een dag later werd ik uitgenodigd om auditie te doen in de Vantage Point-studio van dEUS. Hoe zijn de audities verlopen? De Groote: Ik schrok een beetje toen ik de sms van Tom kreeg. Ik, auditie? Daar had ik helemaal niet op gerekend. Ik moest zelfs even nadenken: ik had net een mooie Marshall-versterker verkocht - wat moest ik daar ook mee, ik speelde de laatste jaren veel vaker intieme muziek in culturele centra en clubs. De jacht op iets nieuws is geopend. (lacht)Ik kreeg de opdracht om een reeks dEUS-nummers te leren. Constant Now, The Architect,Fell Off the Floor, Man. Daar zit zóveel tekst in, en het is allemaal zo ráár: 'Smuggling a wombat - Rubbaday!' (schatert)Girls Keep Drinking ook. Voor Theme from Turnpike werd me gevraagd om een outro te schrijven - Mauro had daar tien jaar lang iets voor opgebouwd, met enige zang à la Bon Scott erbij. Ik heb het even laten gisten en heb pas de ochtend van de auditie definitief enkele partijen geschreven. In een mum van tijd hebben de anderen het aangeleerd, en het gaf meteen vonken. Alles werd opgenomen, en een week later kreeg ik nieuws. Ze waren het blijkbaar unaniem eens. Herinner je je nog wanneer je dEUS voor het eerst hebt gehoord? De Groote: Ik heb Stef Kamiel Carlens voor het eerst gezien op Debuutrock in Assenede nog vóór dEUS bestond. Even later kwam de eerste cd uit - hoe heette die ook weer? (stilte) Dit is even schaamtelijk. Ik moet er nog inkomen, hè. (lacht) Ik zat toen in een andere wereld, en ik vond dEUS vooral 'speciaal'. Je ziet tot op vandaag de energie van die eerste bezetting. Je voelde de spanning, er kon elk moment iets gevaarlijks gebeuren - en het kon ook danig fout gaan. Er rammelde altijd wel iets. Het tempo ging alle kanten uit, er stond minstens één snaar verkeerd gestemd, de partijen klopten vaak niet helemaal waardoor er dissonanties ontstonden... Daar zit nu net een deel van de schoonheid in, maar voor mensen die van commerciële muziek houden, moet het een volstrekte ramp zijn geweest. Hoe de drums in het eerste refrein van Suds & Soda nét te laat invallen, is een van de sleutelmomenten van de vaderlandse rockgeschiedenis. De Groote:(zingt de riff) Ja, precies! Een heerlijk moment. Maar goed, zodra de laatste bezetting van start ging, met Alan Gevaert op bas, Stéphane Misseghers aan de drums en Mauro op gitaar, ben ik dEUS enorm gaan appreciëren. Ook live vond ik ze fantastisch. Ik hoorde het in oktober, tijdens ons Kill-o-Meter project op GoneWest, opnieuw: van alles wat Alan speelt, gaat zoveel schoonheid uit, en Tom heeft ook iets bijzonders als gitarist. Telkens als hij een paar snaren aanslaat, herken je hem, hij brengt als gitarist een hele wereld mee - en dan hebben we het nog niet over zijn songwriting gehad. Je weet dat je voor eeuwig met Mauro vergeleken zult worden. Hoe denk je daarmee om te gaan? De Groote: De meningen zullen in het rond vliegen, ja. Mauro heeft het vanzelfsprekend super gedaan, die bezetting heeft van mij nu net een groot dEUS-fan gemaakt. Natuurlijk is het niet echt dankbaar om in zijn voetsporen te treden, maar ik ben te oud om iemand anders te willen zijn. Je kunt de persoonlijkheid van Mauro niet kopiëren. En bovendien kan ik niet tippen aan zijn kapsel. (lacht)