First things first: die hype rond Black Midi is opgeklopt, maar terecht. Met hun eerste album Schlagenheim lost het viertal beloftes als 'niet voor één gat te vangen', 'technisch onderlegd', en 'écht niet voor één gat te vangen' probleemloos in. Dat de leden van Black Midi jong zijn, gemiddeld twintig, en een frisse wind door de Britse gitaarmuziek laten waaien, dat klopt. Maar dat ze opzettelijk verstoppertje speelden met de pers en zich zo lang mogelijk in nevelen hulden, spreken bassist Cameron Picton en drummer Morgan Simpson met klem tegen. 'We gaven wél interviews', zegt Simpson. 'Er was wél muziek online te vinden. Alleen niet zoveel, nee. Er was ook niet veel om met de rest van de wereld te delen. Tot nu.'

Debuteren met je tweede album, dat niemand dáár eerder op gekomen is.

Dat ze lak hebben aan de geijkte genreomschrijvingen, aan een welomlijnd profiel en bij uitbreiding aan alle regeltjes binnen de muziekindustrie, dat demonstreerde de band eind vorige maand, toen ze in een voormalige meubelfabriek hun album aan de pers en een selectie vips presenteerden, onder wie alle belangrijke piefen van hun label Rough Trade. In plaats van alle negen songs op hun debuut af te rammelen ging het kwartet helemaal loos in een geïmproviseerde jamsessie van een uur. Contrair, maar Ben Ayres, ooit kernlid van cultband Cornershop en nu perschef van Rough Trade, zag er de lol van in. 'Ze hebben gewoon hun twééde album integraal gespeeld', zou hij gegrapt hebben. Picton kan een glimlach niet onderdrukken: 'Debuteren met je tweede album, dat niemand daar eerder op gekomen is. Of zou het? Wie zal het zeggen?'

Naar verluidt stond zowat elke platenfirma in Londen aan te schuiven om jullie te tekenen. Waarom is het Rough Trade geworden?

Cameron Picton: Omdat ze begrepen wat we proberen te doen, nog voor we het ooit luidop hadden gezegd. Behoorlijk straf, want we wisten het zélf ook nog niet goed. (glimlacht) En wat de mensen bij Rough Trade níét deden, was ons proberen te overdonderen met het referentiespelletje. Je weet wel: 'Ik ken deze band, jij kent die band, maar kennen jullie déze band?' Typisch voor muzieknerds.

En dat zijn jullie niet?

Picton: Toch niet op díe manier, neen. De roemrijke geschiedenis van Rough Trade bijvoorbeeld, met al die ronkende namen, daar hebben we sowieso niet te lang bij stilgestaan. Wie Rough Trade zegt, zegt The Libertines, The Strokes, The Smiths en andere typische gitaargroepjes. (denkt na) Niet dat The Smiths niet cool zijn - of waren, tot Morrissey nogal een lul begon te worden.

Morgan Simpson: Tegelijk heeft het label veel experimentele releases op zijn conto geschreven, zoals recent nog Mica Levi's soundtrack voor Under the Skin. Zulke platen breng je niet uit als het niet puur om de muziek te doen is. Dat we totale creatieve vrijheid wilden en kregen, stond zelfs niet ter discussie.

Cameron, jij was de laatste om de groep te vervoegen. Wat was jouw eerste idee toen je gevraagd werd?

Picton: Of ze me wel echt nodig hadden. (schamper lachje) Ik was zeventien en keek een beetje de kat uit de boom. Maar toen werd de groep voor een eerste show gevraagd en ik kon toch moeilijk een optreden afwimpelen?

Je bent lid geworden van de groep vlak voor hun eerste concert?

Simpson: Ongeveer zes uur voor ons eerste concert, om precies te zijn. Eén repetitie: meer tijd heeft Cameron niet gehad om alle songs te leren. (lacht)

Picton: Tja, 'songs'... Het heeft daarna nog maanden geduurd, hoor, om ons geluid enigszins te betonneren en onze eigen identiteit te vinden.

Die eerste show was in The Windmill, een pub in Brixton die een stevige reputatie aan het opbouwen is wat jonge bands lanceren betreft. Hoeveel mensen kunnen binnen tien jaar met recht en reden zeggen: 'Ik was erbij'?

Simpson: Niet veel. Maximaal tien man, zoiets? En dan tellen we de andere groepen op de affiche erbij, én de pa van Geordie, onze zanger.

Picton: Maar de booker van The Windmill was meteen mee en vroeg ons om een maand later terug te keren. Bleek dat er die avond al een ander optreden was. 'Tweede show, en al een dubbele boeking', dacht ik. 'Dit komt wel goed.' (lacht) Uiteindelijk hebben we een half jaar lang elke maand in The Windmill opgetreden en samen met ons repertoire bouwden we ook een publiek op.

Waar hebben jullie het meest geleerd, in de pub of op de befaamde BRIT School, waar jullie elkaar leerden kennen?

Picton: Beide zijn heel erg belangrijk geweest. De school, omdat je er gratis professionele repetitieruimtes ter beschikking krijgt, een enorm voordeel voor een beginnende band. Maar de theorie die je er krijgt, is meestal nogal achterhaald, omdat de muziekindustrie aan zo'n rotvaart evolueert. Op dat gebied was The Windmill meer bij de pinken.

Morgan, jij komt uit een muzikale familie en speelt als sinds jonge leeftijd drums, onder meer in de kerk. Ook een goede leerschool?

Simpson: Kun je wel zeggen, ja. Improvisatie is belangrijk in Black Midi en je leert nergens beter improviseren dan tijdens een kerkdienst.

Dat moet je toch iets beter uitleggen.

Simpson: Tijdens gospeldiensten ligt het op voorhand niet precies vast wie welke psalmen zal zingen. It's a spur-of-the-moment thing. Iemand grijpt de microfoon en dan moet je maar zien te volgen. Of de momenten wanneer de pastoor begint te freewheelen en helemaal loos gaat, dan begint de pret pas echt! Gospel heeft bepaalde standaardstructuren maar na een paar uur jammen, want dat is het, blijft daar niks meer van over en wordt het bijna progrock. Soms is gospel gewoon pure Genesis, maar met betere teksten. (lacht)

Je leert nergens beter improviseren dan tijdens een kerkdienst.

Cameron, jij bent ooit via een YouTube-tutorial van Smiths-gitarist Johnny Marr uitgekomen bij soukous, de van rumba afgeleide muziekstijl uit Congo. Grote sprong, lijkt me.

Picton: Niet zo groot als je zou denken. Johnny Marr schuift altijd folkmuzikant Bert Jansch naar voren als een van zijn grote invloeden, maar in zijn melodieën zit af en toe ook een Afrikaanse toets. Genoeg om me uiteindelijk lessen te doen volgen bij een Congolese gitarist.

Heel eigen aan Black Midi - en aan jullie hele generatie - is jullie door het internet beïnvloede collagetechniek.

Picton: Zonder het internet zouden veel muzikanten zoals wij ter plaatse blijven trappelen in het indiewereldje. Vroeger had je een grote broer of een oudere neef van een schoolvriend die met een coole platencollectie deurtjes kon openen. Ik ben opgegroeid met oudere gasten die een account hadden op Napster of Limewire. (lacht) Internetpiraterij is het beste wat de muziekwereld had kunnen overkomen. En tegenwoordig mag je dat zelfs hardop zeggen. Denk ik.

Wat vindt 'the most exciting new band in Britain', dixit The Times, momenteel zélf opwindend?

Picton: De hele Londense jazzscene rond gasten als Moses Boyd die momenteel potten aan het breken is. Toch behoorlijk indrukwekkend, hoe zo'n hele jonge generatie muzikanten tegelijkertijd weet door te breken, en ook nog eens goede muziek maakt.

Simpson: Ik vind het hele léven opwindend, eerlijk gezegd.

Kan ik niet goed rekenen, sorry.

Simpson: Te vaag of niet spannend genoeg voor je? (lacht) Oké, dan leg ik The Windmill en alle mensen errond nog eens op tafel. Heel down to earth, die plek, maar er beweegt heel wat. Een band als Black Country, New Road, bijvoorbeeld, die er kind aan huis is, of Great Dad, maten van ons. Hou die maar goed in de gaten.

Schlagenheim

Uit op 21/6 via Rough Trade. Op 10/10 speelt Black Midi in de Beursschouwburg, Brussel, beursschouwburg.be

Black Midi

Leden (vlnr.) Geordie Greep (zang, gitaar), Morgan Simpson (drums), Cameron Picton (zang, bas), en Matt Kwasniewski-Kelvin (zang, gitaar).

Leren elkaar rond 2015 kennen op de BRIT School, de popacademie waar ook Amy Winehouse, Adele, Jamie Woon en King Krule afzwaaiden.

Debuteren in mei 2018 met de vinylsingle Bmbmbm, nu al gemiddeld 80 euro waard op Discogs.

Stimuleren mee de postpunkrenaissance in Londen, samen met bevriende bands als Shame en Goat Girl.

Voor fans van Battles, Sonic Youth, Miles Davis (late periode), en Captain Beefheart.