De Dance Hall, de Castello, de Marquee, de Booth en alle lappen gras tussen al die tenten in: zondag tussen drie en vier uur in de namiddag was daar niemand. Niet een klein beetje volk, niet een héél klein beetje volk, gewoon niemand. Het was alsof de wereld er heel even gestopt was met draaien.

Dat had natuurlijk alles te maken met het groenharige, in een baggy hiphopoutfit gehulde Amerikaanse meisje dat op dat moment op het hoofdpodium stond: Billie Eilish Pirate Baird O'Connell, amper zeventien en nu al de grootste nieuwe popster die deze aardkloot in jaren heeft gekend. Zeg dat Dave Grohl én Thom Yorke het gezegd hebben.

Een standbeeld voor Good Charlotte!

Nooit gedacht dat het ooit uit onze pen zou vloeien, maar Good Charlotte verdient een standbeeld. Als het niet aan hen - en dan vooral hun annulering voor Pukkelpop van een goeie maand geleden - had gelegen, dan zou Billie Eilish vandaag in de Dance Hall hebben gestaan, en zou er tegen de tijd dat u dit leest allicht een rampenplan zijn afgekondigd over Kiewit - zelfs aan het hoofdpodium kon niet verhinderd worden dat er mensen flauwvielen; in onze perimeter alleen al telden we een vijftal gevallen.

Billie Eilish © Wouter Van Vaerenbergh

Of die hele Billie-mania wel terecht was, wilt u weten? De vraag stellen is ze beantwoorden. Billie Eilish is geen Ariana Grande, Taylor Swift of Dua Lipa. Ze jaagt geen schoonheidsidealen na en maakt geen perfect gepolijste, op writing camps met vijftig A-listproducers gefabriceerde pop. Eilish grossiert in een soort slaapkameraltpop waar al eens een boor van bij de orthodont in mag weerklinken - jaha, het is dát dat u hoort in de drop van Bury a Friend - en heeft qua look en attitude meer weg van een rapper of rocker dan van een popprinses. En oh ja, ze heeft ook een fetisj voor spinnen. Een heel ver doorgedreven fetisj voor spinnen, zelfs.

Het waren niet toevallig die achtpotige wezentjes die op het reusachtige projectiescherm kwamen gekropen toen Billie Eilish en haar band - met broer Finneas op gitaar en bas en Andrew Marshall achter de in een doorzichtige kooi geplaatste drums - het podium bewandelden en Bad Guy inzetten. 'I'm that bad type, make your mama sad type', zong Billie, wiens stem - live on tape, we zijn 2019! - voortdurend verstoppertje speelde met de dreunende bassen. Het publiek werd alsnog cray en nam de zanglijnen maar wat graag mee voor haar rekening. Duh.

Billie Eilish op Pukkelpop 2019 © Wouter Van Vaerenbergh

'I can see you, bitch'

Volgden daarna nog: zowat alle songs uit When we all fall asleep, where do we go?, het dit voorjaar verschenen debuutalbum van Billie Eilish, en een instantklassieker bij quasi de voltallige streaminggeneratie. Daarvan lieten het venijnig onder de huid kruipende You should see me in a crown, het frivole Wish you were gay en de slimme slow When the party's over de beste indruk na. In die laatste, door Eilish vanop een krukje gebracht, kregen de twijfelaars trouwens lik op stuk: Billie Eilish kan het ook zónder meelopende tape.

Voor de fans van het eerste uur stonden er ook nog een paar vroegere hits op de setlist. Het op bestelling van regisseur Alfonso Cuarón gemaakte When I was older, bijvoorbeeld, een autotune-ballad die de hele wei het zwijgen oplegde. Of Copycat, een nummer waarvoor iedereen op de hurken moest, om bij het invallen van de beat weer op te veren en helemaal loos te gaan. 'En denk er niet aan om niet mee te doen', waarschuwde Billie. 'It's broad daylight. I can see you, bitch.' Als Billie Eilish iets vraagt, dan draait u.

Met Bury a Friend had Billie Eilish nadien nog een apocalyps van een apotheose in petto, waarin het publiek collectief (maar hopelijk niet gemeend) van 'I wanna end me' schreeuwde. En dan was ze weg, de fans nog één keer uitvoerig uitwuivend op de tonen van Goodbye. 'Thanks for giving a fuck', besloot ze. Jij bedankt, Billie, om de afkondiging van dat rampenplan te voorkomen.