7 mei 2016, 't Krawietelke in Gent. Op aanraden van een vriend gaat Bert Ostyn naar een concert van de Brusselse trashpopband Shetahr kijken. De excentrieke frontman Nick Defour maakt indruk op hem. Ostyn heeft zijn groep Absynthe Minded dan wel net opnieuw van stal gehaald, hij kijkt al langer uit naar een project waarin hij zijn brutalere muzikale ideeën kwijt kan en waarin hij eens níét de rol van zanger maar die van muzikant-producer mag aannemen. In Defour ziet hij de ideale handlanger.
...

7 mei 2016, 't Krawietelke in Gent. Op aanraden van een vriend gaat Bert Ostyn naar een concert van de Brusselse trashpopband Shetahr kijken. De excentrieke frontman Nick Defour maakt indruk op hem. Ostyn heeft zijn groep Absynthe Minded dan wel net opnieuw van stal gehaald, hij kijkt al langer uit naar een project waarin hij zijn brutalere muzikale ideeën kwijt kan en waarin hij eens níét de rol van zanger maar die van muzikant-producer mag aannemen. In Defour ziet hij de ideale handlanger. Bert Ostyn: Ik zag Nick die avond bezig en dacht: met díé gast wil ik samenwerken. Het heeft nog een hele tijd geduurd, maar nadat ik in 2019 nog eens naar een show van hem ben gaan kijken - van zijn huidige groep Stakattak - zijn we aan de klap geraakt. Niet veel later hebben we samen een eerste track gemaakt, Milk Girl. Nick Defour: Het daaropvolgende jaar kwamen we zowat om de twee weken bij mij thuis in Brussel samen. Driekwart van de dag werkten we aan ons album The Swimmer, daarna gingen we iets drinken. Ostyn: Ik kwam dan bij hem aan met mijn aktetasje met daarin een laptop vol instrumentals, waar Nick niet zelden ter plekke in de keuken teksten bij bedacht. Alles gebeurde instant. Kidiot is geen band die te lang over de dingen wil nadenken. Defour: Mijn teksten vertrekken van simpele, licht absurde situaties die ik uitvergroot. Neem nu I Am the Egg. Ik was een boterham met krabsla aan het eten, zag er een brok ei in liggen en plots had ik de openingszin: 'I am the spread on your sandwich.' Het verhaal van Norman is er dan weer een dat mijn grootvader me vaak vertelde: twee broers van wie niemand wist dat ze broers waren, gingen elk apart op café in Anderlecht, zochten ostentatief boel met elkaar en wie tussenbeide kwam, ranselden ze af. Performancekunst anno de jaren veertig. (lacht)Was er een bepaald referentiekader voor Kidiot? Defour: We hebben gezamenlijke muzikale voorbeelden, zoals Iggy Pop en Nirvana, maar het is niet zo dat er op voorhand iets afgebakend werd, nee. Ostyn: Het moest gewoon in your face zijn. En er mocht humor in zitten, er is al genoeg sérieux in de alternatieve muziekscene. Bert had jou dus al aan het werk gezien, maar was jij ook vertrouwd met zijn oeuvre, Nick? Defour:Acquired Taste van Absynthe Minded was op mijn veertiende de eerste cd die ik ooit heb uitgeleend in de bib van Sint-Pieters-Leeuw. (lacht) Ostyn: Dat heeft hij me pas veel later verteld. Ik was gecharmeerd! Defour: En ik vond het cool dat Bert naar mijn groepen kwam kijken. Ik werd ook echt wel verrast door de muziek die hij me stuurde. Die had in de verste verte niks met Absynthe Minded te maken, en al helemaal niet met Stakattak. Kidiot is veel elektronischer. Absynthe Minded vertoeft al twintig jaar in het popcircuit. Is Kidiot een tegenreactie? Ostyn:Soms heb ik het gevoel dat het er los van staat, soms niet. Want ik heb ook binnen Absynthe Minded met elektronische drums en vinylsamples geëxperimenteerd, en ik heb al eens een donkere, elektronische soloplaat gemaakt. Ik had toen gebroken met mijn oud management en wist niet goed wat ik met de band aan moest. Omdat ik niet wilde stilzitten, ben ik - zonder veel voorbereiding, een beetje tegen mijn gewoonte - de studio in gedoken met Luuk Cox van Shameboy. Dat was een experiment, ook live. Er stonden vier muzikanten op podium, maar tegelijk liepen er allerlei voorgeprogrammeerde triggers mee. Alle structuren lagen vast, wat me op den duur tegen begon te steken. Dus dacht ik bij Kidiot: nu ga ik het simpel houden. Ik wil het gevoel blijven hebben dat ik aan het spélen ben. En is het een tegenreactie op Liefde voor muziek, het VTM-programma waarin we je onlangs Willy Sommers en Cleymans & Van Geel zagen coveren? Ostyn: Die twee dingen liggen héél ver uit elkaar, maar het is niet zo dat ik na Liefde voor muziek heb gezegd: 'Oei, nu moet ik opnieuw iets doen dat left of center is.' Ik ben altijd een beetje melomaan geweest. Zo hebben er altijd jazzmuzikanten bij Absynthe Minded gespeeld, maar ben ik ook fan van The Fall. En de eerste concerten die ik bezocht, waren van zware punkbands als The Exploited. Ik ben blij dat ik nu met Kidiot kan uitpakken, want ik ga nooit nog hetzelfde forum hebben als na Liefde voor muziek. Heel fijn programma, trouwens. Supergoed gemaakt. En ik vond het ook best wel gedurfd - het waren heus niet allemaal megabekende deelnemers. Defour: Ik heb er ook naar gekeken. Weliswaar alleen omdat Bert meedeed. (lacht)Jij komt uit de performancekunst, Nick. Je hebt ooit maandenlang met een houten stoelblad op je schouder rondgelopen. Defour:(lacht) Negen maanden, ja. Alleen in de douche en in bed deed ik het af. Met dat project wilde ik mezelf ervan overtuigen dat ik het echt wel meende met die kunst. Toen die negen maanden voorbij waren, vond ik wel dat ik me voldoende bewezen had voor de rest van mijn leven. Sindsdien doe ik alleen nog héél korte performances. Op Focus Music Box spelen jullie je eerste concert sinds de release van jullie debuutalbum. Wat mogen we verwachten? Ostyn: Beats. Riffs. Hooks. En clevere, grappige teksten. Defour: En ik die me waarschijnlijk al na dertig seconden in het publiek begeef, zoals altijd. Ostyn: We hebben daar tot dusver nooit problemen mee gehad, ook niet in deze gevoelige tijden. Toen we vorig jaar op Theater aan Zee speelden, keek er zelfs een corona-inspecteur toe vanaf een badstoel. Nick is meteen met hem in interactie gegaan. Er gebeurt altijd wel íéts bij Kidiot.