'Jezus, moest je me nu écht weer aan Holland herinneren?'
...

'Jezus, moest je me nu écht weer aan Holland herinneren?' De boomlange Benjamin Clementine (28), de man met de gebeeldhouwde jukbeenderen en het flamboyante suikerspinkapsel, kijkt plagend in de richting van zijn manager. Eigenlijk hadden we in The Uxbridge Arms moeten zitten, een old-fashioned pub in het Londense Notting Hill. Maar een uur voor aanvang verplaatste Clementines manager onze afspraak naar het café van Holland Park, een stuk groen in het district Kensington en Chelsea. En een plek die Clementine dus spontaan doet denken aan 'dat andere Holland', waar hij in 2013 om een wel heel aparte reden zijn concert op het Rotterdamse North Sea Jazz Festival in duigen zag vallen. 'Dat was inmy darker days', vertelt hij. 'Mijn crew had me een digitaal treinticket naar Rotterdam gefikst, maar net op het moment dat de conductrice mij kwam controleren, viel mijn telefoon plat. "Ik moet op North Sea Jazz gaan spelen", probeerde ik, maar die mevrouw wilde me niet geloven. In Roosendaal zette ze me onverbiddelijk uit de trein. Ik heb nog enkele pogingen gedaan om te liften, maar niemand wilde me meenemen - hoe zou je zelf zijn, als er zo'n grote zwarte vent in het midden van de weg staat? (lacht) Dan maar wandelen, dacht ik, hoe ver kan dat zijn? Nog zo'n vijftig kilometer, kennelijk. Tien uur ben ik onderweg geweest, en dan heeft mijn entourage me gevonden, op een baan niet zo gek ver van het festival. Mijn voeten waren helemaal bebloed - ik had die dag enkel slippers aan, en die heb ik halverwege weggegooid. Het concert heb ik niet gehaald, nee, maar achteraf gezien is het goed dat dit gebeurd is. Het was een levensles. Een les in volharding.' *** Benjamin Clementines hele leven leest als een from zero to hero-verhaal. De Ghanese Brit groeide op in Edmonton, in het noorden van Londen. Na een dispuut met zijn oerkatholieke ouders, die hem alle toegang tot muziek ontzegden - het pianootje dat hij van zijn broer had gekregen, verborg hij angstvallig op zolder - trok hij op zeventienjarige leeftijd het huis uit. Via Camden ging het naar Parijs, waar hij aanvankelijk een dakloos bestaan leidde. Tot hij al buskend op de metro opgemerkt werd en in korte tijd uitgroeide tot een cultfiguur in het Parijse muziekcircuit. Volgden: een platencontract, een opvallende passage bij Jools Holland, enkele schouderklopjes (onder meer van Paul McCartney) en zijn debuutalbum At Least for Now (2015). Dat stond bol van de atypische pianoballads, maar was wél meteen goed voor Groot-Brittanniës meest prestigieuze muzikale onderscheiding: de Mercury Prize. We zijn nu nauwelijks twee jaar verder en Clementine heeft een opvolger klaar, een plaat die zo mogelijk nog onconventioneler en avant-gardistischer klinkt dan haar voorganger. I Tell a Fly isiets tussen een barokpopopera, een Broadwaymusical en een misdienst in - Ravel die de synthesizer heeft ontdekt en een mannelijke Nina Simone die daaroverheen zingt, zoiets. Geen wonder dat onze festivalman Clementines passage op Rock Werchter afgelopen zomer nog omschreef als 'het meest bevreemdende concert van het hele festival'. 'Bevreemdend?' vraagt Clementine. 'Ach, recensenten mogen schrijven wat ze willen - freedom of speech heet dat. (lachje) Het klopt wel dat mijn nieuwe songs aan de experimentele kant zijn, maar er wordt ook wel eens van mij beweerd dat ik te hard mijn best doe, dat ik 'raar doe om raar te doen'. Daar ben ik het níét mee eens. What you see is what you get bij mij: ik ben gewoon mezelf. Die balladeer van At Least for Now, dat ben ik. En die vreemde man die onlangs met een in een Amerikaanse vlag gehulde mannequinpop stond te dansen in Later with Jools Holland, dat ben ik óók. Als het publiek van mij verwacht dat ik altijd hetzelfde trucje ga herhalen, that piano thing, dan is dat verkeerd en zelfs egoïstisch van hen. Als je een kind krijgt, moet je toch ook accepteren dat het ooit opgroeit, het nest verlaat, homo- of transseksueel wordt, in het huwelijk treedt, kortom: zijn of haar eigen weg zoekt? Wel, opgroeien en mijn eigen weg zoeken, dat is precies wat ik met mijn muziek wil. En dat doe ik met mijn grote voorbeelden in gedachten. David Bowie, Samuel Beckett, Oscar Wilde: die hebben toch ook altijd compleet andere dingen gedaan? En al zeg ik het zelf: I Tell a Fly is, muzikaal en tekstueel, volwassener dan At Least for Now. (lacht) Noem het de plaat waarop ik borsten heb gekregen, meer van make-up ben gaan houden, homo ben geworden, whatever!' I Tell a Fly is ook de plaat waarop Benjamin Clementine niet langer uitsluitend zijn eigen vagebondverleden bezingt, maar ook brandende (geo)politieke thema's durft aan te snijden. Begin dit jaar was er al Hallelujah Money, een anti-Trumpsong die hij op bestelling van Damon Albarn voor diens Gorillaz maakte. En op zijn nieuwe plaat staan subtiele maar weinig verholen sneren richting brexit (By the Ports of Europe), de verrechtsing in Frankrijk door Marine Le Pen en haar Front National (Paris Cor Blimey) en de vluchtelingenproblematiek, van Calais (God Save the Jungle) tot Aleppo (Phantom of Aleppoville). *** 'Ik heb die term nooit gebruikt', zegt Benjamin Clementine wanneer we vluchtelingen ter sprake brengen. Zijn toon wordt lichtjes intimiderend. Ook wanneer we hem vragen wat hij nu werkelijk van de strapatsen van de Amerikaanse president vindt, wuift hij de vraag snel weg. 'Stel die maar aan jullie eerste minister, of wie jullie politieke leider in België ook is. Ik ben een artiest. Ik ga mijn kostbare tijd heus niet aan de president van de VS verspillen.' *** Ook al werd I Tell a Fly opgenomen in de Londense RAK en Abbey Road Studios, en afgewerkt in Albarns Studio 13, het hele idee voor dit tweede album is over de grote plas ontstaan. Clementine heeft namelijk twee jaar in New York gewoond. Op het Amerikaanse visum dat hij daarvoor moest aanvragen, werd Clementine omschreven als 'an alien of extraordinary abilities'. 'Daar ben ik toch tien minuten niet goed van geweest. Net of ik van een andere planeet kom!' zegt hij. 'Dat visum inspireerde me tot Jupiter, een song geschreven vanuit het oogpunt van een buitenaards wezen, en het nummer dat de aanzet heeft gegeven voor de hele plaat. Want, realiseerde ik me, zijn wij uiteindelijk niet allemaal aliens? Ik bedoel: voor jij je partner leerde kennen, was zij toch ook een vreemde voor jou en jij voor haar? Dat is net zo met mensen die van een ander land zijn, eenzaam zijn, gepest worden, reizen of vluchten.' 'Het grappige is,' vervolgt Clementine, die weer helemaal op dreef is, 'vroeger op school werd ik ook al een alien genoemd, ze lachten me uit, noemden me E.T. Ik werd gepest, ja. Gelukkig niet zo hard als pakweg Damilola Taylor, die door zijn pesters vermoord werd (de dood van de tienjarige Taylor was een zaak die veel ruchtbaarheid kreeg in Engeland; na verschillende processen werden twee jonge verdachten veroordeeld voor doodslag, nvdr.). Maar toch: ook ik werd geduwd, in het gezicht gekletst, afgerammeld. Ik wist niet wat te doen, dus ging ik schuilen in de bibliotheek, waar ik William Blake las en boeken over filosofie, existentialisme en andere dingen waar ik op dat moment niks van begreep. Ik wil het niet trivialiseren, want de schaal is heel anders, maar uiteindelijk is in Aleppo hetzelfde aan de hand. Aleppo wordt óók elke dag geteisterd voor redenen die wij niet begrijpen, de kinderen daar worden óók bestookt, belaagd en gepest, wat maakt dat zij óók veiliger oorden willen opzoeken. Het nummer Phantom ofAleppoville gaat erover. Het is mijn cry-out over wat er momenteel aan het gebeuren is, en de blauwdruk voor de plaat: ik die over de wereld rondom mij zing, via de dingen die ik zelf heb meegemaakt.' *** Denkt hij dat het publiek die boodschap gaat lusten, in tijden waarin Spotifyplaylists mensen misschien wel sneller dan ooit van de ene popsingle naar de andere doen shufflen? 'Ik verwacht helemaal niks van deze plaat', antwoordt Clementine. Eerder gaf hij al toe dat ook de mensen van zijn label grote ogen trokken toen hij met het bizarre I Tell a Fly afkwam. 'Maar het is dit of weer gaan busken', drukte hij hen toen op het hart. 'Ik ben tevreden met wat ik met deze plaat verwezenlijkt heb. Dit is wat ik wilde doen.' Hij denkt na en trekt van een Marlboro Gold-sigaret. 'Natuurlijk wil ik dat de mensen het verhaal, het concept zullen vatten. En natuurlijk besef ik dat ik geduld van hen vraag. Maar van een schilderij dat je goed vindt, ga je toch ook het achtergrondverhaal opsnorren, om te weten te komen welke kunstenaar erachter zit? Zelf ben ik misschien een one-taker, die alle songs in één keer op band pleurt. (lacht) Maar mijn fans, die moeten wel meerdere keren luisteren.' *** Of de Mercury Prize hem nog interesseert, willen we ten slotte nog weten. Onlangs vertrouwde hij de Britse pers immers toe dat 'het voor mij niet meer hoeft als nu ook al artiesten genre Ed Sheeran ervoor genomineerd worden'. Hij lacht andermaal. 'Dat was banter, man. Of toch half. Ik bedoel: ik heb niks tegen Ed Sheeran, die jongen doet zijn ding, net zoals ik mijn ding doe. Al wat ik wilde zeggen is dat als de Mercury Prize wil blijven staan waarvoor hij altijd al gestaan heeft, namelijk een relatief onbekende artiest de kans geven om gehoord te worden, dan is Sheeran nomineren gewoon een beetje, euh, vreemd. Je gaat de Man Booker Prize toch ook niet aan een fotograaf geven, of de Turner Prize aan de oprichters van fucking McDonald's? En by the way: mijn Mercury uit 2015 is kapotgegaan. Hij is van de schoorsteenmantel getotterd en de glazen bal is eraf gevallen. (lacht) Het zij zo.'