'Jij komt toch uit België, hè?' vraagt Natasha Khan wanneer we haar de hand schudden.
...

'Jij komt toch uit België, hè?' vraagt Natasha Khan wanneer we haar de hand schudden. Ik knik, zij gniffelt: 'Vorige week nog geweest!' 'Voor welke gelegenheid?' wil ik weten. 'Gewoon, een familiereünie. Mijn moeder woont sinds een drietal jaar in de Belgische gemeente Plombières, niet ver van de Duitse grens. Heel mooi daar. Veel groen, veel koeien, veel riviertjes. Een beetje zoals het Britse platteland, eigenlijk.' *** We ontmoeten de Brits-Pakistaanse Natasha Khan - al ruim dertien jaar actief als Bat for Lashes, waarmee ze indiehits als Daniel en Laura scoorde - aan de oevers van de Thames in Londen. Maar ons gesprek had dus net zo goed in België kunnen plaatsvinden. Of in LA, de stad waar ze The Old Smoke tweeënhalf jaar geleden voor inruilde. Haar platencontract bij Parlophone, het label van iedereen van The Beatles tot Coldplay dat tussen 2006 en 2016 al haar albums uitbracht, was net ten einde. En haar laatste worp The Bride (2016), een audiovisuele, hyperconceptuele plaat over een bruid die op de dag van het huwelijk haar aanstaande echtgenoot verliest, was zo'n intense bevalling geweest dat ze nood had aan een nieuwe omgeving. En een nieuwe wending in haar carrière. Natasha Khan: Het was tijd voor iets anders, ja. Mijn vertrek bij Parlophone was het einde van een tijdperk, en na The Bride wist ik zelfs niet of ik ooit nog aan nieuwe muziek wilde beginnen. Al moet ik zeggen dat dat gevoel me na élke plaat overvalt. (lacht) Enfin, ik ben toen dus naar LA verhuisd, een stad die me een beetje opnieuw kind deed voelen. De woestijn, de hete lucht, de geur van jasmijn en rozen: het deed me allemaal heel erg terugdenken aan Karachi, de Pakistaanse stad waar mijn pa vandaan komt en waar ik in mijn jonge jaren vele zomers heb doorgebracht. Tijdens mijn eerste maanden in de States heb ik vooral veel rondgereisd. Door de woestijn, dus, maar ik ben ook de bergen ingetrokken en heb de hele westkust verkend. Onderweg schilderde, fotografeerde én schreef ik. Geen songs maar scripts, want nadat ik eerder al videoclips en kortfilms had geregisseerd, wilde ik me nog meer gaan toeleggen op film, mijn eerste grote liefde. Wat voor scripts schreef je? Khan: De benevelde, haast apocalyptische zonsondergangen, de nachtelijke kustlijn, de Mexicaanse bendes nabij Highland Park: LA gaf me meer dan genoeg inspiratie. Zoveel dat er zich in mijn hoofd gaandeweg een verhaal begon te vormen over een girl gang, een groep vrouwelijke vampieren die zich ophoudt in de woestijn maar naar de stad trekt om een meisje genaamd Nikki Pink ervan te overtuigen tot de bende toe te treden. Klinkt hélemaal als de bio bij je nieuwe plaat, Lost Girls. Dat moest dus eigenlijk een film worden? Khan: Precies. Ik ben hem zelfs gaan pitchen bij Pastel, de productiemaatschappij van Barry Jenkins. Dé Barry Jenkins, van Moonlight en If Beale Street Could Talk? Khan: Ja. Prachtige films, hè. En Barry is een heel fijne kerel. Ik denk dat ik bij hem ben terechtgekomen omdat een van zijn medewerkers bevriend is met een agent die ik ken. In ieder geval: toen het Barry en co. ter ore kwam dat ik aan een scenario bezig was, wilden ze daar graag alles over weten. Dus hebben we een ontmoeting geregeld en ben ik met mijn idee naar hen gegaan. Ze waren zeer geïnteresseerd, maar dan kwam er plots tóch weer een plaat tussen. En terwijl ik hier in Londen over mijn nieuwe album aan het praten ben, zit Barry waarschijnlijk nog altijd op mij te wachten in LA. (lacht)Wat heeft je andermaal voor de muziek doen kiezen? Khan: Op een zeker moment kreeg ik de vraag een song te schrijven voor de Stephen King-serie Castle Rock. Eén song, meer wilden ze niet, dus dacht ik: oké dan. Ik ging langs bij producent J.J. Abrams, en via hem leerde ik Charles Scott kennen, die verantwoordelijk was voor de muziek in de serie. Samen hebben we Kids in the Dark gemaakt, het openingsnummer van de plaat. In één dag was het gepiept, en de muzikale vonk sloeg meteen weer over. Het was zelfs zo fijn werken met Charles dat we bleven afspreken en opnemen. Uiteindelijk hebben we zowat heel Lost Girls met ons tweeën ingeblikt. Er waren geen verwachtingen van labels of zo, ik had zelfs mijn eigen manager niet verteld dat ik opnieuw met muziek in de weer was. Ik deed het in alle stilte, bijna in het geniep. Dat werkte enorm bevrijdend. Zat je voorheen dan gevangen in een soort keurslijf? Het is geen geheim dat Parlophone in 2009, ten tijde van je successingle Daniel, een 'nieuwe Florence Welch' van je wilde maken. Khan: Het was soms een strijd, ja, omdat zij hoopten dat ik iemand zou worden die ik niet was. Maar ik heb hen zelden of nooit laten bepalen welke kant mijn songs zouden opgaan. Er zijn misschien een páár keuzes geweest die ik achteraf bekeken anders zou hebben gemaakt, maar verder heb ik in artistiek opzicht geen compromissen gesloten. Eerlijk waar, ik kan nog steeds naar alle vier mijn vorige platen luisteren en zeggen: die komen récht uit het hart. Welke keuzes zou je anders hebben gemaakt? Khan: Van de song All Your Gold had ik samen met Dave Sitek van TV on the Radio een heel donkere maar in mijn ogen gewéldige r&b-versie gemaakt. Die is nooit uitgekomen, omdat het label dat nummer als single wilde en het die versie te raar vond. Ik hou van de uiteindelijke track, zoals je hem op The Haunted Man(uit 2012, nvdr) hoort, maar blijf erbij dat die 'vreemdere' versie nóg beter zou zijn geweest.Heb je je ooit koppig gedragen tegenover je platenfirma? Khan: Nee. Of ja, misschien een béétje. Protectionistisch vooral, als een moederbeer over haar welpjes. Mijn songs zijn ook zo persoonlijk! Zij wilden natuurlijk dat ik populaire, commercieel interessante liedjes zou maken. Als ik dan met nummers afkwam die geen echte popsongs waren, is dat niet omdat ik dwars wilde liggen, maar omdat ik was wie ik was. Ik ben tenslotte maar een meisje van de kunstschool dat rare muziek wil maken. (lacht) Het ironische is dat er op mijn nieuwe plaat meer popsongs staan dan ooit tevoren, en dat ik klanken en instrumenten heb gebruikt waar ik me in het verleden allicht een beetje voor geschaamd zou hebben. Zoals? Khan: Een saxofoonsolo! Of een sexy dansbeat. Of songteksten waarin ik iets simpels als 'I feel for you' zing, opnieuw en opnieuw. Weet je, in mijn jonge jaren wilde ik heel graag ernstig genomen worden, door zogenaamde 'echte kunst' te maken, met 'een diepere, poëtische betekenis'. Ik moest en zou ook mijn eigen nummers schrijven, en als ze me dan al een keer konden overtuigen om met iemand als Justin Parker (de songschrijver van Lana Del Reys hitsingle Video Games , nvdr.) samen te werken, kwam ik met Laura op de proppen, letterlijk de droevigste song ooit gemaakt. (lacht) Nu ben ik volwassener, zelfverzekerder en waarschijnlijk ook minder snobistisch. Ik geef niet langer om wat mensen van me denken. Laat dus maar komen, die saxen en beats! Lost Girls klinkt héél erg eighties. Is dit jouw guilty-pleasureplaat? Khan: Het is niet zozeer een guilty pleasure, eerder een pleasure. (lacht) Maar het klopt dat het een heel nadrukkelijke hommage aan de jaren tachtig is. Ik vond het dan ook geweldig om op te groeien in de eighties. Je had Michael Jackson, Madonna, Prince en Chaka Khan, en vooral: het waren de hoogdagen van sciencefiction- en avonturenfilms. E.T., The Goonies, Teen Wolf, The Karate Kid: ik kon me als kind heel erg in die verhaaltjes inleven. Niet toevallig, denk ik, want mijn ouders waren gescheiden en iemand als Steven Spielberg voerde ook vaak gebroken families op, waarbij hij aliens en andere fenomenen als metaforen gebruikte voor de pijn van het kind-zijn. Was jij een meisje dat in haar verbeelding kon vluchten, zoals de personages van Spielberg dat niet zelden doen? Khan: Ja. Ik geloof dat het Freud of Jung was die zei dat alle kinderen een ramp in hun leven uitnodigen om de persoon te kunnen worden die ze worden. Een trauma dat hen op weg zet een serieuzer iemand te worden, because you can't stay in that childhood bubble forever. In mijn geval was dat dus die scheiding. Mijn vader is thuis vertrokken en teruggekeerd naar Pakistan toen ik elf was. Dat was moeilijk - het kwam in die tijd ook nog niet zo vaak voor als nu - maar ik had het geluk dat er een piano in de buurt was. Ik ben er, op mijn elfde, meteen liedjes op beginnen te componeren. In de muziek kon ik mijn emoties kwijt, maar voor mij was het ook een hulpmiddel om de dingen te begrijpen. Mijn ouders hebben aan die hele situatie immers nooit al te veel woorden vuilgemaakt. Misschien maar goed ook, want als ze me alles hadden uitgelegd en ik me daar heel goed bij had gevoeld, hadden we hier vandaag waarschijnlijk niet gezeten. (lacht)*** 'Hoe heet de publicatie waar jij voor werkt?' vraagt Khan nog, terwijl ze haar gsm bovenhaalt. ' Knack Focus. ' 'Wat Focus?' ' Knack, als in: The Knack... and How to Get It.' 'Oké. Ik zal dat even aan mijn moeder sms'en. Kan ze The Knack gaan kopen wanneer haar dochter erin staat.'