Hij spreidt zijn benen en duwt zijn handen nog wat dieper in de zakken van zijn jas. Het is bijna middernacht, een koude nevel vult de straten van de stad. Het decor lijkt wel een foto van Harry Gruyaert: verlichtingspaal, zebrapad, verlaten tankstation met neonlicht.
...

Hij spreidt zijn benen en duwt zijn handen nog wat dieper in de zakken van zijn jas. Het is bijna middernacht, een koude nevel vult de straten van de stad. Het decor lijkt wel een foto van Harry Gruyaert: verlichtingspaal, zebrapad, verlaten tankstation met neonlicht. 'Zo ben ik met wandelen begonnen', zegt Hendrik Willemyns. 'Om kalmte te vinden in mijn hoofd. Tijdens de opnames van onze vierde plaat, Lokemo, heb ik een zware paniekaanval gekregen. We zaten al twee weken in de studio in Locquémeau, een dorpje in Bretagne, en we hadden elke dag vrij veel wijn gedronken. Terwijl John aan het koken was, ging de grond onder mijn voeten ineens open. Ik moest me echt vasthouden aan de keukentoog, mijn handen waren ongelooflijk aan het trillen. 'John, help!' Meer kon ik niet zeggen. We zijn samen naar buiten gegaan en hebben die avond nog twee uur gewandeld. Daarna was het beter.' Anderhalf uur duurde de wandeling vanavond - van het Mechelseplein over de Grote Markt tot aan de Schelde en langs de kaaien terug tot op het Zuid, waar Willemyns woont - en dolend door Antwerpen was het opgevallen: terwijl hij wandelde, had de woordenstroom een duidelijke richting, van bron tot monding op een gelijkmatig ritme. Pas wanneer hij stilhield, schoten de gedachten alle kanten uit. Gedachten over de nieuwe plaat van Arsenal, The Rhythm of the Band, waarop onder meer het nummer Wanderer staat: autogetoeter, strakke beat, hoge stemmen. Over de gelijknamige, driedelige Canvasreeks. Over muziek, seks en de dood, de drie grote thema's in zijn leven. Over zijn vriend John ook, die er niet bij was en net daarom zijn stempel drukte op het gesprek. *** Wat weinigen weten, is dat Arsenal na een wandeling is ontstaan. In 1997 is Hendrik Willemyns een 25-jarige, beginnende muzikant in Brussel. Op een technofeest in Gent heeft hij John Roan leren kennen, zanger in een plaatselijke grungeband. Alsof ze elkaars spiegelbeeld ontmoetten, zo voelde het. Allebei vinden ze een plaat van de Britse metalgroep Carcass goed. Maar dan vooral het tweede nummer en daarvan de intro, de eerste seconden. 'Ik was geweldig gecharmeerd door Johns humor', zegt Willemyns. 'John is een heel grappige gast. Er was meteen een klik.' Op een avond trekken ze na het eten het Zoniënwoud in, vlak bij Willemyns' met synthesizers gevulde appartement. Ze praten over muziek en het leven, zoals ze later nog zo dikwijls zouden doen, en ze verdwalen. Ergens tussen bos en stad, tussen dier en mens, tussen wild en berekend springt de vonk helemaal over. Terug binnen begint Roan op de synthesizers te tokkelen. In het hoofd van Willemyns gaat een lichtje branden. 'Wat als wij tweeën nu eens samen muziek zouden maken?' vraagt hij. Nog dezelfde nacht hebben ze twee eigen nummers klaar. *** Het duurt even voor het publiek zijn weg vindt naar hun band. Arsenal hebben ze die genoemd, naar de tramhalte om de hoek van Willemyns' studentenkamer in Etterbeek. Maar zodra de aandacht op gang komt, is ze niet meer te stuiten. De singles A Volta, Loungee en Mr. Doorman groeien uit tot radiohits, Arsenal krijgt een plek op de affiche van Rock Werchter en ook het buitenland volgt. Al die tijd blijven Willemyns en Roan wandelen, zeker na de paniekaanval in Locquémeau. 'Als kind wilde ik astronaut worden', zegt Willemyns. 'Eigenlijk was dat al een doodswens. Je verlaat het moederschip en je wordt de oneindigheid in gekatapulteerd. Dat gevoel van verdwijnen heb ik in muziek gevonden, in creëren, maar ook in drugs. Het verlangen om op te lossen in een groter geheel. En in wandelen, daar vind ik het met het ouder worden ook steeds vaker. (lacht) Wandelen werkt altijd. En bier drinken, in plaats van wijn.' *** Tijdens een van die wandelingen - Arsenal is ondertussen bekend tot in Japan, maar ging ook al door enkele existentiële crisissen - biecht Willemyns op dat hij niets meer voelt bij muziek. Hij denkt aan stoppen. 'Het doet me niets meer, John', zegt hij. 'De hele muziekindustrie is zo tam geworden, ik luister al maanden niet meer naar muziek. En hoe zit het nu eigenlijk met ons? Het wilde is er precies uit, het gevaarlijke, het dierlijke, het seksuele.' 'Ik heb hetzelfde aan de hand', antwoordt Roan. 'Alleen bij black metal voel ik het nog en dan nog slechts bij één plaat: Transilvanian Hunger van Darkthrone. Je moet er eens naar luisteren.' 'Terwijl hij over die plaat aan het vertellen was, zag ik het vuur in zijn ogen opnieuw branden, zoals indertijd op mijn kot in Etterbeek', zegt Willemyns vandaag. 'Ik had hem al lang niet meer zo passioneel gezien. Ik heb thuis naar die plaat geluisterd, maar nadien voelde ik me rotslecht. Als John een blackmetalplaat wilde opnemen, zou het zonder mij zijn: dat was meteen duidelijk. Maar misschien kon ik er wel een documentaire over maken?' Begin 2020 trekken de twee vrienden naar Chongqing, een metropool van dertig miljoen inwoners aan de Yangtze-rivier. In China hopen ze antwoorden te vinden op de vragen die hun leven beheersen: hoe moet het verder met ons? En wat is nu eigenlijk muziek? 'Ik was in 2016 al eens in Chongqing geweest, de snelst groeiende stad van China', zegt Willemyns. 'En ik had er een toekomstvisioen aangetroffen: overal wolkenkrabbers, de nieuwste treinen, maar wel slechts één muziekclub, waar een paar Chinezen The Ramones aan het coveren waren. Er hing een heel donkere atmosfeer, bijna orwelliaans, en ik beleefde er zelf enkele van de donkerste momenten uit mijn midlifecrisis. En dus wilde ik er met John naartoe, om het over onze crisis te hebben en uit te zoeken of we nog een toekomst samen hadden.' Willemyns neemt twee camera's mee en filmt de gesprekken die hij en John in Chongqing met elkaar voeren. Door te blijven creëren wil hij de werkelijkheid betekenis, misschien zelfs vorm geven. In eettentjes, op een brug, in bad: overal overdenken ze hun vriendschap. Als muziek maken zoals seks is, vragen ze zich af, komt hun seksuele relatie dan hier ten einde? 'Ik wilde naar de wortel van muziek kijken om vervolgens voor mezelf te onderzoeken wat ik er nog mee kon aanvangen', zegt Willemyns. 'Het is natuurlijk een moeilijke vraag, maar voor mezelf ben ik tot een antwoord gekomen. En tegelijk kwam er door de vele gesprekken in die vreemde stad ook wel weer hoop tussen John en mij. China heeft ons een nieuwe horizon gegeven.' Tot er opeens een virus uitbreekt en Willemyns en Roan overal mondkapjes en angst zien opduiken. Het wordt nog een moeizame reis terug naar huis. *** De wereld gaat op slot. Noodgedwongen maakt Willemyns een tocht naar binnen. Hij mist de Japanse première van Birdsong, de film die hij in 2019 uitbracht, en probeert de wijn in de fles te houden. De opnames van The Rhythm of the Band lopen vertraging op. Na lang wachten kan Willemyns toch naar Polen reizen. Daar laat hij acteurs filosoferen over muziek en het leven. Gelukkig was hij nog voor corona in Nigeria, waar lokale muzikanten hem op sleeptouw namen en hem weer de schoonheid van muziek deden inzien. In de chaos van de Nigeriaanse booming cities ging zijn hart opnieuw sneller slaan. Tijdens een wandeling door een leeg, uitgestorven Antwerpen vraagt Willemyns in de zomer van 2020 aan Felix Machtelinckx, zanger van Tin Fingers en White Dress, of hij wil meewerken aan het nieuwe album van Arsenal. Roan focust zich volledig op zijn blackmetalplaat. 'Het Arsenal van nu had Felix nodig', zegt Willemyns. 'Felix maakte de nummers groter, bombastischer, dramatischer, omdat hij nog een jonge gast is. Die mogen dat. Ik ben zelf bijna vijftig, ik kan dat niet meer. Dat is onvermijdelijk. Zelfs Stravinsky was slechts 31 toen hij zijn meesterwerk schreef, Le Sacre du printemps. Hoe ouder je wordt, hoe meer je in de richting van je hoofd evolueert en omdat muziek zo dicht bij je buik ligt, wordt het als muzikant alleen maar moeilijker. Ik ben geobsedeerd door hoe ouder wordende bands zichzelf in stand houden. Of juist niet. The rise and fall, the rhythm of the band: die dynamiek vind ik superinteressant. Deze plaat en reeks zijn mijn manier om te zoeken naar een overleven als band en die zoektocht heeft ervoor gezorgd dat het kan blijven bestaan. Dit project heeft mijn relatie gered, die met mijn vrouw én die met John. Ik heb een stap gezet. Of het in de juiste richting is, zullen we later wel zien.' 'In ons vorige gesprek, twee jaar geleden, had je het ook al uitgebreid over je relatiecrisis', zeg ik - we staan inmiddels op een platform bij de donkere rivier, van lichtjes weinig spoor. 'Waarom ben je daar zo fel mee bezig?' 'Voor een stuk heeft het te maken met de scheiding van mijn ouders, toen ik puber was. Ik was er niet door getraumatiseerd, integendeel: ik was dankbaar, het was voor iedereen beter zo. Maar sindsdien ben ik wel enorm gefascineerd door de energie die vrijkomt door het breken van een bestaande constructie. Ook in muziek.' 'Waar staan John en jij vandaag?' 'We hebben geen ruzie, voor alle duidelijkheid, maar muzikaal hebben we even wat afstand ingebouwd. Dat was nodig. Aan de andere kant: als we straks weer mogen optreden zal het mét John zijn. Tenminste, dat hoop ik toch. John doet het nog altijd heel graag, en hij doet het ook fantastisch goed. Ik wil eigenlijk dat Arsenal groeit, niet transformeert, om te zien hoe ver we kunnen gaan en hoe lang we relevant kunnen blijven. Al is dat relatief natuurlijk: onlangs zag ik een flyer van De Kreuners waarop stond ' 40 jaar lang relevant zijn, je moet het maar doen'. (lacht) ' 'Waarom wil je per se doorgaan? Je zou ook gewoon kunnen stoppen en je op het maken van films en televisieseries concentreren.' 'Ik wil winnen.' 'Van wie of wat?' 'Van the odds. Ik wil mijn eigen vooroordelen overwinnen en bewijzen dat je als ouder wordende muzikant toch nog iets interessants kunt maken. Dat je origineel kunt blijven zonder je kern uit het oog te verliezen. Dan ben je volgens mij aan het winnen.' 'Wat is de kern van Arsenal?' 'Optreden. Dansen. Melancholie. Jeugdigheid. Tristesse. Leonie ( Gysel, zangeres, nvdr.). Mijn vrouw zit er ook ergens tussen. En natuurlijk de spanning tussen John en mij. Er zitten veel protonen en neutronen in de kern van Arsenal, er is de hele tijd veel over en weer aan het vliegen. Maar ik wil er wel voor vechten, het is echt mijn ambitie om te kijken wat er nog uit die kern te halen valt. Ik ben nog nooit zo ambitieus geweest als de laatste jaren. Oscar Wilde heeft ooit gezegd: " Ambition is the last refuge of failure." Al heb ik nooit helemaal gesnapt wat hij er precies mee bedoelde.' *** Voorjaar 2021, in Antwerpen weerklinkt zo meteen de avondklok. Vol enthousiasme praat Willemyns over de nieuwe Arsenalplaat en de Canvasreeks die hij over zijn zoektocht heeft gemaakt. Roan heeft een blackmetalalbum klaar, die hij maakte met dEUS-drummer Stéphane Misseghers en Brent Vanneste van Stake. Wellicht brengt hij ze na de zomer uit. Als corona het toelaat speelt Arsenal eind dit jaar in een volgepakte Lotto Arena. Met John Roan vooraan op het podium en Hendrik Willemyns als stuwende kracht achter hem, daar ziet het op dit moment toch naar uit. De gedachten blijven stromen. 'Kom', zegt Willemyns. 'Zullen we nog wat wandelen?'