Oostende, halverwege de jaren zestig. Toen de cafés nog 24 uur open bleven en Engelse toeristen en masse op vakantie gingen aan de overkant van het Kanaal. Arno (né Hintjens) was zestien en liep door de beruchte Langestraat met een meisje aan de arm, 'Susie from Sussex'. Hij hoorde muziek door het raam van een taverne waar ze het bier van de vloer aan het schrobben waren. Welke plaat ligt er op, vroeg hij. Het was Bob Dylan, Like a Rolling Stone. Blues heeft Arno sindsdien niet meer losgelaten. Bob Dylan ook niet, Like a Rolling Stone werd zijn levenslied.

Een gelijkaardige openbaring moet Edith Piaf gevoeld hebben toen ze, ziek en slechtgehumeurd, componisten Charles Dumont en Michel Vaucaire ontving in haar huis in Parijs in 1960. De twee kwamen de zangeres hun composities voorstellen en kregen welgeteld één nummer om haar te overtuigen. Dat werd Non, Je Ne Regrette Rien, schrijft journalist Jean Noli in zijn biografie Edith. Piaf vergat prompt haar slecht humeur. 'Dit ben ik, dit is mijn leven!', klonk het enthousiast. 'Dit wordt mijn grootste succes.' Ze kreeg gelijk.

Eiffeltoren

'De Eiffeltoren', noemt Arno haar, 'een monument in de Franse chanson'. 'Soulbrother' doopt hij dan weer Zwangere Guy, met wie hij Non, Je Ne Regrette Rien herwerkte voor Telenet YUGO én voor het goede doel. Achteraf gezien is het gek dat die cover er nu pas komt. Arno zit even diep in de traditie van de Franse chanson als in de blues van hierboven. Hij coverde Jacques Brel (Le Bon Dieu), zong een duet met Jane Birkin (Elisa) en ook al schreef hij de eerste twintig jaar van zijn carrière in het Engels, zijn beroemdste nummers zijn in het Frans.

Het is niet de eerste keer dat Oostendes Mooiste met Zwangere Guy samenwerkt. Ze brachten samen TC Matic's Putain Putain op de Warmste Week in Kortrijk vorig jaar. Als we vragen of ze elkaar vaak zien, hapert de telefoonverbinding. Arno denkt dat we naar de liefde tussen de twee vissen: 'Ja, we zien elkaar graag. We zijn alle twee lesbisch, he. He's a soulbrother, ik kan niet uitleggen waarom'. Omdat ze beide onverschrokken zijn, suggereert Mortier, de al even onverschrokken regisseur van Un Ange en Ex-Drummer die voor de gelegenheid de videoclip maakte.

Voor de volledigheid: ze zien elkaar niet alleen graag, ze zien elkaar ook vaak, die 71-jarige Arno en de prille dertiger Gorik. Ze gaan naar dezelfde cafés rond de Antoine Dansaertstraat waar Arno woont, in hartje Brussel. In de videoclip stappen ze door iconische locaties van de hoofdstad: de Koninklijke Sint-Hubertusgalerijen aan Brussel Centraal, de kelders van Tour & Taxis, het rioolmuseum, het zwembad van Sint-Gillis, het kerkhof van Elsene. 'In de clip maken ze allebei hun eigen verhaal mee, op een gelijkaardige manier', zegt Mortier. 'Ze moeten ergens heen en gaan vooruit. Vooruit.'

Authentiek

Vooruit gaat de peetvader van de belpop nog steeds, na meer dan veertig jaar muziek. Zonder achterom te kijken. 'Ik leef vandaag. Het verleden bestaat niet meer voor mij. Ik ben niet nostalgisch, daar houd ik niet van. Ik heb ook domme dingen gedaan hoor, zoals elke mens domme dingen doet. Maar spijt? Dat kan ik niet zeggen', klinkt het. 'Spijt is wat de geit schijt', vat Mortier het lied van Piaf onbeschroomd samen. Hij hoorde Arno op de radio toen hij op internaat zat. Mortier was toen ongeveer even oud als Arno was, daar met Susie from Sussex in de Langestraat in Oostende. 'Hij is nog geen haar veranderd sinds toen. Ik ken niemand die zo authentiek is als Arno. Ik wou dat ik zo was.'

'Peizen is niet goed voor de kop', zegt Arno nog, net voor we ophangen. Hij neuriet Always Look on the Bright Side of Life, en vertelt hoe hij zonet dankzij zijn kat een boek van John Green heeft teruggevonden. 'Turtles All the Way Down ligt hier plots op mijn bureau, ik was 'm kwijt. Het is door mijn kat, die verplaatst alles in huis.'

Met Non, Je Ne Regrette Rien steunt Telenet YUGO drie goede doelen. Hoe meer de clip bekeken wordt, hoe hoger het bedrag dat het bedrijf doneert aan I Love BXL, Beam en Volta, drie Brusselse organisaties die jongeren ondersteunen in hun zelfontplooiing.

Oostende, halverwege de jaren zestig. Toen de cafés nog 24 uur open bleven en Engelse toeristen en masse op vakantie gingen aan de overkant van het Kanaal. Arno (né Hintjens) was zestien en liep door de beruchte Langestraat met een meisje aan de arm, 'Susie from Sussex'. Hij hoorde muziek door het raam van een taverne waar ze het bier van de vloer aan het schrobben waren. Welke plaat ligt er op, vroeg hij. Het was Bob Dylan, Like a Rolling Stone. Blues heeft Arno sindsdien niet meer losgelaten. Bob Dylan ook niet, Like a Rolling Stone werd zijn levenslied.Een gelijkaardige openbaring moet Edith Piaf gevoeld hebben toen ze, ziek en slechtgehumeurd, componisten Charles Dumont en Michel Vaucaire ontving in haar huis in Parijs in 1960. De twee kwamen de zangeres hun composities voorstellen en kregen welgeteld één nummer om haar te overtuigen. Dat werd Non, Je Ne Regrette Rien, schrijft journalist Jean Noli in zijn biografie Edith. Piaf vergat prompt haar slecht humeur. 'Dit ben ik, dit is mijn leven!', klonk het enthousiast. 'Dit wordt mijn grootste succes.' Ze kreeg gelijk.'De Eiffeltoren', noemt Arno haar, 'een monument in de Franse chanson'. 'Soulbrother' doopt hij dan weer Zwangere Guy, met wie hij Non, Je Ne Regrette Rien herwerkte voor Telenet YUGO én voor het goede doel. Achteraf gezien is het gek dat die cover er nu pas komt. Arno zit even diep in de traditie van de Franse chanson als in de blues van hierboven. Hij coverde Jacques Brel (Le Bon Dieu), zong een duet met Jane Birkin (Elisa) en ook al schreef hij de eerste twintig jaar van zijn carrière in het Engels, zijn beroemdste nummers zijn in het Frans.Het is niet de eerste keer dat Oostendes Mooiste met Zwangere Guy samenwerkt. Ze brachten samen TC Matic's Putain Putain op de Warmste Week in Kortrijk vorig jaar. Als we vragen of ze elkaar vaak zien, hapert de telefoonverbinding. Arno denkt dat we naar de liefde tussen de twee vissen: 'Ja, we zien elkaar graag. We zijn alle twee lesbisch, he. He's a soulbrother, ik kan niet uitleggen waarom'. Omdat ze beide onverschrokken zijn, suggereert Mortier, de al even onverschrokken regisseur van Un Ange en Ex-Drummer die voor de gelegenheid de videoclip maakte.Voor de volledigheid: ze zien elkaar niet alleen graag, ze zien elkaar ook vaak, die 71-jarige Arno en de prille dertiger Gorik. Ze gaan naar dezelfde cafés rond de Antoine Dansaertstraat waar Arno woont, in hartje Brussel. In de videoclip stappen ze door iconische locaties van de hoofdstad: de Koninklijke Sint-Hubertusgalerijen aan Brussel Centraal, de kelders van Tour & Taxis, het rioolmuseum, het zwembad van Sint-Gillis, het kerkhof van Elsene. 'In de clip maken ze allebei hun eigen verhaal mee, op een gelijkaardige manier', zegt Mortier. 'Ze moeten ergens heen en gaan vooruit. Vooruit.'Vooruit gaat de peetvader van de belpop nog steeds, na meer dan veertig jaar muziek. Zonder achterom te kijken. 'Ik leef vandaag. Het verleden bestaat niet meer voor mij. Ik ben niet nostalgisch, daar houd ik niet van. Ik heb ook domme dingen gedaan hoor, zoals elke mens domme dingen doet. Maar spijt? Dat kan ik niet zeggen', klinkt het. 'Spijt is wat de geit schijt', vat Mortier het lied van Piaf onbeschroomd samen. Hij hoorde Arno op de radio toen hij op internaat zat. Mortier was toen ongeveer even oud als Arno was, daar met Susie from Sussex in de Langestraat in Oostende. 'Hij is nog geen haar veranderd sinds toen. Ik ken niemand die zo authentiek is als Arno. Ik wou dat ik zo was.' 'Peizen is niet goed voor de kop', zegt Arno nog, net voor we ophangen. Hij neuriet Always Look on the Bright Side of Life, en vertelt hoe hij zonet dankzij zijn kat een boek van John Green heeft teruggevonden. 'Turtles All the Way Down ligt hier plots op mijn bureau, ik was 'm kwijt. Het is door mijn kat, die verplaatst alles in huis.'