Het kan verkeren. Haast negen jaar geleden, in de lente van 2008, spreek ik in een Londens hotel met Andrew Butler, de Amerikaanse producer die met het debuutalbum van Hercules and Love Affair destijds mee de nieuwe disco- en houserevolutie trok. Zijn visitekaartje: de single Blind, een extatische dansschijf met vocalen van Antony Hegarty, tegenwoordig bekend als Anohni.
...

Het kan verkeren. Haast negen jaar geleden, in de lente van 2008, spreek ik in een Londens hotel met Andrew Butler, de Amerikaanse producer die met het debuutalbum van Hercules and Love Affair destijds mee de nieuwe disco- en houserevolutie trok. Zijn visitekaartje: de single Blind, een extatische dansschijf met vocalen van Antony Hegarty, tegenwoordig bekend als Anohni. Butler manoeuvreerde zich vanachter de draaitafels van het New Yorkse nachtleven onder de aandacht van DFA, het label van James Murphy, en veroverde met Hercules and Love Affair - een wisselend, bont gezelschap androgynen en transgenders - dansvloeren en concertzalen overal ter wereld. Vorige week braken Butler en Knack Focus brood boven een kopje dampende soep in een staminee op de Vrijdagsmarkt, in 't hartje van Gent. Butler is hier niet op bezoek voor een dj-set of liveshow, op de correspondentie die bij hem in de bus valt, staat al bijna twee jaar postnummer 9000 vermeld. 'Ik woon al vijf jaar niet meer in de States', zegt Butler terwijl hij zijn muts herpositioneert. 'Ik heb eerst een tijdje in Wenen gewoond, een eenvoudige, mooie en vriendelijke stad waar het fijn toeven is. Het was me intussen duidelijk dat Hercules and Love Affair het vooral goed deed in Europa, een verhuizing leek dus logisch. Drie jaar geleden speelden we een show in de Botanique, en omdat ik daarna enkele vrije dagen had, besloot ik in Brussel te blijven. Ik leerde er een geweldige man kennen, en niet veel later ben ik naar Brussel verhuisd.' De taalbarrière in onze hoofdstad - 'Ik spreek geen Frans, en Engels bleek tot mijn verbazing niet zo ingeburgerd' - vormt echter een lastige horde voor Butler. 'Ik hou écht van Brussel. De Grote Markt is een van de mooiste plekjes ter wereld, en de binnenstad bruist van het leven. Tegelijk voelde ik dat het een soort transitstad is, en dat de verschillende gemeenschappen erg gescheiden van elkaar leven. Na een tijdje kwam er sleet op de initiële charme die ik voelde voor de stad. Er ging een belletje rinkelen: 'Dingdong, Andy, dit is Disneyland niet.' (lacht) Toen ik met mijn vriend Gent bezocht, voelde ik me hier zó goed dat ik hem overhaalde om hier te komen wonen'. Andrew Butler: Meen je dat? Zo zie je maar: great minds think alike!(grijnst) John en ik hebben een goede band, maar in tegenstelling tot hem beschik ik jammer genoeg niet over een goed ontwikkelde talenknobbel. Duits, Russisch, IJslands: het is een kolfje naar de hand van een kosmopoliet als John. Ik zou dolgraag Vlaams leren, maar iedereen is hier zo vriendelijk om Engels met me te praten, dus dat vlot niet zo goed. Maar het komt er wel van, hoor! Ik wil écht wel integreren, en niet die typische Amerikaan zijn die vindt dat hij een voorkeursbehandeling verdient. Butler: Op wieltjes. No kidding. Ik heb altijd een klik gevoeld met Gent, al toen ik hier kwam draaien op feestjes en in plekken als Culture Club. Op die manier heb ik The Glimmers leren kennen, en via een gemeenschappelijke vriend in Londen maakte ik kennis met Tania Gallagher en Bart Demey van Nid & Sancy en Gamelan Voices. We gaan nu regelmatig op double date. (lacht) En Reinhard Vanbergen (Das Pop, The Happy, nvdr.) verzorgde de mix van mijn nieuwe album, dat deze zomer verschijnt. Hij is niet alleen een heel veelzijdige en getalenteerde muzikant - die man kan werkelijk met élk instrument uit de voeten - maar ook nog eens the sweetest person in the world. En ik mag Lady Linn niet vergeten! Zij heeft me al met verschillende muzikanten in contact gebracht, zoals het strijkkwartet dat op het album meespeelt. Zoveel generositeit, zoveel openheid: serieus, ik ben hier met mijn gat in de boter gevallen. Butler: Hij zingt nog steeds bij Hercules and Love Affair, en het is deels dankzij Lady Linn dat ik hem leerde kennen, tijdens een party in Gent. Ik moest er draaien, en nadien traden Lady Linn en Gustaph er op met een dj, Red D. Ik werd op slag fan van zijn stem. Samen met Rouge Marie, een zangeres uit Parijs, vormt hij momenteel mee de vaste kern van de groep. Butler:(zucht) Na de tweede plaat en een afgrijselijk slecht georganiseerde tournee viel de eerste bezetting uiteen. De manier waarop de wegen scheidden was niet fraai, dat heeft een tijdlang op me gewogen. Toch is Hercules and Love Affair altijd een rekbaar gegeven geweest. De songs staan centraal, niet de frontman of de frontvrouw. Die aanpak geeft me vrijheid en flexibiliteit, maar commercieel is het niet interessant. It's not an easy pop concept. Mensen focussen graag op persoonlijkheden, op één bepaald gezicht of een stem, maar in mijn jeugd werd ik net aangetrokken door artiesten die níét in het middelpunt van de belangstelling wilden staan. Iemand als Michael Stipe van R.E.M., met zijn lange haren voor zijn gezicht, die al mompelend de spotlight probeerde te ontwijken. Met zo iemand kon ik me identificeren. Butler: Meer zelfs, ik behoor tot het kamp van Yazoo, het duo dat ex-Depeche Mode-lid Vince Clarke oprichtte met zangeres Alison Moyet. Zij was ook zo'n atypische frontvrouw: niet bepaald een klassieke schoonheid, maar ze heeft wel een prachtige stem. Het enige, échte icoon waar ik wel kon inkomen was Sinead O'Connor, omdat haar imago heel subversief en fuck you was. Gustaph en Rouge Marie dwepen wel met klassieke sterren als George Michael, Terence Trent D'Arby en Michael Jackson, maar ik neem liever een voorbeeld aan een band als Massive Attack, die ook een soort draaideurprincipe hanteert en telkens de juiste stem bij de juiste song zoekt. Een andere groep die me inspireerde is Ministry, met centraal Al Jourgensen en een wisselende cast gastmuzikanten. Butler:Richard 23 van Front 242 en Luc Van Acker, inderdaad. Ken je Van Ackers soloalbum uit 1984, The Ship? Prachtige plaat! Die lp is een van de redenen waarom ik in Brussel ben gaan wonen. Mijn partner liet die plaat bij hem thuis horen toen ik hem leerde kennen, en ik was meteen verkocht. Die eerste maanden luisterde ik haast naar niets anders. Er is véél goede muziek gemaakt in België! Butler: Ik val op door mijn rosse haar en tatoeages, inderdaad, en ik trek mijn hemd weleens uit. (lacht) Maar het is een imago tegen wil en dank, want liever beantwoord ik niet aan verwachtingen of één bepaald beeld. Trouwens, het centrale thema op de nieuwe plaat is spiritualiteit, en de sound is veel experimenteler en industriëler, veel minder disco. Ik zal mijn hemd vanaf nu dus meer aanhouden, beloofd. Butler:Controller gaat over geleid worden, of gebruikt worden als een soort vehikel. Er zit wel een seksuele, dominant-onderdanige ondertoon in, natuurlijk, maar eigenlijk gaat die song over overgave. En wat is spiritualiteit anders dan totale overgave aan een hoger iets? Butler:(lacht)Faris heeft een apart gevoel voor humor. Nee, dus. Ik ben een te grote softie voor zulke avonturen. Faris trouwens ook. (knipoogt)Butler: Faris zingt twee songs, Gustaph en Rouge Marie ook elk twee. Ik heb samengewerkt met twee IJslandse zusjes en de volgende single, die deze week verschijnt, is gezongen door Sharon Van Etten. Het trotst ben ik op mijn samenwerking met Mashrou' Leila, een Libanese rockgroep die erg populair is in de Arabische wereld. Hun zanger, Hamed Sinno, is openlijk homo en de tekst - in het Arabisch - gaat over bondgenootschap, en hoe moeilijk het is om bondgenoten te vinden in deze polariserende tijden. Het is een pleidooi voor nederigheid en tegen angst uit onwetendheid. Als Amerikaan die zich de gijzeling van ambassadepersoneel in Iran herinnert, in New York was op 9/11 en in België tijdens de aanslagen in Zaventem en Brussel, vind ik het belangrijk om een tegenstem te laten horen, tegen de enge visie die we op de Arabische wereld en de moslimcultuur hebben. Butler: Inderdaad. Ik huur er een repetitieruimte van Goed Leven, een muziekcentrum waar onder andere ook Johannes Verschaeve van The Van Jets een stek betrekt. Ik ga er elke dag met de bus naartoe. (lacht) Op dezelfde site bevinden zich ook de lokalen van het popcollege, waarvan enkele leerlingen - een groep meisjes - ook op de nieuwe plaat zingen. Het is een soort gebed, de epiloog van het album. En voor je het vraagt: ja, ik had de toestemming van hun ouders. (lacht)Butler: Je zou denken dat zij de eersten zijn met wie je hier contact legt, niet? Maar nee, dat gebeurde enkel kort en en passant. Ik heb al straffe verhalen over hun studio gehoord, en we hebben nogal wat gemeenschappelijke vrienden, zoals James Murphy van LCD Soundsystem. We zullen dus weleens afspreken, maar nu hebben ze het te druk met hun nieuwe album. Butler: Het nachtleven is hier heel open en gemengd. Ik vind dat best zo, hokjesdenken is niet aan mij besteed. Maar ik ga niet zoveel meer uit. Toen ik vijftien was, droomde ik van een bestaan als 24 hour party person, maar mijn prioriteiten liggen intussen elders. Ik heb vrienden die ouder zijn dan ik en toch nog steeds elk weekend in de clubs rondhangen, maar die drang is er bij mij niet meer. Niet meer dan normaal, denk ik, om op je bijna-veertigste niet meer dezelfde dromen te koesteren als op je vijftiende. En gezond ook, denk ik. Nee: weet ik. (grijnst)