De Amerikaanse rapper Nipsey Hussle is zondagmiddag gedood bij een schietpartij buiten zijn kledingzaak in het zuiden van Los Angeles. Dat berichten verschillende media op gezag van een politiewoordvoerder. De artiest, geboren als Ermias Asghedom, overleed in het ziekenhuis aan zijn verwondingen. Naast hem raakten ook nog twee anderen gewond. De schutter is gevlucht, aldus de politie. Enkele uren voor zijn dood twitterde Hussle nog 'Having strong enemies is a blessing', 'sterke vijanden hebben is een zegen.'

Hussle maakte een moeilijke jeugd door: hij verliet zijn ouderlijke huis op zijn veertiende om bij zijn grootmoeder te gaan wonen en sloot zich daarna aan bij de Rollin '60 Neighborhood Crips, een straatbende in Los Angeles.

In 2005 begon hij mixtapes uit te brengen, die al snel in de smaak viel bij hiphopfans en bij zijn collega-artiesten. Onder anderen Drake, Snoop Dogg en Rick Ross doken met hem in de studio. Vooral Crenshaw uit 2013, genoemd naar de buurt waar hij opgroeide, sloeg gensters.

Samen met rapper YG zorgde hij voor opzien in april 2016 door de song FDT (Fuck Donald Trump) uit te brengen, in volle verkiezingscampagne voor het Witte Huis. Twee jaar later volgde zijn eerste studioalbum, Victory Lap, waarvoor hij samenwerkte met onder anderen Kendrick Lamar. De plaat leverde hem in februari een Grammy-nominatie voor beste rapalbum op. De prijs ging uiteindelijk naar Invasion of Privacy van Cardi B.

De laatste jaren zette Hussle zich in voor de buurt waar hij woonde. Hij startte er verschillende zaken op om de plaatselijke bevolking aan werk te helpen. Verder werkte de rapper aan een museum voor Afro-Amerikaanse kunst in Los Angeles.

De hiphopwereld is geschokt door Hussles dood. Een pak artiesten, onder wie Pharrell Williams, De La Soul, Nas, Snoop Dogg en 50 Cent - ook met die laatste twee werkte Nipsey Hussle ooit samen - bewezen de rapper al de laatste eer op Instagram en Twitter.