De voorgeschiedenis is bekend. Twee jaar geleden begon Tom Van Laere noodgedwongen songs te schrijven op een keyboardje en een al even bescheiden drumcomputer die hem door producer Jasper Maekelberg van Faces on TV was aangeraden. 'Ik had geen voorkeur voor merk of model. Zolang het maar op batterijen werkte want ik neem die dingen graag overal mee.' Toen er een plaat met twaalf nummers klaar was, sloeg corona toe en werd de release uitgesteld. Vijf songs werden vorig jaar wel prijsgegeven op de ep Don't Follow Me, I'm Lost. Van Laere wendde de lockdown daarop aan om te blijven schrijven en koos uit die grote poule van songs uiteindelijk de vijftien die nu op The Gardener staan.
...

De voorgeschiedenis is bekend. Twee jaar geleden begon Tom Van Laere noodgedwongen songs te schrijven op een keyboardje en een al even bescheiden drumcomputer die hem door producer Jasper Maekelberg van Faces on TV was aangeraden. 'Ik had geen voorkeur voor merk of model. Zolang het maar op batterijen werkte want ik neem die dingen graag overal mee.' Toen er een plaat met twaalf nummers klaar was, sloeg corona toe en werd de release uitgesteld. Vijf songs werden vorig jaar wel prijsgegeven op de ep Don't Follow Me, I'm Lost. Van Laere wendde de lockdown daarop aan om te blijven schrijven en koos uit die grote poule van songs uiteindelijk de vijftien die nu op The Gardener staan. Had je vroeger nog nooit geprobeerd om op keyboards songs te maken? Tom Van Laere: Ja, maar het voelde altijd alsof ik dat deed omdat iemand het vroeg. Nu gebeurde het gewoon. Omdat de instrumenten die ik had gekocht niet zo luid gingen, moest ik zacht spelen en zingen. Dat was een ontdekking. Op de Jazz Studio in Antwerpen heb ik piano gestudeerd. Als ik daarop songs maak, klinkt het rap als Randy Newman of Dr. John. Heel fijn, maar dat soort nummers vind ik te bluesy om mee naar buiten te komen. Op dat synthesizertje speelde ik andere akkoorden dan op gitaar en al snel had ik Dream of You, dat ook het eerste nummer op de plaat is. Het doet mij denken aan Broken English van Marianne Faithfull. Van Laere: Ah, prachtig. Mijn tweede synthsong was No Ordinary Moments. Toen wist ik dat ik iets te pakken had: helemaal Admiral Freebee, maar toch anders. Ik hou van die nieuwe stijl. Oude nummers zoals Nothing Else to Do en Let It Shine spelen we nu ook zo. Alleen bij Oh Darkness lukt dat niet. Dat blijft een rocknummer. Waarom heet de plaat The Gardener? Van Laere: Ik zat alleen op mijn appartement tijdens de lockdown, zonder tuin. Net als iedereen wilde ik de hele tijd naar buiten. Zoals ik in No One Can Stop Me Now zing: ' Everybody's going to the country / They are going to retire / There is no romance in the city / There is only trouble and desire.' Dus ging ik naar een park voor stilte en rust, maar daar was altijd wel een tuinman met een bladblazer of grasmachine bezig. (lacht) Toen dacht ik: eigenlijk zit de symbolische stilte in het zelfstandig werken aan muziek. Ik ben de tuinman en mijn liedjes zijn de tuin, en die bewerk en verzorg ik. Zoals een bonsaiboompje. Ik reis ook bijna nooit, ik heb aan die creatieve trips genoeg. Het titelnummer is samen met No Ordinary Moments zelfs voor jouw doen heel filosofisch. Geen spoor van de vrolijke wanhoop die het leeuwendeel van je oeuvre kenmerkt. Er spreekt vervolmaking uit. Van Laere: Klopt. Maar zoals de puzzelstukjes in die nummers mooi in elkaar passen, vallen ze in de volgende song alweer uiteen. (grijnst) The Gardener is beïnvloed door Jerzy Kosinski's satirische roman Being There, in het Nederlands Aanwezig. Het gaat over een autistische tuinier, Chance, die door een politicus in huis wordt genomen nadat hij door diens vrouw is aangereden. Chance heeft enkel weet van tuinen, dus wanneer de politicus hem vraagt wat hij van de financiële wereld vindt, antwoordt hij iets over de veranderende seizoenen. Waarna hij tot visionair genie gebombardeerd wordt en het tot raadgever van de Amerikaanse president schopt. (lacht) Wat Chance ook zegt, iedereen herkent er iets in wat in hun kraam past. Dat zit ook in die song. De zin 'If you wait long enough, everything grows' had zo uit de mond van Chance kunnen komen. Hoe jij dat interpreteert, zegt veel over wie je bent. Het doet me denken aan een smerig spelletje van vroeger. Dan stuurde ik een sms naar een vriend: 'Amai, wat heb ik gehoord? Proficiat!' Geen betere manier om te peilen hoe iemand op dat moment in het leven staat. (lacht)Er spreekt opvallend veel verbondenheid met de rest van de mensheid uit de plaat. Van Laere: Tijdens de lockdown zaten we allemaal in hetzelfde schuitje, hè. Datgene wat maakte dat je je alleen, leeg en onbegrepen voelde, was net wat je met iedereen deelde. Dat was het aandoenlijke eraan. Allemaal samen eenzaam! Dat is weer die vrolijke wanhoop, waar je vooral tijdens optredens eens goed om kunt lachen. Is dat gemeenschapsgevoel de reden waarom je je songs wel uitbrengt en je tekeningen, schilderijen of kortverhalen niet? Van Laere: Neen. Die zijn gewoon nog niet goed genoeg. Ik vind het wel belangrijk om af en toe in totaal andere werelden te vertoeven. Het is zoals Leonard Nolens het verwoordt in zijn Dagboek van een dichter. Hij heeft het over schrijverschap, ik pas het nu toe op mezelf: ik ben een mislukte tennisser, filosoof, geliefde en schrijver, maar daardoor een geslaagde songwriter. Met een hele groep mensen op restaurant praten en lachen, dat kan ik bijvoorbeeld niet goed. Maar je kunt wel naar die mensen kijken en iets over hen schrijven. De dingen die je niet goed afgaan, maken je tot iets anders. 'Beauty is just reality seen through the eyes of love', zing je in Walking Each Other Home. Zelf bedacht?Van Laere: Ja. Eigenlijk richt ik me met zo'n wijsheden naar mezelf. Het zijn reminders. Al geloof ik niet dat je aan zo'n dingen echt iets hebt. Ik heb voor Instagram eens filmpjes gemaakt waarin ik mezelf interview. Daarin vertel ik dat ik zogezegd een autobiografie heb geschreven, getiteld Ik weet niets maar zelfs dat vergeet ik. (lacht) Ik geloof in onvermoeibaar dezelfde fouten maken. We leven in een tijd van wat ik de doorgeslagen maakbaarheid noem. Mensen zeggen vaak dat ze veel hebben geleerd, losgelaten en geaccepteerd. Dan denk ik: oei, die worden waarschijnlijk heel snel kwaad. Want positiviteit is heel vaak onderdrukte emotie. Arnon Grunberg had het in een interview over de basis van het schrijven. Een hoofdpersonage dat het moeilijk heeft om een betere versie van zichzelf te worden, dat is een goed begin. Zo is het in het leven ook. Als je weet dat het lastig wordt, vermijd je teleurstelling. Daarom probeer ik nooit te denken dat ik 'het' eindelijk heb gevonden. Is dat niet exact wat je met zo'n reminders doet? Van Laere: Tja, de mens zit toch altijd vol hoop. (grijnst) Dat vind ik juist zo leuk, die tegengestelde krachten. Ik zing graag over een personage dat de code van het leven heeft gekraakt. Om in het volgende nummer te zeggen: neen, toch niet. (lacht)Ook een mooie: 'I used to worry about the future, now I dream of the great unknown.' Je aforismen zijn nooit bedoeld om mee uit te pakken, maar na zeven platen zou je er wel een scheurkalender mee kunnen vullen. Van Laere: (lacht) Rodaan Al Galidi, een Iraakse schrijver die in Nederland woont, heeft me eens gezegd dat ik al die dingen in een boek zou moeten bundelen. Maar dat zou de indruk wekken dat ik mezelf wijs vind, wat niet klopt. De zin die ik vlak voor dat piekeren over de toekomst zing, heb ik gewoon gedroomd: 'I used to sing about leaving, now I sing about coming home.' Dat vond ik wel interessant. Met de noorderzon vertrekken: een typisch onderwerp voor een song. Van Laere: Ja. Meestal gekozen door mensen die altijd thuis zitten. (lacht)