Charlie De Keersmaecker
...

Tweemaal hebben The Insect Soldiers of the Sky al de halve finale van Humo's Rock Rally gehaald, en nu staan ze alweer in De Nieuwe Lichting. 'We hebben gewoon zo veel mogelijk kansen gegrepen', legt Boris Willems uit, zanger-gitarist en broer van bassist Sigi.Jullie hadden deze selectie blijkbaar niet verwacht. Waarom?BORIS WILLEMS: Onder meer door onze bandnaam. The Insect Soldiers of the Sky bekt niet echt goed. Op de radio valt dat toch meer op dan in een magazine.Waarom heten jullie dan zo?WILLEMS: In 2012 leek het ons cool om onze band naar een Yu-Gi-Oh!-kaart te noemen. We hebben dat spel heel vaak gespeeld in de lagere school. The Insect Soldiers of the Sky was niet de populairste kaart uit het pak, maar wel speciaal. Onze muziek heeft verder overigens niets met insecten of vliegende soldaten te maken. (lacht)Je broer zit ook in de band. Al Gallagher-toestanden meegemaakt?WILLEMS: Nee, helemaal niet. We betrekken zelfs samen een appartement in Leuven, en in het weekend repeteren we in ons ouderlijk huis: zelfs onze ouders zijn op die manier betrokken bij de band.Jullie hebben net een nieuwe ep uitgebracht, Dust.WILLEMS: Waar we heel trots op zijn, en uitgebracht in eigen beheer - DIY, daar zijn we wel voor te vinden. De band is enorm gegroeid sinds onze eerste ep. Dust klinkt complexer, professioneler en diepgaander.Er zit een heus verhaal achter Dust?WILLEMS: Een vrij pessimistisch. Ons uitgangspunt: in het jaar 3004 is de aarde helemaal naar de knoppen. Vanuit de ruimte kijken we terug naar waar het precies is misgelopen. Te veel mensen beschouwen het leven en onze aarde als vanzelfsprekend.Sciencefiction, zowaar!WILLEMS: Zo zien wij dat niet. Door de technologische vooruitgang wordt wat vroeger scifi was steeds meer realiteit. Wij denken daarop door: wie zal die technologie in de toekomst bezitten, en wat betekent dat voor de mensen die achterblijven? Begrijp me niet verkeerd, technologie opent ook heel positieve perspectieven: we hebben via het internet aan De Nieuwe Lichting kunnen deelnemen. (lacht)Als je haar hese en doorgewinterde zang hoort, zou je niet denken dat Josefien Deloof pas achttien is en nog maar net de middelbare school voor een kot in Gent heeft ingeruild. 'Ik heb veel energie en die moet ik kwijt. Ik kan moeilijk stilzitten', bekent Deloof. 'Daarom speel ik muziek, maar gitaarles bijvoorbeeld hield ik maar een jaar vol.'Hoelang treed je al op?JOSEFIEN DELOOF: Ik ben gestart in het vijfde middelbaar, toen ik door de audities voor de schoolband Twolfnolf raakte en zangeres werd. Repeteren deden we over de middag, in de kelder van onze school. Af en toe traden we dus ook op. Maar nu mijn middelbaar erop zit, heb ik de schoolband moeten verlaten. Jammer.Aan De Nieuwe Lichting doe je solo mee?DELOOF: Voorlopig is dit een soloproject, ja, maar ik zou graag een band starten. Telkens als ik een nummer schrijf op mijn gitaar, hoor ik drum- of baspartijen in mijn hoofd. Ik heb daarvoor alleen nog niet de juiste mensen gevonden. Dus wie zich geroepen voelt... (lacht) Ik neem ook deel aan JonGeduld, een project voor beginnende artiesten van Kinky Star.Dan ken je Sanne Werkers van Chaos Controllers?DELOOF: Hij is er een van mijn coaches. Nu Chaos Controllers ook geselecteerd is voor De Nieuwe Lichting, is mijn coach dus concurrentie geworden. (lacht)Op Facebook vonden we een filmpje waarop je Daft Punks Get Lucky in Firenze op een akoestische gitaar brengt.DELOOF: O god, dat is lang geleden! In 2015 zijn we met de klas naar Firenze getrokken. Op de Piazza della Repubblica speelde een straatmuzikant. Mijn vrienden hebben hem overtuigd om mij even zijn gitaar te lenen. En dan heb ik Get Lucky gebracht. Die straatmuzikant was eerst terughoudend, maar erna kwam hij me met een grote glimlach vertellen dat hij het geweldig vond.Je ziet in het filmpje duidelijk dat je ervan geniet.DELOOF: Van elk optreden, zelfs al is het klein, geniet ik. Dat was overigens niet de enige keer dat ik plots op een podium ben beland. Ik ben nogal sociaal en spontaan, en op een podium kan ik echt mezelf zijn.Masta betekent 'broeder' in het Lingala. Zo erkennen de drie Antwerpse rappers met hun bandnaam tegelijk hun muzikale helden, het Nederlandse Broederliefde, en hun roots. 'We willen de jongeren met een Afrikaanse afkomst representeren', zegt Jordy Botena. 'We willen hen tonen dat je afkomst succes niet in de weg hoeft te staan.'Je zegt het duidelijk met het nodige vuur. Waarom is die boodschap zo belangrijk?JORDY BOTENA: In Antwerpen leven veel jongeren, vooral van Afrikaanse afkomst, met het idee dat ze weinig kansen in het leven hebben. Als je niets te verliezen hebt, is het verleidelijk om foute dingen te doen. Ik heb vrienden zien wegkwijnen omdat ze in een verkeerd milieu waren beland. Wij vechten daartegen en willen andere Antwerpse jongeren motiveren om dat ook te doen.Jij bent geboren in Luik, Redofe in Angola... Hoe hebben jullie elkaar leren kennen?BOTENA: We zijn alle drie samen opgegroeid in Antwerpen. Daarom zullen we nooit van deze stad scheiden. Antwerpen is bovendien een broeihaard van talent.Jullie hebben al een mixtape uit, Tozo meka. Wat betekent dat?BOTENA: Dat is ook Lingala, voor 'we proberen'. Die mixtape is eigenlijk een compilatie van demo's die we eerder al hadden opgenomen. We beschouwen het als een soort voorproefje. Onze eerste single, We stijgen, staat er ook op. Met dat nummer hebben we toch onze stempel gedrukt op de Antwerpse hiphopscene, omdat het vrij uniek klinkt, door de combinatie van Nederlandse teksten, Afrikaanse ritmes en kleurrijke Auto-Tune.Studio Brussel vergelijkt jullie met Zwartwerk. Wat vinden jullie daarvan?BOTENA: Misschien doen ze dat omdat we ook van Afrikaanse afkomst zijn en in het Nederlands rappen. Verschillende artiesten over één kam scheren, vind ik nooit goed. Ik vind ook dat we anders klinken.En wat geeft dat live?BOTENA: Onze shows zijn ontzettend energiek. DJ James mixt de nummers aaneen, terwijl wij alles geven. Als het publiek niet springt, doen wij ons werk niet goed. Dat gebeurt gelukkig maar zelden. (lacht)Onze Game Boy ligt al twintig jaar op de zolder. Sanne Werkers en Robin Neefs hadden een beter idee: de favoriete speeltjes uit hun jeugd hergebruiken als muziekinstrumenten. 'Niet enkel Game Boys, maar ook arcadesticks, Wii-controllers en gamepads.'Hoe gaat dat in zijn werk?SANNE WERKERS: We creëren baslijnen, synthesizermelodieën en drumpatronen door gamecontrollers te bespelen. We moeten daarna enkel een omweg langs onze computers nemen. We zijn natuurlijk niet de enige die dat doen. Zo maakt stadsgenoot Jotie hardcore met Game Boys. De chiptune-scene is klein, maar erg levendig. Al zijn wij eerder fakebit dan 8-bit: wij bootsen vaak het geluid van oude chips na, in plaats van ze daadwerkelijk te gebruiken.Zijn jullie zelf ook hardcoregamers?WERKERS: We doen dit eerder uit nostalgie. We zijn allebei ontzettend gefascineerd door die old-school videospelletjes en hun soundtracks. Het enige waarin we niet overeenkomen, is welke gameconsole er het beste was. Robin verkiest Sega en de bekendste game daarvan, Sonic. Ik zit in het Nintendo-kamp. Daar hebben we al meer dan eens over geruzied. (lacht)Het debuutalbum van Chaos Controllers heet Kaosukontorora.WERKERS: Wat gewoon Chaos Controllers in het Japans is.Mikken jullie nu al op het Verre Oosten?WERKERS: Dat zou te gek zijn. Japan heeft een van de actiefste chiptune-scenes. Het Blip Festival, de hoogmis van 8-bit music, heeft zelfs enkele jaren in Tokio plaatsgevonden. Daarvoor lieten ze artiesten met hun Game Boys overvliegen. Zouden wij ook wel zien zitten.Maar eerst De Nieuwe Lichting winnen?WERKERS: De Belgische chiptune-scene telt zo'n honderd man, dus ik was al verrast dat we vanuit onze niche de selecties hadden gehaald. We hopen vooral dat onze deelname de interesse in 8-bit music doet toenemen. Nog te veel mensen lopen die toffe feestjes mis.Wat doen jullie naast Chaos Controllers?WERKERS: Robin is programmeur. Handig, want zonder zijn vaardigheden was onze liveopzet nooit gelukt. Ik werk mee aan JonGeduld, een project van het Gentse muziekcentrum Kinky Star, waarvoor ik jonge artiesten coach. Twee hebben ook De Nieuwe Lichting gehaald: Josefien Deloof en Oforios. Daarnaast houd ik me nog met verschillende andere bands bezig. Zo moet ik over enkele minuten naar een repetitie met Brazzmatazz, een achttienkoppige fanfare waarvoor ik dirigeer en schrijf.Zijn Indiase ouders kregen hem in het Zwitserse Zürich, in 2008 verhuisde het gezin naar Herk-de-Stad, maar Jaskaran Sandhu is nog lang niet gesetteld. 'Ik wil naar de States verhuizen. Pas daar zal ik het potentieel van Young Jazz ten volle kunnen ontplooien.'Waarom Amerika?JASKARAN SANDHU: Dat is the land of opportunities. Wie hard durft te werken, kan er echt zijn dromen najagen. Daarbij heb je in Vlaanderen als rapper een beperkt bereik. De laatste jaren staan radiozenders en festivals er wel meer voor open, maar nog bijlange niet op dezelfde schaal als in Amerika.Ik wil doorbreken in Amerika en veel geld verdienen. Ik ben niet meteen een poëet die zijn woorden tot de mensen wil brengen. Hoog tijd dus om een iets commerciëler geluid te zoeken en songs te schrijven die het goed kunnen doen in clubs.Nooit overwogen om in het Nederlands te rappen?SANDHU: Dat voelt niet goed aan. Ik werk momenteel wel aan muziek in Punjabi, een van de Indiase talen. Volgend jaar wil ik ook een nummer uitbrengen waarin ik rap in alle talen die ik machtig ben: Engels, Nederlands, Duits, Frans, Punjabi en Hindi.Is er een hiphopscene in India?SANDHU: Je kunt de Indiase rappers op één hand tellen. En ik zal alleszins een van de weinige Belgen zijn met een Indiaas hiphopnummer in zijn repertoire. Misschien waait mijn muziek zo wel over naar India.Young Jazz: slaat die naam ook op wat je muzikaal wilt doen?SANDHU: Helemaal niet. Mijn voornaam is Jaskaran. Toen ik klein was, noemde iedereen me Jas of Jazz. Toegegeven, het is een beetje verwarrend: ik heb nog meegemaakt dat iemand naar een van mijn optredens kwam vanuit de verwachting dat ik jazz zou spelen. (lacht)Studeer je nog?SANDHU: Ik zit in het zesde middelbaar. Ik wil verder studeren, maar twijfel nog tussen marketing en logistiek management. Beide richtingen zijn alleszins geschikt om in Amerika aan de slag te kunnen. Zo leer ik ook om mijn muziek zo aantrekkelijk mogelijk in de markt te zetten.'Er zit meer in een liedje dan je denkt. Dat is toch wat Samson en Gert me ingepeperd hebben', lacht Quinten Pas, zanger-gitarist van Mountains to Move, een Belgische bijdrage aan de emo-revival van de laatste jaren: 'Ik ben altijd aangetrokken geweest tot muziek mét inhoud. Ik put er kracht uit als ik me herken in de teksten van andere artiesten. Daarom hecht ik veel belang aan mijn eigen lyrics.'Over wat schrijf je dan?QUINTEN PAS: Over persoonlijke problemen, onzekerheden, ziekte in de familie. Sombere en intieme zaken dus. Dat is mijn manier om daarmee om te gaan. Mijn repertoire zie ik als mijn dagboek. Elk lied katapulteert me terug naar het moment dat ik het geschreven heb.Zo zing je in single Adieu: 'I hate myself more than you could ever love.'PAS: Ik steek niet onder stoelen of banken dat ik me soms slecht voel, maar uit eigen ervaring weet ik dat herkenbare teksten steun kunnen bieden. Ik geef dus maar al te graag een stukje van mezelf bloot. En als er mensen op hun beurt woorden meezingen die ik op de donkerste momenten van mijn leven heb neergepend, dan is dat voor mij al een tegengif voor somberheid.Jullie omschrijven Mountains to Move als 'your girlfriend's favourite boy band'.PAS: Dat we emo brengen, betekent niet dat we nooit op café gaan of geen Taylor Swift of Justin Bieber kunnen smaken. We combineren die zware inhoud ook met oppeppende en vrolijke melodieën. Een soort One Direction met een punkkantje, your girlfriend's favourite boy band dus.Emo krijgt weinig airtime op Vlaamse radiozenders. Hoe voelt het dat Studio Brussel jullie nu oppikt?PAS: Toen Studio Brussel onze selectie bekendmaakte, draaiden ze Adieu. Dat was een kinderdroom die werkelijkheid werd: op Studio Brussel komen met een nummer dat ik op een versleten akoestische gitaar in mijn slaapkamer heb geschreven. Plus, we hadden Adieu toen nog niet gereleaset. Studio Brussel had dus een primeur, zonder het te weten. (lacht)'Het is allemaal in de kerk begonnen. Mijn ouders zijn gelovig en stimuleerden me om het plaatselijke koor te vervoegen. Ik was acht toen ik een van de tenorzangers werd.' Kevin Kembo was er vroeg bij en heeft ondertussen al twéé aliassen. Als Fushubi bakt hij beats, ook voor andere artiesten. Zo heeft de Franse hiphopster Shay de drie miljoen YouTube-clicks voor haar single Biche voor een deel aan Fushubi te danken. Maar in de r&b die hij als Kai Wén zingt, draait het om gevoel: 'Bijna al mijn liedjes gaan over de liefde.'Kai Wén wordt vaak gelabeld als hiphop, ook al horen we je zelden rappen.KEVIN KEMBO: Ik ben een nineties-r&b-fanaat. Usher, Shanice, Aaliyah, R. Kelly, die zingen met hart en ziel. Dat is wat ik ook probeer als Kai Wén. Zelfs al neigen mijn beats naar hiphop, ik zal zowat altijd zingen.Van wie heb je dat bricoleren met beats geleerd?KEMBO: Van mijn broer Clercy. Met muzieksoftware bokste hij beats in elkaar, waar hij dan boven rapte. Ik vond dat heftig en wilde dat ook kunnen. Dus zat ik altijd naast hem wanneer hij muziek maakte. Ik was tien toen ik mijn eerste nummer schreef. Mijn broer rapt trouwens nog steeds: onder de naam Clercy Kembo heeft hij voor volgend jaar een heuse tour gepland.Klopt het dat een van jouw songs rond een sample uit Grey's Anatomy is gebouwd?KEMBO: (lacht) Het resultaat van toeval en spontaneïteit. Lord Krisy, een ervaren producer, oprichter van het label LeJeune Music én mijn mentor, liet die beat aan mijn vriend Adel en mij horen. Ik kwam meteen op een zanglijn: 'Meredith, are you in love with me?' Krisy vond het geweldig, dus werkten we het verder uit. Het is uitgebracht onder de titel Meredith, met Meredith Grey op de cover.Waar zoek jij verder inspiratie voor je samples?KEMBO: Ik ben ontzettend gefascineerd door Aziatische culturen. Zo heb ik al samples uit Japanse videogames zoals Tekken en Street Fighter gebruikt, of uit de animeserie Dragon Ball Z. 'Kai wén' is trouwens Chinees voor Kevin en 'fushubi' betekent 'sissen' in het Japans.Sissen?KEMBO: Als ik hardop beats naboots, klink ik als een sissende slang.In 2014 mocht Liv Bastiaens tweemaal George Ezra's Budapest brengen op Studio Brussel. De eerste keer omdat ze volgens de radiozender de beste cover van Ezra's hitsingle had ingediend, de tweede keer in het kader van Music for Life 2014, als opsteker voor haar terminaal zieke opa. Op YouTube zijn beide versies samen goed voor honderdvijftigduizend views. Bastiaens was toen nog maar veertien. 'Ik speelde voor mijn bompa. Het was overweldigend dat ik daar toen ook andere mensen mee raakte. Dat motiveerde me om te blijven investeren in mijn muziek.'Is er sindsdien veel veranderd?LIV BASTIAENS: Absoluut. In het begin bracht ik covers, nu bestaat mijn repertoire overwegend uit eigen nummers. En live speel ik al een jaar samen met gitarist Andy Fontyn en drummer Sam Smedts. Ik voel me daardoor zelfverzekerder op het podium.Wanneer had je je eerste instrument?BASTIAENS: Op mijn zesde. Mijn mama schreef me in voor klassieke viool op de muziekschool. Ik deed dat ontzettend graag. Daarop volgden al snel lessen piano, gitaar, zang en sinds kort ook drum. Dat zijn dus vijf bezoeken aan de muziekschool per week. (lacht)Heb je je eigen sound al gevonden?BASTIAENS: Wat ik nu breng, voelt goed, maar dat kan binnen vijf jaar anders zijn. Ik ben steeds op zoek naar nieuwe manieren om mezelf uit te drukken. Zo ben ik sinds kort gefascineerd door het geluid van Daughter. Zij gebruiken hun synthesizers om dromerige, intieme nummers te maken. Dat wil ik ook wel eens proberen.Je bent de jongste geselecteerde van De Nieuwe Lichting.BASTIAENS: Dat is best wel spannend, want ik besef dat ik minder levenservaring heb dan de meeste andere kandidaten. Aan de andere kant schatten mensen die me al hebben zien optreden me vaak ouder in.Had je het verwacht dat je er nu al bij zou zijn?BASTIAENS: Mijn eerste reactie was: 'Hoezo, geselecteerd? Was ik dan ingeschreven?' (lacht) Het was in de herfstvakantie en ik was op kamp. Mijn mama belde me: dat ik geselecteerd was. Pas daarna legde ze me uit dat ze me zonder mijn weten had ingeschreven. De steun van je ouders kan je ver brengen. (lacht)