David Thomson 'The New Biographical Dictionary of Film' (Little Brown, 964 blz., euro 45,88)

Ben Affleck noemt hij 'boring, complacent and criminally lucky'. Todo Sobre Mi Madre van Pedro Almodovar is 'one of those films to make you wonder if God didn't mean the movies to be gay'. Het succes van Leo- nardo DiCaprio bij tienermeisjes schrijft hij toe aan diens 'Caravaggio teen carnality'.
...

Ben Affleck noemt hij 'boring, complacent and criminally lucky'. Todo Sobre Mi Madre van Pedro Almodovar is 'one of those films to make you wonder if God didn't mean the movies to be gay'. Het succes van Leo- nardo DiCaprio bij tienermeisjes schrijft hij toe aan diens 'Caravaggio teen carnality'. Het zijn niet zozeer de opinies van David Thomson die van The New Biographical Dictionary of Film een onmisbaar naslagwerk maken (zoals Harry Callahan/Clint Eastwood al zei: 'opinions are like arseholes, everybody has one') als wel zijn gebalde en vaak bikkelharde formuleringen. Het is zeker niet moeilijk om van mening te verschillen met deze naar San Francisco uitgeweken Brit: Billy Wilder, William Wyler en zelfs John Ford worden van hun voetstuk geschopt en Jacques Rivette zou de belangrijkste filmmaker van de laatste vijfendertig jaar zijn. Maar zodra je iets gaat opzoeken over een regisseur, een acteur, een producer of scenarist is het schier onmogelijk om deze dikke turf van bijna duizend bladzijden naast je neer te leggen: deze bijgewerkte vierde editie van een levenswerk dat in 1975 voor het eerst vorm kreeg, is merkelijk superieur aan elk soortgelijk project. Niet dat er zoveel voorbeelden zijn waarin een schat aan objectieve informatie verwerkt zit in duizenden mini-essays boordevol excentrieke, provocerend subjectieve en ontwapenend passionele meningen over iedereen die meetelt of vergeten, ondergewaardeerd of overschat wordt in een eeuw cinema. Voor als u in uw leven maar één filmboek koopt. Elke generatie verbindt Superman wellicht met een specifiek medium (radio in de jaren vijftig, film in de jaren zeventig en tachtig), maar de man van staal blijft tot nader order vervlochten met de originele comic. Supermanfans die achtergrondinformatie zoeken bij de stripreeks, zullen dit rijkelijk geïllustreerde kinderboek op gejuich onthalen. Aan de hand van originele en recente illustraties wordt de persoonlijke geschiedenis van de superheld geschetst. Je komt alles te weten over het leven op Krypton en in Metropolis, de belangrijkste nevenpersonages passeren de revue en er is ook een handige tijdslijn met een beknopt overzicht van alle avonturen. Een gitzwarte golf overspoelde het Amerikaanse interbellum. Noir, razend populair in film en literatuur, toonde de achterkant van de Amerikaanse droom. Existentieel wanhopig, hypercynisch en ongemeen brutaal: een sfeer die zich weerspiegelde in een typische iconografie. Misdaad, seks en geweld prijkten niet alleen op suggestieve boekcovers, ook filmposters waren ervan doordrongen. De fraaiste exemplaren uit Hollywood en Europa vindt u in dit boek terug. Klassiekers als Touch of Evil, The Big Sleep en Out of the Past worden afgewisseld met obscure parels als The Devil Thumbs a Ride of Blonde Kiss. Een ideaal geschenk voor cinefielen, grafici en tough guys. De laatste woorden uit Some Like It Hot vormen de titel van deze 'persoonlijke' biografie van Billy Wilder door bevriende schrijfster Charlotte Chandler die over een periode van meer dan twintig jaar gesprekken voerde met de dit jaar overleden Hollywoodgigant. Ook zijn medewerkers (favoriete acteurs als Jack Lemmon en Tony Curtis, maar ook scenarist-spitsbroeder IAL Diamond) krijgen het woord, maar het is vooral Chandlers hechte band met Wilder die een biografie oplevert waarin de sarcastische meester ook in zijn gevoelige kaarten laat kijken. Terwijl over een monument als John Ford kennelijk alles is gezegd (zie boven), zijn er nog altijd Amerikaanse regisseurs te vinden wier werk nog grotendeels onontgonnen terrein is. Twee recente studies naar aanleiding van retrospectieven op de festivals van Locarno en Amiens, bundelen een aantal teksten (oude en nieuwe), interviews en getuigenissen rond regisseurs die zelfs voor de meest geharde cinefielen een mysterie blijven. Allan Dwan, pionier van de stille film, tijdgenoot van Griffith en na de oorlog B-filmregisseur voor de Republicstudio is een van de meest productieve Hollywoodcineasten aller tijden: zijn uitpuilende filmografie telt meer dan duizend titels! De ultieme B-filmer Ulmer van zijn kant was de absolute kampioen inzake snelheid en lowbudget, maar zoals zijn film-noirmeesterwerk Detour hardnekkig bewijst, wist niemand met zulke schrale middelen zulke goede films te maken. Barry Miles is bezeten door de Beatles. Zijn obsessie sluimerde in het recente In The Sixties, werd zijdelings benaderd in de iets oudere Paul McCartneybiografie Many Years From Now, maar komt in dit dagboek pas echt tot het volle wasdom. Persoonlijk commentaar wordt beperkt tot een minimum. Bovendien is er voldoende nieuwe informatie om de fans te plezieren en de gebruikelijke taboes (vrouwen en drugs) sporadisch te doorbreken. Een werkelijk uitmuntende chronologie van de Fab Four vindt u echter in Mark Lewishons Complete Beatles Chronicle, maar Miles' boekje komt dan weer in een handig zakformaat. Draagbare Beatles, jawel. Is er echt nog behoefte aan een dik boek over John Ford? De massieve Fordliteratuur telt immers al een uitstekende biografie van Scott Eyman, een diepgravende film-per-filmanalyse van Tag Gallagher en zelfs een unieke en zeer persoonlijke bespiegeling van een collega-bewonderaar ( About John Ford van Lindsay Anderson). Komt daarbij dat Patrick Brion niets origineels heeft toe te voegen aan het discours rond de voor velen grootste Amerikaanse cineast aller tijden. Zijn commentaar bij klassiekers als Stagecoach, Young Mr. Lincoln en The Searchers beperkt zich tot een banaal resumé van alles wat er tot in den treure over Ford is gezegd, zonder één bijkomend inzicht. En toch is deze uitgave een aanrader dankzij de chronologische fotogalerij door het ontzaglijke oeuvre (meer dan 130 films tussen 1914 en 1970) van de man die zichzelf gaarne voorstelde als 'My name is John Ford and I make westerns'. De picturale kwaliteiten van de films van John Ford knallen zo van de honderden pagina's gevuld met deskundig gekozen of zeldzame stills. Toen The Smiths in 1983 vanuit Manchester opdoken, was Cummings de geknipte man om de vooruitgang van de groep vast te leggen. Hij had Ian Curtis al mee helpen onsterfelijk maken en wat betreft semi-tragische heldenstatus was Morrissey Curtis' meer flamboyante opvolger. The Smiths werden een van de grootste Britse bands van de jaren tachtig, terwijl Cummings een van hun meest intieme visuele journalisten zou worden. Het conceptueel fotograferen van Cummings en de zelfmythologisering van Morrissey leverden legendarische publiciteitsfoto's en reportages voor NME en andere magazines op. Dit boek is een selectie daaruit. Voor de fans. Voor glossies als Look, Life en Woman's Home Companion maakte de Amerikaanse fotograaf setreportages van meer dan honderd films, van A Star Is Born met Judy Garland tot The Name of the Rose met Sean Connery. Dit overzicht van zijn werk is dan ook een parade van grote sterren geobserveerd tijdens het werk, poserend in de stijl van de film in kwestie. Geënsceneerde snapshots die de glamour, maar nog veel meer de routine en de verveling van het filmmaken vatten. In de bijbehorende tekst wijdt Willoughby ook uit over zijn leven en gezin, maar dat interesseert ons allemaal minder dan zijn mijmeringen en anekdotes over Lee Marvin, Frank Sinatra, Audrey Hepburn en Kim Novak en tientallen andere Hollywoodgoden die hij mee onsterfelijk maakte. Na Rock it!!! van Van Yper, nu Pop! van Keunen. Je vraagt je af waar de belachelijke uitroeptekens voor dienen, maar Pop is in ieder geval een eigentijdse instap in vijftig jaar popmuziek, in het Nederlands nog wel. Muziekvormen, trends, pioniers en epigonen, mainstream en een beetje underground. Het leest niet makkelijk en behalve Keunens studenten aan de Rockacademie in Tilburg zaten waarschijnlijk weinigen hierop te wachten, maar Keunen heeft zijn huiswerk wel degelijk gemaakt. Toch tweemaal nadenken voor je dit boek openslaat: ook Krezip zat aan de Rockacademie. In plaats van 'Action!' te roepen, loste Sam Fuller een revolverschot om zijn acteurs & crew in beweging te krijgen. Dezelfde 'what the hell' strijdlust kenmerkt ook zijn postume autobiografie die is geschreven en 'gemonteerd' in de snelle, taaie en roekeloze stijl van zijn beroemdste films ( Shock Corridor, The Naked Kiss, Forty Guns, Pickup on South Street). (P.D.)Patrick Duynslaegher