The Kid stays in the picture
...

The Kid stays in the picture Vanaf 21/5 in de bioscoop'Drie jaar geleden was alles over en uit voor mij. Ik was een werkzoekende, 68-jarige jood op zijn retour, berucht door allerlei schandalen. Er zijn nog mirakels in het leven.' Met zijn korrelige, aantrekkelijke baritonstem voert Evans - zijn onafscheidelijke, getinte, oversized bril op zijn neus en helemaal in het zwart uitgedost - het woord in de bioscoopzaal van zijn Woodland Drive landgoed in Beverly Hills. Om royalty's bijeen te schrapen, vertoonde hij hier de afgelopen weken The Kid stays in the Picture, een documentaire van Brett Morgen en Nanette Burstein die zijn onwaarschijnlijke opgang en teloorgang als golden boy van de jaren zeventig in kaart brengt. 'Het is een stuk makkelijker de film te bekijken dan hem te leven', merkt hij op. Zijn vrienden Jack Nicholson en Warren Beatty zijn de film al komen bekijken, net als de jongere generatie: Matt Dillon en regisseurs Wes Anderson en David O. Russell. Woody Allen is misnoegd, zegt Evans, omdat hij de film nog niet te zien kreeg. 'En Mark Wahlberg belde twintig keer om een uitnodiging te krijgen.' De film, opgebouwd rond uittreksels van de geluidstape die Evans opnam voor zijn autobiografie van 1994 - een tape die een cultobject werd in Hollywood - heeft hem opnieuw hip en ín gemaakt. Hij koestert elk moment van zijn nieuwe succes, van de staande ovatie op het Sundance-festival, waar de film in première ging, tot het moment waarop hij een ster kreeg op Hollywood Boulevard. Maar 'The Kid' is vooral blij dat hij nog leeft. En met reden: op 6 mei 1998, toen hij een toast uitbracht op filmmaker Wes Craven in deze zelfde bioscoopzaal, kreeg Evans een zware beroerte. Er volgden nog twee beroertes, waarna Evans kon beginnen aan een lang en moeizaam herstel. 'Ik kon niet meer bewegen. Ze moesten me intraveneus voedsel toedienen. Ik deed er zes maanden over om opnieuw te leren spreken. Ik zou soms willen dat mijn pik zo stijf was als mijn tong.' Maar hij is er nog steeds, met een verbazingwekkend gezonde kleur, voor iemand die niet meer in de zon mag lopen. Hij moet voorzichtig lopen, zichzelf er voortdurend aan herinnerend hoe het moet. Zijn gezicht heeft de scherpte en de vurigheid verloren van de knappe jongeman die hij ooit was, maar het huis en de kamer zijn opmerkelijk ongewijzigd gebleven sinds mijn laatste bezoek, 22 jaar geleden. Dezelfde enorme Toulouse-Lautrecposter hangt nog steeds aan de muur en - over retro gesproken - een handvol sigaretten ligt uitgestald voor de gasten. Ik ontmoette Evans voor het eerst op een bloedhete dag in mei 1980. Hij was toen ' Urban Cowboy'aan het produceren. Hij bevond zich op het hoogtepunt van zijn roem én van zijn cocaïneverslaving, die zou leiden tot een veroordeling wegens drugsbezit - het eerste van de twee schandalen die zijn carrière zouden verwoesten. Ondanks de hitte knetterde overal in huis het haardvuur. Een butler gaf me ijsthee in een reusachtige drinkbeker, terwijl Evans zich excuseerde. Met vernieuwde energie kwam hij terug uit de badkamer, loodste me langs het zwembad naar de bioscoopzaal, en toonde me een dertig minuten durend nonsensicaal filmpje dat Dustin Hoffman maakte op de set van Marathon Man. Het was hilarisch, maar ik wist niet hoe ik moest reageren. Hoffman, verkleed als ziekenhuispatiënt, deed een bijna beledigende imitatie van een in barensweeën verkerende Evans, die op de befaamde filmsteragent Sue Mengers was gebotst en onnoemelijke dingen wauwelde. (Stukken van de parodie zijn te zien tijdens de eindaftiteling van de documentaire; Hoffman verfijnde zijn imitatie van Evans later in de satire Wag the Dog.) Ik vroeg me af waarom hij me dit toonde. Terwijl je ' The Kid Stays in the Picture'bekijkt, wordt het duidelijk dat de grens tussen zelfbeschimping en zelfverheerlijking in de hyperbolische wereld van Bob Evans zo goed als onbestaande is. Zoals een exotische cocktail brengen Evans' avonturenverhalen je in een roes - al moet je ze ook met een korreltje zout nemen. In een portret stond al te lezen dat hij de parodie van Hoffman aan een select publiek toonde, met de mededeling dat 'niemand dit materiaal ooit zag. Ik bedoel: niémand.' 'Er zijn drie kanten aan elk verhaal: mijn kant, jouw kant en de waarheid. Geen van de drie is onwaar.' Een speelse, ongerijmde en vlijmscherpe opmerking van Evans, waarmee Morgen en Berstein hun stijlvolle, opwindende film openen. The Kid valt daarom ook moeilijk te categoriseren. Het is geen documentaire - er wordt geen poging ondernomen om objectief te zijn, we krijgen enkel Evans' standpunt te horen. De film staat echter ook niet bol van zelfverheerlijking en ijdelheid (de producer, Graydon Carter, hoofdredacteur van Vanity Fair, is een vriend van Evans): een weloverwogen ironische ondertoon maakt onmiskenbaar deel uit van de Evans-centrische visie op de realiteit. Hoe dan ook, de film vertelt een fantastisch verhaal. De 26-jarige voormalige kinderacteur Robert Evans was samen met zijn broer partner in Evan-Picone, een bedrijf dat sportkledij voor vrouwen op de markt bracht, toen hij bij een zwembad in het Beverly Hills Hotel ontdekt werd door Norma Shearer. Zij koos hem uit om in Man of a Thousand Faces haar overleden echtgenoot, filmmagnaat Irving Thalberg, te spelen. Evans werd vervolgens in een New Yorkse nachtclub opnieuw ontdekt door Darryl Zanuck, die hem castte als matador in The Sun Also Rises (1957). Tegen de bezwaren in van Ernest Heming- way en van ongeveer iedereen die bij de film betrokken was. Evans had absoluut geen illusies over zijn talent als acteur. (Enkele blikken op zijn hoofdrol in The Fiend Who Walked the West (1958) bevestigen de juistheid van die inschatting.) Hij wou Thalberg niet spelen, hij wou hem zijn. En dus startte hij zijn carrière als producer bij Twentieth Century Fox. Een lovend artikel in The New York Times over de jonge, ambitieuze doorzetter trok de aandacht van Charles Bludhorn - de baas van Gulf+Western, dat Paramount Pictures had gekocht. In 1966 werd het mislukte kinderidool dat elke relevante ervaring miste, ingewijd als productiechef van de studio. Niemand dacht ook maar een seconde dat hij zou slagen. Paramount lag op apegapen en het belangrijkste wapenfeit van Evans was dat hij ooit uitging met Grace Kelly, Lana Turner en Ava Gardner en optrok met de legendarische playboy Porfirio Rubirosa. Toch superviseerde Evans een reeks successen die Paramount naar de top brachten in Hollywood: Rosemary's Baby, Love Story, Romeo and Juliet, Harold and Maude, Serpico, The Godfather, The Odd Couple en Chinatown. Evans' escapades met glamoureuze vrouwen haalden volop de krantenkoppen. Hij trouwde vijfmaal, waaronder een kort huwelijk met voormalig Miss America Phyllis George en een twaalf dagen durend fiasco met actrice Catherine Oxenberg, na zijn beroerte. De film gaat maar op een van zijn huwelijken in: de overweldigende romance met Ali MacGraw, waarmee hij zijn enige kind - Josh - had. De relatie kwam roemrucht aan haar einde toen MacGraw met Steve McQueen aanpapte op de set van The Getaway. De pers smikkelde van Evans' affaires en hij ontkende nooit iets. 'Zon, seks en sport - daar hou ik het meest van', zegt hij. Toch ligt Evans' ware geheim wellicht in het verleiden van enkele van de machtigste mannen in Amerika. De relaties waarop hij zijn carrière bouwde zijn die met Zanuck, Bludhorn, Henry Kissinger, de overleden maffia-advocaat Sidney Korshak en Sumner Redstone, voorzitter van Viacom, dat nu Paramount in handen heeft en waarmee Evans een overeenkomst heeft voor zijn nieuwe film. Evans slaagde erin Kissinger mee te krijgen naar de première van The Godfather, hoewel de vooraanstaande diplomaat de volgende morgen geheime onderhandelingen moest voeren om de Vietnamoorlog te beëindigen. 'Henry was een ongewone man', zegt Evans. 'Hij lachte graag met zichzelf. Hij was briljant, maar in veel opzichten ook naïef. Hij belde me ooit van- op het ministerie van Buitenlandse Zaken om te vragen: 'Zijn de borsten van Raquel Welch echt?' Let op de verleden tijd waarin hij spreekt: Evans, die Kissinger politiek niet in verlegenheid wou brengen, verbrak de vriendschap toen hij in 1980 veroordeeld werd wegens cocaïnebezit. Ze spraken tien jaar lang niet met elkaar. Korshak was in het rijtje mannen misschien de minst bekende (wat hij wellicht ook wilde), maar wel de machtigste. Hij en Evans ontmoetten elkaar in de Racquet Club in Palm Springs in 1955; in 1996 hield Evans de lofrede bij zijn begrafenis. 'Van de jaren veertig tot in de jaren zeventig werd de georganiseerde misdaad door één persoon gecontroleerd en niemand wist het. Hij werkte volledig binnen de wet, behoorde niet tot de maffia. De maffia kwam naar hem. Hij kon Las Vegas laten sluiten door simpelweg op een knop te duwen. Het land was van Sydney en ik was zijn peetzoon.' Als hij in het nauw zat, deed hij dikwijls een beroep op Korshak. Hij herinnert zich de keer dat Simon&Schuster onverwacht aankondigde dat het zijn autobiografie niet zou publiceren en hem geen toestemming gaf het aan een andere uitgeverij te verkopen. Simon&Schuster was namelijk mede- eigendom van Gulf+Western en volgens Evans wou Marty Davis, de rechterhand van grote baas Bludhorn, niet dat de geschiedenis van Paramount via hem werd verteld. Evans belde naar Korshak en die belde op zijn beurt naar Davis: 'Marty, ik wil niet dat je het moeilijk krijgt. Laat Bobby vrij.' En Bobby kreeg zijn boek verkocht aan Hyperion. Het hoeft niet te verbazen dat de film die Evans het meest van al wil maken, er één is over Korshak. 'Het is het kwintessentiële verhaal over macht.'Toen het cocaïneschandaal losbarstte, deed Evans geen beroep op Korshak. Naar eigen zeggen zijn domste zet ooit. Bludhorn zette hem op straat en Korshak was boos dat Evans hem niet om hulp vroeg; zo leek het alsof Korshak niets kon doen om de val van Evans tegen te houden. 'We spraken zes jaar lang niet meer met elkaar.' En ergere dingen waren op til. Roy Radin, een potentiële investeerder in The Cotton Club, werd vermoord teruggevonden in een drugsgerelateerde misdaadzaak. De kranten linkten Evans aan de zaak. Hoewel hij nooit beschuldigd werd en zijn naam uiteindelijk gezuiverd werd, maakten de 'Cotton Club Murders' van hem een paria. 'In één dag tijd veranderde ik van een vorst in een uitgestotene', herinnert Evans zich. Hij had geen werk, moest zijn geliefkoosde huis verkopen (dat hij later na bemiddeling van Jack Nicholson terugkocht) en zonk weg in een suïcidale depressie. Een decennium lang bleef hij onzichtbaar. Tot hij in 1991 opnieuw boven water kwam, toen hij de rechten verwierf om The Saint te verfilmen. 'In 1979 was ik elf miljoen dollar waard, in 1989 37 dollar. Ik voel me alsof ik 300 jaar heb geleefd en beter ben ik er niet van geworden.' Bij de interviewsessie in Sundance vroeg een journalist aan hem wat hij aan zijn leven zou willen veranderen. 'De tweede helft', antwoordde hij. Nu is The Kid weer aan de slag. Films produceren. In de rechtszaal zitten. En een vervolg dicteren voor zijn autobiografie, onder de titel The Fat Lady Sings. De beroerte, en zijn duizelingwekkende terugkeer in de spotlights, geeft hem miraculeus genoeg een derde carrièrehelft. Het nieuwe boek waaraan hij werkt, bevat portretten van de meest bewonderenswaardige mannen die hij heeft gekend. Mensen als Kissinger, Korshak, producer Mike Todd en Rubirosa. Evans verdient een plaats tussen die namen. Het is makkelijk om te glimlachen bij zijn kleurrijke snoeverij, zijn voorkeur voor opsmuk van de feiten, maar het is onmogelijk om zomaar los te komen van zijn film - of van een lange namiddag in zijn gezelschap - zonder onder de indruk te komen van zijn wilskracht, zijn geestigheid en zijn generositeit. Ben ik verleid? Ongetwijfeld. Schaamteloos, doorzichtig, met plezier. Door een echte professional. © Newsweek-Vertaling Dominique Soenens Door David AnsenTijdens een interview vroeg een journalist aan Evans wat hij aan zijn leven zou willen veranderen. 'De tweede helft', antwoordde hij.