Sensatiegeil, voyeuristisch en primitief: ziedaar de clichés die het genre van de horror en fantastiek al van in het prille begin - toen Georges Mélies in 1896 het eerste huiverfilmpje Le Manoir du Diable ineenknutselde - als een hondsdolle zombie achtervolgen. Wie zijn filmgeschiedenis een beetje kent, weet gelukkig beter: geen ander genre heeft zo vaak en zo diep onze oerangsten bespeeld en ons met zoveel prangende vragen over mens en maatschappij bestookt als de huiverfilm. In al zijn gedaanten, van Metropolis over Jaws tot de folterporno van Saw.
...

Sensatiegeil, voyeuristisch en primitief: ziedaar de clichés die het genre van de horror en fantastiek al van in het prille begin - toen Georges Mélies in 1896 het eerste huiverfilmpje Le Manoir du Diable ineenknutselde - als een hondsdolle zombie achtervolgen. Wie zijn filmgeschiedenis een beetje kent, weet gelukkig beter: geen ander genre heeft zo vaak en zo diep onze oerangsten bespeeld en ons met zoveel prangende vragen over mens en maatschappij bestookt als de huiverfilm. In al zijn gedaanten, van Metropolis over Jaws tot de folterporno van Saw. Dat het genre goed gedijt in tijden van sociale en politieke onrust hoeft in dat licht niet te verwonderen. Zo kende de huiverfilm zijn eerste boost in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw, toen de Grote Depressie en het opkomende fascisme als kwaadaardige demonen door Amerika en Europa waarden. Horroriconen als Dracula, het monster van Frankenstein en Nosferatu mag je dan ook gerust zien als personificaties van een kranke tijdsgeest, en hun populariteit als een uitlaatklep voor de individuele en collectieve angsten die daarmee gepaard gingen. Ook in de koudeoorlogsjaren vijftig - toen een nucleaire apocalyps dreigde en paranoia het politieke bedrijf was binnengeslopen - kende het genre een opmerkelijke opleving. Daarbij verschoof de klemtoon van de gotiek naar de sciencefiction, met goedkoop gemaakte maar politiek beladen B-films over invasies, mutaties, infecties en kwaadaardige hightech, met als meest memorabele voorbeelden The Invasion of the Body Snatchers, The Incredible Shrinking Man, The War of the Worlds en The Day the Earth Stood Still. Waar die fiftiesfilms vooral op subtekst en suggestie speelden, werd het genre een flink stuk goorder en explicieter tijdens de derde grote huivergolf van de late sixties en de seventies. Redenen: de tanende almacht van de grote studio's en hun bijbehorende censuurcodes én de hevige maatschappelijke turbulenties. Zo kun je in de invloedrijke zombiefilm Night of the Living Dead gemakkelijk een allegorie op de racistische melting pot Amerika en de burgerrechtenbeweging lezen. Net zoals je in de klassieke slashers The Texas Chainsaw Massacre en The Hills Have Eyes een bloeddoorzegen kritiek op de horreurs van de Vietnamoorlog en het failliet van de Amerikaanse Droom kunt herkennen. Voeg daar nog de occulte huiver van Rosemary's Baby en The Exorcist aan toe, waarin religie van zijn voetstuk werd gehaald, plus de sexploitationhorror waarin seksuele grenzen werden afgetast, en tegen eind jaren zeventig had het huivergenre zowat alle heilige huisjes gesloopt. Zowel stilistisch als inhoudelijk had de fantastiek daarmee een voorlopig plafond bereikt. Wat volgde, moest immers noodgedwongen verder bouwen op de grensverleggende seventiescanon met als gevolg enerzijds een sterke commercialisering - denk aan toegankelijke teenagehorror als Nightmare on Elm Street en Friday the 13th met hun talloze sequels en spin-offs - én de neiging tot satire en ironie: van de hyperkinetische gore van The Evil Dead, over de splatter van Troma en Peter Jackson, tot zelfbewuste genreparodieën als Scream en I Know What You Did Last Summer. Het was dan ook wachten tot het voorbije fin de siècle voor de huiverfilm eindelijk weer een nieuwe sociopolitieke injectie kreeg. Die kwam er enerzijds door de digitale revolutie die het plots mogelijk maakte om meer realistische, reportageachtige nobudget-films als The Blair Witch Project ineen te knutselen, én door de internationale doorbraak van de Japanse J-horrorfilms anderzijds die komaf maakten met de ironische knipogen en opnieuw focusten op bovennatuurlijke en psychologische thema's. Steeds meer filmmakers zochten de voorbije jaren weer aansluiting met het extreme, expliciete geweld en de exploitation-attitude van de jaren zeventig, maar dan geënt op nieuwe angsten en problemen en geïnjecteerd met het nodige realisme. Denk bijvoorbeeld aan de succesvolle remakes van The Texas Chainsaw Massacre en The Hills Have Eyes, waarin dit keer niet de Vietnam- maar wel de Irak-oorlog op de achtergrond ligt te smeulen. Of aan de populaire folterporno of 'gore-nography' van Saw en Hostel, waarin zowel de voyeuristische YouTube- en reality-tv-cultuur als de angsten en terreur-obsessies van het post-9/11- tijdperk worden gereflecteerd. Dat die films, ondanks hun expliciete karakter, de kassa stevig doen rinkelen, is niet meer dan logisch. Tenslotte weten ze, hoe divers qua thematiek en kwaliteit ook, meer dan welke andere genreproducten ook de troebele tijdgeest te vatten. En zoeken ze de chills and thrills niet langer in een verre, duistere toekomst of bij bovennatuurlijke fenomenen, maar in de schemerzones van het hier en nu, met zijn gemediatiseerde angstklimaat ( Diary of the Dead), zijn War on Terror ( War of the Worlds), zijn aanslagen ( Cloverfield), genetisch geklooi ( 28 Days Later), milieuvervuiling ( The Host), cyberfetisjisme ( The Matrix), totalitaire regimes ( V for Vendetta), global warming ( The Day After Tomorrow) en tal van andere rampen en subgenres die we hier niet eens durven te vernoemen. Rep u dus, als een vampier die de dageraad voelt krieken, naar Tour & Taxis. Tenminste, als u voorbereid wil zijn op wat u in de toekomst - in de cinema en erbuiten - zoal te wachten staat. 26e BRUSSELS FANTASTIC FILM FESTIVAL 27/3 tot 8/4, Tour & Taxis, Brussel. Info en tickets: www.bifff.org.Door Dave Mestdach