'Geen enkele film kan ooit zo spannend zijn!' De woorden zijn van Stanley Kubrick, en hij had het niet over deze of gene thriller, maar over een tenniswedstrijd tussen John McEnroe en Boris Becker. Je zou nochtans denken dat Kubrick, de regisseur die in 1980 wereldwijd bloed deed stollen met zijn Stephen King-adaptatie The Shining, spannender dingen kon bedenken dan twee mannen die een rubberballetje over en weer slaan. Oké, curling, snooker, golf en darts zijn ook niet de meest prikkelende sporten om naar te kijken, maar een sportdiscipline waarbij regenonderbrekingen en streaking-incidenten voor de meeste opwinding zorgen, kun je bezwaarlijk superspannend noemen.
...

'Geen enkele film kan ooit zo spannend zijn!' De woorden zijn van Stanley Kubrick, en hij had het niet over deze of gene thriller, maar over een tenniswedstrijd tussen John McEnroe en Boris Becker. Je zou nochtans denken dat Kubrick, de regisseur die in 1980 wereldwijd bloed deed stollen met zijn Stephen King-adaptatie The Shining, spannender dingen kon bedenken dan twee mannen die een rubberballetje over en weer slaan. Oké, curling, snooker, golf en darts zijn ook niet de meest prikkelende sporten om naar te kijken, maar een sportdiscipline waarbij regenonderbrekingen en streaking-incidenten voor de meeste opwinding zorgen, kun je bezwaarlijk superspannend noemen. Hoe het ook zij, u begrijpt waarom tennis niet bepaald Hollywoods favoriete sport is. Amerikaanse indieregisseurs als Wes Anderson en Noah Baumbach hebben hun eigen fascinatie voor het spelletje wel al vertaald in fraaie hommages - in respectievelijk The Royal Tenenbaums (2001) en The Squid and the Whale (2005) - maar veel meer dan een paar hilarische scènes heeft dat toch niet opgeleverd. En de meester van de Franse slapstick Jacques Tati mag dan wel gezegend zijn met de opmerkelijkste opslag aller tijden, hij beperkte zich in Les vacances de Monsieur Hulot (1953)tot één tennisscène. Films die meer aandacht aan deze balsport besteedden, zijn nooit tot regelrechte klassiekers uitgegroeid. Of hebt u thuis een cinefiel altaartje gebouwd voor Ida Lupino's Hard, Fast and Beautiful (1951), James Frawleys The Christian Licorice Store (1971) of Anthony Harveys Players (1979)? En hoe zit het dan met Richard Loncraines Wimbledon uit 2004, zegt u? Wel, wie zijn mantel der liefde ermee wil besmeuren, mag die flauwe romantische komedie er gerust mee bedekken. Nee, als zelfs Woody Allen met Match Point (2005) moord, overspel én Scarlett Johansson nodig had om een film over tennis een beetje verteerbaar te houden, dan lijkt de enige logische conclusie dat de sport beter op gravel, gras of hardcourt dan op pellicule gespeeld wordt. Alfred Hitchcock had in 1951 in Strangers on a Train nochtans al perfect getoond hoe het moet, tennis spannend in beeld brengen. In zijn Patricia Highsmith-adaptatie over twee mannen die met elkaar moorden willen uitwisselen doet Hitch het onmogelijke. Hij maakt de twee saaiste menselijke activiteiten (tennis en iets uit een rioolputje proberen te vissen) spannend door ze te combineren. Er is de in de reflectie van een brillenglas gefilmde wurgmoord en er is de grande finale op een dolgedraaide kermismolen, maar hét moment in Strangers on a Train dat u het grootste deel van uw vingernagels zal kosten, is de crosscutting-montage van een tenniswedstrijd en een wanhopige poging om een aansteker weer uit een afvoerput te krijgen. Dat Hitchcock de Master of Suspense en niet gewoon de Vrij Redelijke Beheerser van Suspense genoemd wordt, heeft alles te maken met de manier waarop hij met een klassieke montagetechniek ritme en spanning kan opdrijven tot je als kijker beseft dat je zelfs het puntje van je stoel allang achter je hebt gelaten. Zelfs de manier waarop toeschouwers naar tennis kijken, het hoofd aldoor naar links en rechts bewegend, weet Hitch - in een andere scène - voor een scheut creepiness te exploiteren, doordat enkel het hoofd van de stalkende slechterik stokstil blijft. Uiteraard gaat Strangers on a Train evengoed over moord, dubbelgangers en charmante psychopaten als over kleine gele ballen en mannen in witte poloshirts, maar wie alleen al met een shot van het publiek zijn kijkers de stuipen op het lijf kan jagen, mag zeggen dat hij de ultieme tennisfilm heeft gemaakt. VOLGENDE WEEK WIELRENNEN door Sam De WildeWie alleen al met een shot van het publiek de kijker de stuipen op het lijf kan jagen, mag zeggen dat hij de ultieme tennisfilm heeft gemaakt.